37. Zegt 2 “geluidswoorden” met begrip

communicatie

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Communicatie (actieve taalontwikkeling).
Psychologisch aspect

Dit kenmerk betreft het begin van de taalproductie. In het schemergebied tussen brabbelen en woorden produceren, zo rond het begin van het tweede levensjaar, komen de zogenaamde protowoorden voor. Op deze leeftijd zijn kinderen volleerde imitatoren. Naast het imiteren van bepaalde actiescenario’s (bijvoorbeeld met de kam kun je het haar van de pop kammen) gaan zij nu ook bepaalde geluiden imiteren die hun acties begeleiden. Het kind gebruikt onomatopeeën (geluidswoorden) waarmee het kind acties, dieren en voorwerpen benoemt met het bijbehorend geluid. Bijvoorbeeld “brrr” bij het rijden met een autootje, “boe” voor koe, “waf­waf” voor hond, “tik­tak” voor klok, “da” bij het dagzwaaien, “boem” als iets valt. Het kind gaat daarnaast nog door met brabbelen.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

15 maanden.

Spreiding

14 -­ 23 maanden (60 -­ 99 weken).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Niet bepaald.

Uitvoering onderzoek

Geen bepaalde handeling.

Observatie

De onderzoeker observeert tijdens het consult of het kind spontaan onomatopeeën produceert of (eigen) ‘woordjes’ zegt die voor het kind een vaste betekenis hebben.

Anamnese

Als het gewenste gedrag niet kan worden geobserveerd, vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Noemt ... voorwerpen bij het geluid dat zij maken? en, zo ja: “Kunt u daarvan enkele voorbeelden noemen?” Als de vraag ontkennend wordt beantwoord moet gevraagd worden of het kind eigen woordjes met een vaste betekenis heeft (bijvoorbeeld “ba” voor bal, “da” voor dag).

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind produceert (tijdens het spel) minimaal 2 onomatopeeën of (eigen) ‘woordjes’.

Negatief

Het kind produceert tijdens het consult geen onomatopeeën, noch (eigen) woordjes

en

de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

   
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VA/JA geconsulteerd worden.

Advies  Adviseer ouders om de communicatieve ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van de taalontwikkeling (taalaanbod, spreektempo, beurtgedrag). 
Overweging

Bij de interpretatie van de respons moet de onderzoeker rekening houden met de kwantiteit en de kwaliteit van het taalaanbod, met de taalproductie en met de ouder­kind relatie.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 37.

Dit kenmerk is ook van belang voor de concept richtlijn Vroegtijdige opsporing gehoorstoornissen 0-18 jaar en de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: Meestal zal het kind tijdens het consult weinig praten. Daarom is het van belang, dat de onderzoeker in eerste instantie de productie van onomatopeeën (klanknabootsingen) navraagt en zo nodig goed doorvraagt, om er achter te komen, hoever het kind is met de taalontwikkeling. De woorden ‘mama’ en ‘papa’ worden niet meegerekend.

Deel dit met je netwerk