56. Heft kin even van onderlaag

grove motoriek

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Grove motoriek.
Neurologisch aspect

Ontwikkeling van de oprichtreacties. Op de leeftijd van 4 weken ligt het kind in buikligging gewoonlijk nog met de benen opgetrokken onder de buik, waardoor het bekken omhoog ligt; de armen zijn gebogen en liggen tegen het lichaam aan (adductie/ flexie fase). De handen zijn voornamelijk gesloten. Dit is de houding van de normale pasgeborene. Na deze leeftijd neemt de flexie van de heupen geleidelijk af en komt het bekken meer op de ondergrond en gaat de flexie van armen en benen geleidelijk over in extensie. Zie voor de ontwikkeling van houdings­ en bewegingspatronen hoofdstuk 3 en de kenmerken 52, 53, 57 en 58.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

4 weken.

Spreiding

3 -­ 6 weken.

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Het kind ligt bloot op zijn buik op de onderzoektafel met het hoofd in de middenstand.

Uitvoering onderzoek

Zo nodig brengt de onderzoeker het hoofd van het kind in de middenstand. Zo nodig stimuleert de onderzoeker het kind door op ooghoogte tegen hem te praten of vraagt de ouder dit te doen. Daarbij mag noch de onderzoeker, noch de ouder het kind aanraken.

Observatie

De onderzoeker observeert de houding van hoofd, romp, armen en benen.

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind richt het hoofd even (1-2 tellen) op. De kin moet hierbij los komen van de ondergrond. De houding van armen en benen is hierbij symmetrisch (zie figuur).

Negatief

Niet oprichten van het hoofd

en/of

asymmetrische houding

en/of

bekken op de onderlaag

en/of

imperatieve opisthotonus.

Kenmerk 56 Heft kin even van de onderlaag
Registratie

+ Bij positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Bij een negatieve respons onder ‘opmerkingen’ registreren op grond waarvan de negatieve beoordeling werd gegeven (bijvoorbeeld afwijkende houdingspatronen of imperatieve opisthotonus).

Discipline JV, VS en JA mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de JV het kenmerk uitvoert volgt op een negatieve score altijd overleg met VS/JA.

Advies Adviseer ouders om de grofmotorische ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het oefenen op de buik onder toezicht. 
Alarmsymptoom

Extreem en dwangmatig oprichten van het hoofd (imperatieve opisthotonus) en asymmetrie; op korte termijn consultatie van VS/JA.

   
Overweging

Extreem en dwangmatig oprichten van het hoofd (imperatieve opisthotonus) kan ook in rugligging worden geobserveerd en moet onderscheiden worden van overstrekken van nek en rug, dat variabel (dus: niet imperatief) aanwezig kan zijn bij vooral actieve kinderen in de leeftijd van 1 tot 3 maanden. Imperatieve opisthotonus is altijd pathologisch en moet als een alarmerende bevinding worden opgevat.

 

Referenties Bijlage 8, tabel 56.

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: Zo nodig brengt de onderzoeker het hoofd van het kind in de middenstand. Zo nodig stimuleert de onderzoeker het kind, door op ooghoogte tegen het kind te praten, of vraagt de ouder dit te doen. Daarbij mogen noch de onderzoeker noch de ouder het kind aanraken. De kin hoeft slechts 1 à 2 tellen van de ondergrond los te komen. De houding van armen en benen van het kind is hierbij symmetrisch.

Deel dit met je netwerk