11. Doet blokje in/uit doos

fijne motoriek, adaptatie, persoonlijkheid en sociaal gedrag

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Fijne motoriek, adaptatie en persoonlijkheid en sociaal gedrag 
Neurologisch aspect

De integratie van het visuele, het sensorische en het motorische systeem is zodanig dat het kind in staat is blokjes in en uit een doos te doen. Deze handeling verloopt soepel en gecoördineerd. Zie ook kenmerk 7. Het ontwikkelen van een voorkeur voor een hand vindt over het algemeen pas plaats na de leeftijd van twee jaar. Verwaarlozen van een hand op deze leeftijd duidt op asymmetrie in bewegen (hoofdstuk 3).

Psychologisch aspect

Dit kenmerk geeft informatie over de aanwezigheid van exploratief en sociaal gedrag. Het kind gaat de ander steeds meer bij zijn dagelijks leven betrekken. Hij toont speelgoed, betrekt de ander bij zijn spel/acties, daarbij de blik van de ander volgend of die daadwerkelijk naar de actie kijkt (joint attention). Het kind toont duidelijk interesse in de mensen om hem heen.

   

Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

15 maanden (65 weken).

Spreiding

13 -­ 14,5 maanden (56 -­ 62 weken). 

De aanbevolen leeftijd ligt niet binnen de aanbevolen spreiding. Kenmerk 11 is om praktische redenen bij 15 maanden terecht gekomen.

   

Onderzoekmethode

 
Uitgangspositie kind

De ouder zit aan een tafel tegenover de onderzoeker. Het kind zit bij de ouder op schoot, recht voor de tafel. De tafel moet zodanig opgeruimd zijn dat het kind niet wordt afgeleid. Het kind moet zo zitten dat het zijn armen vrij kan bewegen en het blokje makkelijk kan hanteren.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker geeft het kind de doos met vier à zes blokjes erin en zegt: “Pak de blokjes er maar uit”. Als de blokjes er door het kind zijn uitgepakt zegt hij: “Doe de blokjes er maar weer in”. Als het kind niet reageert op deze aanmoediging mag de onderzoeker de handeling voordoen.

Observatie

De onderzoeker observeert op welke wijze het kind de blokjes hanteert (hand­ en vingerbewegingen). Als de hand het blokje nadert, kunnen de vingers meer gespreid worden dan nodig is om het blokje te pakken. Observatie kan ook terwijl het kind spontaan de blokjes in en uit de doos doet. 
De onderzoeker observeert ook of het kind de doos met blokjes leuk vindt en dit deelt met de ouder/onderzoeker door aankijken en eventueel lachen en wijzen. Observatie kan ook als het kind op een ander moment tijdens het consult ergens naar wijst en de aandacht deelt met de ouder of onderzoeker door middel van aankijken en eventueel lachen.

   

Beoordeling

 
Positief

Het kind voert de handelingen instoppen, loslaten en weer pakken tenminste één keer uit, zowel met de linker als met de rechter hand. De bewegingen verlopen soepel en goed gecoördineerd. Het kind reageert ook met aankijken en eventueel lachen en wijzen naar ouder/onderzoeker.

Negatief

Het kind verricht de handeling van blokjes in­ en uit de doos doen niet
of
het kind verricht de handeling met trillende of schokkerige bewegingen
of
het kind deelt de aandacht niet op bovenstaande wijze.

   

Registratie

+ Bij positieve respons

- Bij negatieve respons

Links en rechts afzonderlijk registreren. Als de negatieve score wordt gegeven omdat het kind de beweging trillerig of schokkerig uitvoert, moet dit onder ‘opmerkingen’ worden vermeld.

 Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie

Indien DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Advies  Adviseer ouders over het spelen met hun kind en ga daarbij in op de interactie (hechting).
Alarmsymptoom

Trilligerige handmotoriek, asymmetrie in uitvoering. Het niet laten zien van joint attention is een alarmsignaal voor ASS; op korte termijn consultatie van VS/JA.

   

Overweging

Het verwaarlozen (in functioneel gebruik) van één of beide handen of armen geldt op elke leeftijd als alarmerend (Touwen, 1990). Het gebruiken van slechts één hand kan gemakkelijk ten onrechte als lateralisatie worden opgevat.
Trillerige of schokkerige bewegingen gelden na het eerste levensjaar als alarmerend (Touwen, 1992).
Het niet laten zien van joint attention is een alarmsignaal voor ASS.
Referenties Bijlage 8, tabel 11.

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie. Dit kenmerk bevat belangrijke aanwijzingen voor mogelijke verstoringen in ‘joint attention’, een belangrijk signaal voor mogelijke ASS. (zie: richtlijn ASS)

Deel dit met je netwerk