17. Stapelt 6 blokjes

fijne motoriek, adaptatie, persoonlijkheid en sociaal gedrag

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Fijne motoriek en adaptatie.
Neurologisch aspect

Zie kenmerken 13 en 15. Het plaatsen en loslaten van een blokje op een hoge toren vereist een goede beheersing van fijne motoriek en coördinatie. De greep is aangepast aan de grootte van het blokje en de beweging verloopt soepel. Op deze leeftijd begint de lateralisatie op te treden en daarmee de voorkeur voor het gebruik van één van beide handen. Dit dient onderscheiden te worden van verwaarlozing in gebruik van de andere hand, hetgeen is waar te nemen bij allerlei andere handelingen tijdens het hele consult.

Psychologisch aspect

Op deze leeftijd richt het kind zijn aandacht behalve op het doel van de handeling (het bouwen van de toren) ook op de uitvoering daarvan (hoofdstuk 2). De uitvoering van deze opdracht eist van het kind coöperatie, concentratie en een zekere mate van prestatiegerichtheid. De kwaliteit van de hechting speelt eveneens een rol.

   

Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

30 maanden (2,5 jaar).

Spreiding

22 -­ 32 maanden (96 ­- 137 weken).
   

Onderzoekmethode

 
Uitgangspositie kind

De ouder zit aan een tafel tegenover de onderzoeker. Het kind zit bij voorkeur bij de ouder op schoot, dichtbij en recht voor de tafel. De tafel moet zodanig opgeruimd zijn dat het kind niet wordt afgeleid. Het kind moet zo zitten dat het zijn armen vrij kan bewegen en de blokjes gemakkelijk kan hanteren.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker legt zes blokjes tegelijk voor het kind op tafel neer en zegt: “Bouw maar een toren”. Als het kind niet begint met bouwen, maakt de onderzoeker zelf een toren om hem aan te moedigen, legt vervolgens de blokjes weer tegelijk voor het kind op tafel neer en vraagt hem om dit na te doen. Als het kind dan nog niet begint te bouwen, maakt de onderzoeker zelf een toren van twee blokjes en zegt: “Maak de toren maar af”.

Observatie

De onderzoeker observeert enerzijds de wijze van hanteren van de blokjes en anderzijds de doelgerichtheid waarmee het kind de toren bouwt. Tijdens het uitvoeren van de opdracht let de onderzoeker op of het kind zich richt op het doel van de handeling, de toren, of dat het kind de aandacht primair richt op de wijze van hanteren en het zo goed mogelijk plaatsen van de blokjes. Daarbij wordt gelet op de hand­ en vingerbewegingen. Observatie is ook mogelijk terwijl het kind spontaan een hoge toren bouwt.

   

Beoordeling

 
Positief

Het kind bouwt desgevraagd een toren van zes blokjes
of
het kind bouwt na voorbeeld een toren van zes blokjes
of
het kind stapelt vier blokjes op een voorgebouwde toren van twee blokjes.

Negatief

Het kind maakt geen toren van zes blokjes (af).

   
Registratie

+ Bij positieve respons.

- Bij negatieve respons.

Onder ‘opmerkingen’ registreren:

  • in één keer of na diverse pogingen
  • spontaan, na voorbeeld of afgebouwd
  • soepel of houterig of stijf of trillerig.
Discipline

 Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.

Informatie over overleg / consultatie

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Ga na en noteer bij opmerkingen of het kind ervaring heeft met het spelen met blokjes.

Advies  Adviseer ouders over het spelen met hun kind en daarbij het stapelen te stimuleren. 
Alarmsymptoom Trillerige handmotoriek, verwaarlozen van gebruik van één hand; op korte termijn consultatie van VS/JA.
   
Overweging Aan de uitvoering van dit kenmerk zitten veel kwalitatieve aspecten vast, waardoor ook een positieve respons een signaalfunctie kan hebben. Bij een kind dat weliswaar zes blokjes stapelt, maar dit pas na twee maal voordoen en met enkele keren proberen met stijve bewegingen uitvoert zal men een andere afweging maken als ook andere kenmerken negatief zijn gescoord, dan bij een kind dat de toren spontaan, in één keer en soepel uitvoert.
Als het kind de opdracht niet uitvoert, moet nagegaan worden of het kind ervaring heeft met het spelen met blokken. Als dat niet zo is, moet dit bij ‘opmerkingen’ worden genoteerd.
Het verwaarlozen (in functioneel gebruik) van een arm of een hand geldt op elke leeftijd als alarmerend (Touwen, 1990).
Trillerige handmotoriek geldt na het eerste levensjaar als alarmerend (Touwen, 1992).

 

Referenties Bijlage 8, tabel 17

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Deel dit met je netwerk