64. Kruipt vooruit, buik op de grond

Van Wiechenfilmpje

Dit filmpje kan gebruikt worden om ouders te betrekken bij het onderzoek en dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals:
Vooral uit veiligheidsoverwegingen is bij dit kenmerk de aanbevolen uitgangspositie van het kind: liggend op de buik op een oefenmat op de grond. In de praktijk kan het gebeuren, dat als de onderzoeker het kind op de buik neerlegt op het onderzoekskussen, het over een korte afstand vooruit gaat kruipen met de buik op de ondergrond. Dit kan soms voldoende informatie geven om het kenmerk te beoordelen.

Achtergronden
Ontwikkelingsveld Grove motoriek.
Neurologisch aspect De coördinatie van hoofd, romp, armen en benen is zo ver ontwikkeld, dat het kind zich door alternerende bewegingen van armen en benen kan verplaatsen. Soms doen de benen nog niet mee. Veel kinderen ‘tijgeren’ aanvankelijk achteruit, maar na een periode van oefenen, ook vooruit. In een volgend ontwikkelingsstadium komen de billen van de grond, daarna volgen de schouders en romp, zodat het kind tot echt kruipen in staat is. Dit wordt onderzocht bij kenmerk 66.
Onderzoekleeftijd Referentiewaarden (percentage dat het kenmerk positief scoort)
47-48 weken 92,6 %
49-50 weken 93,8 %
51-52 weken 96,1 %
NB: periode week 1 betreft de leeftijd vanaf de geboortedag tot en met dag 6, periode week 2 de leeftijd van dag 7 tot en met dag 13, etc.
Onderzoekmethode
Uitgangspositie kind Het kind ligt op zijn buik (op een oefenmat) op de grond. Het laten kruipen op de onderzoektafel is uit veiligheidsoverwegingen en vanwege de beperkte ruimte niet aan te bevelen.
Uitvoering onderzoek De onderzoeker legt een stuk speelgoed vóór het kind neer op een zodanige afstand dat het kind er niet bij kan en zich dus moet verplaatsen om het te pakken. De onderzoeker (of de ouder) mag zo nodig het kind aanmoedigen het stuk speelgoed te pakken.
Observatie De onderzoeker observeert of, en zo ja, op welke wijze het kind zich voorwaarts beweegt.
Anamnese Als het gewenste gedrag niet kan worden waargenomen vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Kruipt … vooruit en zo ja, hoe doet hij dat?”.
Beoordeling
Positief Het kind beweegt zich voorwaarts door alternerend links en rechts verplaatsen van de armen, al dan niet in combinatie met de benen. Het kind trekt zich als het ware aan de onderarmen op en zet zich eventueel tegelijkertijd met de benen af (tijgersluipgang) (zie figuur).
Negatief
  • Het kind kruipt of tijgert niet (vooruit) of
  • het kind beweegt zich billenschuivend voort en
  • de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

Kenmerk 64 Kruipt vooruit, buik over de grond

Registratie + Bij geobserveerde positieve respons.
M Bij anamnestisch positieve respons.
-­ Bij negatieve respons: onder ‘opmerkingen’ registreren op grond waarvan de respons negatief werd beoordeeld.
Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie Indien de DA of de JV het kenmerk uitvoert volgt bij een negatieve score altijd overleg met VS/JA.
Vraag na en noteer bij opmerkingen: billenschuiven. Zo ja, observeren hoe het kind dit doet.
Advies Adviseer ouders om de grofmotorische ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van het kruipen.
Alarmsymptoom Bij afwijkende vormen van kruipen (zoals billenschuiven) of asymmetrie, bij billenschuiven op een stereotiepe manier en het kind kan niet van lig naar zit; consultatie van VS/JA op korte termijn.
Overweging Het komt voor dat een kind in zijn ontwikkeling de fase van het kruipen overslaat zonder dat er sprake is van een afwijkende ontwikkeling (zie hoofdstuk 3).

Welkom op onze nieuwe website!

Heb je een gebruikersaccount? Dan ontvang je van ons een mail om je account opnieuw te activeren.