15. Stapelt 3 blokjes

fijne motoriek, adaptatie, persoonlijkheid en sociaal gedrag

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Fijne motoriek en adaptatie.
Neurologisch aspect

Zie kenmerk 13. Op deze leeftijd verlopen de bewegingen van de armen vloeiend vanuit de schouder, waarbij de onderdelen van de beweging goed op elkaar aansluiten en niet als afzonderlijk worden waargenomen. Omdat er op deze leeftijd in het algemeen nog geen lateralisatie is, moeten beide handen afzonderlijk worden onderzocht (hoofdstuk 3).

Psychologisch aspect

Naast een zekere mate van motorische ontwikkeling vereist het uitvoeren van deze handeling een zekere mate van cognitieve ontwikkeling. Aan de uitvoering van de opdracht zijn twee componenten te onderscheiden: enerzijds de wijze van hanteren van de blokjes (neurologische component) en anderzijds de doelgerichtheid waarmee het kind de toren bouwt (cognitieve component).
Op deze leeftijd richt het kind zijn aandacht vooral op het doel van de handeling en niet zozeer op de uitvoering daarvan (hoofdstuk 2).

   

Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

24 maanden (103 weken).

Spreiding

21 -­ 27 maanden (90 -­ 116 weken).
   
Onderzoekmethode  
Uitgangspositie kind

De ouder zit aan een tafel tegenover de onderzoeker. Het kind zit bij de

ouder op schoot, dichtbij en recht voor de tafel. De tafel moet zodanig

opgeruimd zijn dat het kind niet wordt afgeleid. Het kind moet zo zitten

dat het zijn armen vrij kan bewegen en de blokjes gemakkelijk kan

hanteren.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker legt zes blokjes tegelijk voor het kind op tafel neer en

zegt: “Bouw maar een toren”. Zo nodig mag hij het kind aanmoedigen

door voordoen en vervolgens de blokjes tegelijk neer te leggen bij de

andere 3 blokjes op de tafel vlak bij het kind. Maximaal twee maal

voordoen. De rechter­ en linkerhand worden apart onderzocht.

Observatie

De onderzoeker observeert of het kind drie blokjes stapelt, zowel links als

rechts.

Observatie is ook mogelijk terwijl het kind spontaan een toren bouwt.

   
Beoordeling  
Positief Het kind stapelt drie blokjes zonder dat de toren omvalt.
Negatief

Het kind bouwt geen toren

of

het kind bouwt een toren van twee blokjes.

   

Registratie

+ Bij positieve respons.

- Bij negatieve respons.

Links en rechts afzonderlijk registreren. 

Bij ‘opmerkingen registreren:

  • spontaan of na voorbeeld
  • in één keer of na proberen
  • soepel of houterig of stijf of trillerig.
Discipline

Alle disciplines mogen alle onderdelen doen. 

Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Bij opmerkingen noteren bijvoorbeeld twee i.p.v. 3 blokjes/duplo gewend; wel of geen ervaring.

Advies 

 Adviseer ouders over het spelen met hun kind en daarbij het stapelen te stimuleren

Alarmsymptoom  Trillerige handmotoriek, asymmetrie in uitvoering; op korte termijn consultatie van de VS/JA. 
Overweging

Aan de uitvoering van dit kenmerk zitten veel kwalitatieve aspecten vast, waardoor ook een positieve respons een signaalfunctie kan hebben. Bij een kind dat weliswaar drie blokjes stapelt, maar dit pas na twee maal voordoen en met enkele keren proberen met stijve bewegingen uitvoert, zal men een andere afweging maken als ook andere kenmerken negatief zijn gescoord dan bij een kind dat de toren spontaan, in één keer en soepel uitvoert.
Als het kind de opdracht niet uitvoert, moet nagegaan worden of het kind ervaring heeft met het spelen met blokken. Als dat niet zo is, moet dit bij ‘opmerkingen’ worden genoteerd.
Het verwaarlozen (in functioneel gebruik) van een arm of een hand geldt op elke leeftijd als alarmerend (Touwen, 1990).
Trillerige handmotoriek geldt na het eerste levensjaar als alarmerend (Touwen, 1992).

   

Referenties

Bijlage 8, tabel 15.

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie. In deze video wordt niet gezegd dat er een specifiek aantal blokjes neergelegd moet worden (bij 18 maanden zijn dat er 4 en bij 2 jaar zijn dat er 6).

Opmerking: Door de ene hand zachtjes vast te houden, kan de onderzoeker een situatie uitlokken waardoor het kind ook met de andere hand gaat bouwen.

Deel dit met je netwerk