Nieuwsbericht

Contactpersoon:
Yvonne Vanneste onderzoeker, adviseur
Telefoon: 06 - 83 77 83 91
E-mail: yvanneste@ncj.nl

Yvonne Vanneste en Annemieke Goudkuil over de post-HBO opleiding en vakmanschap

donderdag 28 januari 2021

Yvonne Vanneste spreekt met Annemieke Goudkuil over de post-HBO opleiding die zij volgde. Wat leverde deze opleiding haar op? Wat is de meerwaarde voor ouders en jeugdigen? En wat draagt de opleiding bij aan waardengedreven vakmanschap?

Yvonne: Wat wens jij voor het nieuwe jaar?

Annemieke: Als voorzitter van de vakgroep jeugdverpleegkundigen wens ik dat alle jeugdverpleegkundigen de post-HBO opleiding kunnen volgen voor de JGZ. Ik heb zelf ervaren dat het volgen van een opleiding mij heeft gemaakt tot een betere jeugdverpleegkundige. Er zijn maar weinig jeugdverpleegkundigen die de post HBO-opleiding mogen of moet volgen. En dat moet anders! Als HBO-V-verpleegkundige ben je vaak nog onvoldoende toegerust om in de JGZ te werken. Tijdens deze opleiding ga je je op alle fronten écht verdiepen in het vak JGZ.

Yvonne: Daar zie ik zeker een parallel, ook als basisarts ben je nog niet toegerust om het vak jeugdarts in z’n volle omvang uit te voeren. Je kunt kennis tot je nemen middels de JGZ richtlijnen, daarnaast word je ingewerkt en gecoached. Uiteindelijk ga je zelfstandig als jeugdarts werken, maar je bent nog steeds geen expert op het gebied van de JGZ. De laatste jaren is enorm ingezet op het opleiden van jeugdartsen tot specialist arts M+G. Maar het opleiden van de jeugdverpleegkundigen blijft achter. Wat levert de post HBO op voor de jeugdverpleegkundige en de JGZ?

Annemieke: Op de eerste plaats krijg je veel meer kennis. Ook ontstaat er ruimte voor reflectie, professionele en persoonlijke ontwikkeling. Het ‘weer studeren’ vergt ook wat van je. Je moet opkomen voor jezelf. Hoe creëer ik ruimte voor mezelf zowel thuis als op mijn werk. Je bent verantwoordelijk voor je eigen leerproces. Hoe ga ik mijn studie vorm geven, wat heb ik nodig? Dat alles vormt je als mens. Je komt in contact met vakgenoten en leert je profileren en daarover in gesprek te gaan met anderen. Hoe verhoud ik mij tot die ander die iets vindt van de JGZ of van mij? Je krijgt inzicht in wat je wel al kan/weet, je groeit in je vak en je leert van elkaar. Je ziet verbeterpunten en ook wat je eigen werkgever goed doet. Je moet buiten je comfortzone gaan en leert je daartoe te verhouden. Je krijgt zelfvertrouwen en leert de JGZ in een breder perspectief te plaatsen.

Yvonne: En wat levert het de ouders en jeugdigen op? Het NCJ beschrijft Waardengedreven Vakmanschap en noemt daarin, naast ervaring opdoen, reflecteren en blijven leren, ook het belang van ‘in verbinding zijn’, met jezelf, je beroepsgroep, de burger en de samenleving. Waardengedreven Vakmanschap gaat over kwaliteit en passie en is daarom een voorwaarde voor de beste JGZ. Wil je een goede vakvrouw zijn dan moet je op de eerste plaats jezelf kennen, goed voor jezelf zorgen, weten wat voor jou belangrijk is en vanuit je eigen waarden werken. Draagt de opleiding daaraan bij?

Annemieke: Jezelf (leren) kennen, daar draagt de opleiding zeker toe bij! Vragen als ‘Waar ligt mijn eigen kwetsbaarheid?’, ‘Wat zijn mijn referentiekaders, krachten en beperkingen?’ komen allemaal aan bod. Dat heeft allemaal invloed op hoe jij de jeugdigen en ouders ziet en met hen in contact bent. Je bent zelf het werkinstrument. Bovendien kan de opleiding je waarden vormen. Nu realiseer ik mij dat het ongemak dat ik vroeger voelde in overleggen, waarbij over mensen werd gesproken, niet kwam omdat ik onervaren was maar omdat dat voor mij een heel belangrijke waarde is. De opleiding geeft je de ruimte om te reflecteren. Je ontmoet collega’s uit het hele land. Je bent in verbinding met je beroepsgroep en je krijgt kennis over je ketenpartners.

Yvonne: En dan wat betreft ‘in verbinding staan met je beroepsgroep’: Wij stellen dat, als we de waarden van onze beroepsgroep verbinden met onze ketenpartners, er ruimte ontstaat voor samenwerking. Landelijke bijeenkomsten met vakgenoten zijn belangrijk omdat je dan in gesprek kunt gaan met elkaar over wat je als beroepsgroep belangrijk vindt.

Annemieke: Het lijkt mij als voorzitter inderdaad van groot belang dat verder te vormen met elkaar.

Yvonne: En in verbinding zijn met de samenleving. Wat versta jij hieronder?
AG: Dat je wijkgericht kunt kijken en werken, dat je inzicht hebt in landelijke trends zodat je je zorg kunt aanpassen. Dat de JGZ meebeweegt met ontwikkelingen en aansluit bij dat ‘wat er toe doet’.

Yvonne: Wie is verantwoordelijk voor Waardengedreven Vakmanschap?

Annemieke: Je bent altijd zelf verantwoordelijk voor je ontwikkeling. Ook heb je een wederzijdse afhankelijkheid met je werkgever. De V&VN zet zich er voor in om de post HBO-opleiding voor iedereen beschikbaar te maken. We willen dit in de wet verankeren. Dat als je jeugdverpleegkundige wilt zijn, je die opleiding gaat volgen. Ik roep dan ook alle jeugdverpleegkundigen op om deze opleiding aan je werkgever te vragen. De werkgever krijgt deskundiger en gelukkiger personeel. Betere en gelukkigere JGZ-professionals geven betere zorg en gelukkigere ouders en jeugdigen.