43. Noemt zichzelf “mij” of “ik”

communicatie

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Communicatie (actieve taalontwikkeling) en persoonlijkheid.
Psychologisch aspect

Meestal beginnen kinderen zichzelf bij hun voornaam of een verbastering daarvan te benoemen. Daarna beginnen ze zichzelf ook aan te duiden door middel van ‘mij’ of ‘ik’. Het zichzelf aanduiden met ‘mij’ of ‘ik’ laat zien dat het kind inzicht krijgt in de steeds wisselende aanduidingen van dezelfde persoon binnen het communicatieve systeem, waarbij ‘ik’ voor de ander ‘jij’ is en omgekeerd. Het zelfbewustzijn is ontstaan.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

30 maanden (2,5 jaar).

Spreiding

29 ­- 30 maanden (125 ­- 129 weken).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Niet bepaald.

Uitvoering onderzoek

Geen bepaalde handeling.

Observatie

De onderzoeker observeert hoe het kind zichzelf noemt als het over zichzelf spreekt.

Anamnese

Wanneer het gewenste gedrag niet tijdens het consult kan worden waargenomen, vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Hoe noemt ... zichzelf, bijvoorbeeld als hij iets wil hebben?”

   

Beoordeling

 

Positief

Als het kind over zichzelf spreekt benoemt hij zich met “mij” of “ik”.
Negatief

Het kind spreekt niet over “mij” of “ik” maar benoemt zichzelf met zijn naam of een verbastering daarvan.

of

het kind gebruikt uitsluitend andere persoonlijke voornaamwoorden (jij / jullie)

en

uit het antwoord van de ouder op de vraag van de onderzoeker is niet af te leiden dat het kind zichzelf aanduidt met “mij” of “ik”.

   
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Indien de eigen naam gebruikt wordt dit onder ‘opmerkingen’ registreren.

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Advies

Adviseer ouders om de communicatieve ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van de taalontwikkeling.

   
Overweging

Kinderen met kenmerken van stoornissen in het autistisch spectrum zullen ‘mij’ of ‘ik’ niet of pas veel later gaan gebruiken. Ook papegaaien deze kinderen veel (zie hoofdstuk 11).

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 43.

Dit kenmerk is ook van belang voor de concept richtlijn Vroegtijdige opsporing gehoorstoornissen 0-18 jaar.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Deel dit met je netwerk