35. Reageert op mondeling verzoek

communicatie

Achtergronden

 
Ontwikkelingsveld

Communicatie (passieve taalontwikkeling), persoonlijkheid en sociaal gedrag.

Psychologisch aspect

Taalbegrip is een voorwaarde voor taalproductie. Een van de eerste uitingen van taalbegrip is het adequaat reageren als het kind wordt gevraagd een hem bekend voorwerp of bekende persoon aan te wijzen op de vraag: “Waar is ...?”

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

52 weken (12 maanden).

Spreiding

43 -­ 77 weken (10 ­- 18 maanden).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Niet bepaald.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker vraagt naar enkele voorwerpen of personen die in de onderzoekkamer aanwezig zijn en waarvan kan worden aangenomen dat het kind die kent en door het kind kunnen worden gezien. NB niet het favoriete speeltje (zie Overweging). De onderzoeker mag geen gebaren maken of kijken in de richting van het voorwerp waarnaar, of de persoon naar wie wordt gevraagd. 
Voorbeelden van vragen zijn: "Waar is de klok?", "Waar is de bal?", “Waar is je pop?”, “Waar is je beer?”, "Waar is mama?” Als het kind gewend is een bepaald voorwerp met kindertaal te benoemen (‘tik­tak’ voor klok), mag dit woord in de vraag worden gebruikt.

Observatie

De onderzoeker observeert of het kind adequaat (zie onder beoordeling) reageert op de vraag waar een bepaald voorwerp (niet het favoriete speeltje) of een bepaalde persoon in de kamer is.

Anamnese

Als de gewenste respons niet kan worden waargenomen, vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Als u thuis aan ... vraagt waar bepaalde voor hem bekende voorwerpen (niet het favoriete speeltje) of personen zijn (zonder deze zelf aan te kijken of te wijzen), reageert ... dan door te wijzen of in de goede richting te gaan kijken?”. Zo ja “Kunt u daarvan een paar voorbeelden geven?”.

   
Beoordeling

 

Positief

Op de vraag waar zich het genoemde voorwerp of persoon in de kamer bevindt, reageert het kind met zijn blik in die richting te wenden

en/of

naar het voorwerp of de persoon te wijzen.

Negatief

Het kind reageert niet met aanwijzen of kijken in de richting van het voorwerp waarnaar/ de persoon naar wie wordt gevraagd

en

de ouder beantwoordt bovengenoemde vraag ontkennend.

   
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kernmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Advies Adviseer ouders om de communicatieve ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het spelen met hun kind (bijvoorbeeld door het zingen van kinderliedjes met gebaren). 
Alarmsymptoom

Geen of onvoldoende reactie op geluid; op korte termijn consultatie van VS/JA.

   
Overweging

Bij de interpretatie van de respons moet de onderzoeker rekening houden met de kwantiteit en kwaliteit van het taalaanbod. Wanneer een kind niet of zelden reageert op een mondeling verzoek kan er ook sprake zijn van andere problemen zoals: een gehoorprobleem, een probleem inhet taalbegrip, een probleem op het cognitieve vlak, een probleem in het autistisch spectrum of een probleem in de ouder­kind interactie c.q. hechting. Zo zullen onveilig gehechte kinderen minder behoefte hebben aan het maken van contact en het exploreren van de omgeving. Kinderen met ASS kunnen ofwel helemaal niet reageren op mondeling verzoek, ofwel uitsluitend associatief bij het horen noemen van hun favoriete speeltje. Zij stijgen dan niet uit boven de associatie.

 

Referenties Bijlage 8, tabel 35.

Dit kenmerk is ook van belang voor de concept richtlijn Vroegtijdige opsporing gehoorstoornissen 0-18 jaar en de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie. In deze video wordt alleen een 'ander speeltje' genoemd. Ook andere voorwerpen (denk aan huisdieren, broer, zus, etc.) mogen genoemd worden. 

Bijkomende instructie voor professionals: Wanneer een kind niet of zelden reageert op een mondeling verzoek, of uitsluitend op zijn favoriete speeltje, kan er ook sprake zijn van andere problemen. Zie de tekst bij ‘Overweging’.

Deel dit met je netwerk