Besluit Publieke gezondheid

Vanaf 1 december 2008 is de Wet publieke gezondheid (Wpg) in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Wet collectieve preventie volksgezondheid. Een aangepast Besluit Publieke gezondheid is per 1 januari 2015 ingegaan.

De wet geeft in paragraaf 2, artikel 5.1 aan welke taken de JGZ heeft op het terrein van de publieke gezondheid voor 0 - 19 jarigen. De huidige wet bepaalt dat er ten minste gezorgd moet worden voor:

  • het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren;
  • het ramen van de behoeften aan zorg;
  • de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met uitzondering van de perinatale screening op phenylketonurie (PKU), congenitale hypothyroïdie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS) en het aanbieden van vaccinaties voortkomend uit het Rijksvaccinatieprogramma;
  • het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding;
  • het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. 

Artikel 5.3 geeft aan dat bij uitvoering van de taak, voor zover het gaat om vastleggen van patiëntgegevens als bedoeld in artikel 7:454 van het Burgerlijk Wetboek, gebruik moet worden gemaakt van digitale gegevensopslag. Ter uitvoering van deze taken moet de gemeente zorgen voor de instelling en instandhouding van een gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD). Voor de uitvoering van de taken van de JGZ a t/m d mag de gemeente ook een andere organisatie dan de GGD inschakelen.

In het Besluit Publieke gezondheid worden de gemeentelijke taken uit de Wpg nader uitgewerkt, waaronder de taken op het gebied van de JGZ. In hoofdstuk 3, artikelen 3-10 staan de werkzaamheden van de jeugdgezondheidszorg beschreven. 

Deel dit met je netwerk