64. Kruipt vooruit, buik op de grond

grove motoriek

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Grove motoriek.
Neurologisch aspect

De coördinatie van hoofd, romp, armen en benen is zo ver ontwikkeld, dat het kind zich door alternerende bewegingen van armen en benen kan verplaatsen. Soms doen de benen nog niet mee. Veel kinderen ‘tijgeren’ aanvankelijk achteruit, maar na een periode van oefenen, ook vooruit. In een volgend ontwikkelingsstadium komen de billen van de grond, daarna volgen de schouders en romp, zodat het kind tot echt kruipen in staat is. Dit wordt onderzocht bij kenmerk 66.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

52 weken (12 maanden).

Spreiding

45 -­ 56 weken (10,5 -­ 13 maanden).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Het kind ligt op zijn buik (op een oefenmat) op de grond. Het laten kruipen op de onderzoektafel is uit veiligheidsoverwegingen en vanwege de beperkte ruimte niet aan te bevelen.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker legt een stuk speelgoed vóór het kind neer op een zodanige afstand dat het kind er niet bij kan en zich dus moet verplaatsen om het te pakken. De onderzoeker (of de ouder) mag zo nodig het kind aanmoedigen het stuk speelgoed te pakken.

Observatie

De onderzoeker observeert of, en zo ja, op welke wijze het kind zich voorwaarts beweegt.

Anamnese

Als het gewenste gedrag niet kan worden waargenomen vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Kruipt ... vooruit en zo ja, hoe doet hij dat?”.

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind beweegt zich voorwaarts door alternerend links en rechts verplaatsen van de armen, al dan niet in combinatie met de benen. Het kind trekt zich als het ware aan de onderarmen op en zet zich eventueel tegelijkertijd met de benen af (tijgersluipgang) (zie figuur).

Negatief

Het kind kruipt of tijgert niet (vooruit)

of

het kind beweegt zich billenschuivend voort

en

de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

Kenmerk 64 Kruipt vooruit, buik over de grond
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Bij een negatieve respons onder ‘opmerkingen’ registreren op grond waarvan de respons negatief werd beoordeeld.

Discipline

Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.

Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA of de JV het kenmerk uitvoert volgt bij een negatieve score altijd overleg met VS/JA. 

Vraag na en noteer bij opmerkingen: billenschuiven. Zo ja, observeren hoe het kind dit doet.

Advies

Adviseer ouders om de grofmotorische ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van het kruipen.

Alarmsymptoom  Bij afwijkende vormen van kruipen (zoals billenschuiven) of asymmetrie, bij billenschuiven op een stereotiepe manier en het kind kan niet van lig naar zit; consultatie van VS/JA op korte termijn. 
Overweging

Het komt voor dat een kind in zijn ontwikkeling de fase van het kruipen overslaat zonder dat er sprake is van een afwijkende ontwikkeling (zie hoofdstuk 3).

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 64.

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: Vooral uit veiligheidsoverwegingen is bij dit kenmerk de aanbevolen uitgangspositie van het kind: liggend op de buik op een oefenmat op de grond. In de praktijk kan het gebeuren, dat als de onderzoeker het kind op de buik neerlegt op het onderzoekskussen, het over een korte afstand vooruit gaat kruipen met de buik op de ondergrond. Dit kan soms voldoende informatie geven om het kenmerk te beoordelen.

Deel dit met je netwerk