44. Wijst 5 plaatjes aan in boek

communicatie

Achtergronden

 
Ontwikkelingsveld

Communicatie (passieve taalontwikkeling).

Psychologisch aspect

Het is moeilijker om de relatie tussen woord en object te leggen via een plaatje dan via een reëel voorwerp. Daarvoor is een verder ontwikkeld abstraherend vermogen nodig dan bij het uitvoeren van spelopdrachtjes (kenmerk 40) of het benoemen van lichaamsdelen (kenmerk 42).

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

30 maanden (2,5 jaar).

Spreiding

28,5 -­ 45,5 maanden (123 -­ 196 weken).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Het kind zit of staat bij de onderzoeker aan tafel.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker laat het kind het leporelloboek met de Dick Bruna-
plaatjes zien. Het boekje bevat twee keer zes tekeningen, die variëren in moeilijkheidsgraad. Dit is gedaan om het boekje aantrekkelijk te maken. De na te vragen plaatjes zijn: auto, huis, banaan, stoel, eieren en schoen. Deze behoren tot de categorie woorden, waarvoor de p90 op deze leeftijd ligt. Omdat deze woorden gestandaardiseerd zijn, is het niet mogelijk deze geselecteerde plaatjes te vervangen door bijvoorbeeld de afbeeldingen van de visustest of door een willekeurig plaatjesboek te gebruiken. Het is mogelijk dat het kind spontaan de afbeeldingen gaat benoemen. Als dat niet gebeurt vraagt de onderzoeker achtereenvolgens: “Waar is de auto, het huis, de banaan, de stoel, de eieren, de schoen?” Zo nodig mag hij het kind aanmoedigen door te zeggen: “Wijs maar aan!” Zo nodig mag de onderzoeker het kind ook aanmoedigen door te beginnen met een ‘te gemakkelijk’ plaatje, zoals de koe of de beer.

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind wijst vijf van de zes bovengenoemde plaatjes aan of benoemt ze spontaan.

Negatief

Het kind wijst minder dan vijf van de zes bovengenoemde plaatjes aan.
   
Registratie

+ Bij positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Bij een negatieve respons onder ‘opmerkingen’ het aantal juist aangewezen plaatjes vermelden.

Discipline  Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Advies Adviseer ouders om de communicatieve ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van de taalontwikkeling (bijvoorbeeld thuis boekjes lezen). 
Overweging

Bij de interpretatie van de respons moet de onderzoeker rekening houden met de kwantiteit en de kwaliteit van het taalaanbod, met de taalproductie en met de ouder­kind relatie. Bij de interpretatie ook rekening houden met het aantal aangewezen plaatjes.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 44.

Dit kenmerk is ook van belang voor de concept richtlijn Vroegtijdige opsporing gehoorstoornissen 0-18 jaar.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: Tijdens dit kenmerk kan een kind zelf de plaatjes actief gaan benoemen. Deze worden meegeteld bij het bepalen van de score.

Deel dit met je netwerk