Nieuws 18 mei 2026

Samen werken aan vroege herkenning van stress en passende ondersteuning

Op donderdag 26 maart 2026 kwamen onderzoekers, professionals en stakeholders bijeen voor de consortiumbijeenkomst van het onderzoeksprogramma HEALS. De middag stond in het teken van voortgang: waar staan we, wat hebben we geleerd van ouders en professionals, en hoe bouwen we toe naar een praktijkpilot?

HEALS — voluit: Healthy Early Life Start — is een vijfjarig onderzoeksprogramma dat wordt gefinancierd vanuit de Nationale Wetenschapsagenda met een subsidie van 2,6 miljoen euro. Het doel: stress bij kinderen in de eerste 1000 dagen en hun (toekomstige) ouders vroeg te herkennen en gezinnen waar nodig toe te leiden naar passende ondersteuning. De coördinatie ligt bij het UMCG (Menno Reijneveld) en TNO Child Health (Symone Detmar).

Het consortium bestaat onder andere uit drie UMC’s, drie universiteiten, TNO, Hogeschool Utrecht, NCJ, twee GGD’en en meerdere verloskundige praktijken. Een breed consortium met één gedeeld doel: alle kinderen een gezonde start geven.

Co-creatie: samen ontwikkelen met ouders en professionals

Het programma werkt met het zogenoemde Double Diamond-model: eerst breed verkennen wat het probleem precies is, dan gericht toewerken naar oplossingen die echt werken in de praktijk. Ouders, professionals en ervaringsdeskundigen spelen hierin een centrale rol.

Uit gebruikersgroepen in Leiden en Friesland — waarbij ouders en professionals gezamenlijk spraken over vroeg stress herkennen — kwamen duidelijke inzichten over wat ouders waarderen en wat hen zorgen baart.

Wat ouders belangrijk vinden

  • Aandacht voor zowel het kind als de ouder zelf.
  • Keuzevrijheid en regie over de eigen zorg.
  • Praktische hulp bij het vinden van passende ondersteuning.
  • Sociale steun vanuit de omgeving.

Zorgen van ouders

  • Te veel zelf moeten uitzoeken.
  • Het gevoel niet serieus genomen te worden of ongewenst beoordeeld te worden.

Professionals herkennen deze zorgen. Zij benadrukken bovendien de noodzaak van korte lijnen tussen zorgverleners en wijzen op de spanning die ontstaat wanneer ouders met een verhoogd risico hulp weigeren — terwijl werkdruk en bezuinigingen de ruimte voor maatwerk beperken.

Eigenlijk kan vrijwel alles worden uitgevraagd of gebruikt, als je maar goed uitlegt waarom — en wat het de ouder en het kind oplevert.

Deelnemer gebruikersgroep (ouder)

Wetenschappelijke onderbouwing: wat weten we over stress en meetbare signalen in je lichaam (biomarkers)?

Het onderzoeksprogramma HEALS is opgedeeld in verschillende werkpakketten en projectteams.

Werkpakket 2 bouwt de wetenschappelijke basis voor een hulpmiddel dat de kans op langdurige, ongezonde stress vroeg kan herkennen. Onderzoekers presenteerden voorlopige resultaten uit twee uitgebreide literatuurreviews.
De eerste review keek naar verbanden tussen vroege blootstellingen — zoals medische ingrepen, fijnstof of traumatische ervaringen — en meetbare signalen in je lichaam (biomarkers) zoals hartslag en ademfrequentie. De tweede review onderzocht of die meetbare signalen in je lichaam in de eerste twee levensjaren voorspellend zijn voor gezondheid en gedrag tot aan de leeftijd van 18 jaar.

Naast literatuuronderzoek, worden gegevens uit drie grote cohortstudies gebruikt voor de ontwikkeling van het model, dat de basis is voor de inschattingshulp voor het vroeg herkennen van stress. Er wordt begonnen met reguliere zorggegevens; informatie die al beschikbaar is in het dossier. Dit kan worden aangevuld met gerichte vragen waar nodig, bijvoorbeeld met gegevens over overmatig huilen, slaapproblemen, voedingsproblemen en moeite met zelfregulatie in het eerste levensjaar. Ook factoren bij de ouders zelf — zoals psychische klachten of eerdere traumatische ervaringen — kunnen worden meegenomen in het model.

Langdurige, gematigde stress — zonder grote zichtbare stressor — blijft nu vaak onder de radar. Juist de stapeling van kleine factoren kan schadelijk zijn. Die gezinnen willen we eerder bereiken.

Onderzoeker HEALS

Inschattingshulp en keuzeondersteuning voor professionals

Binnen HEALS worden twee hulpmiddelen voor professionals in de geboortezorg en de JGZ ontwikkeld. Het eerste helpt professionals om (de kans op) stress bij gezinnen vroeg te herkennen. Het tweede helpt professionals om, samen met de ouders, passende ondersteuning te kiezen als er stress is of dreigt te ontstaan. Het eerste hulpmiddel noemen we ‘inschattingshulp’; het tweede hulpmiddel noemen we keuzeondersteuning.

Keuzehulp: passende ondersteuning voor ieder gezin

Naast het herkennen van stress is het even belangrijk dat ouders en professionals weten waar ze terechtkunnen. Werkpakket 4 werkt aan een het ontwikkelen van keuzeondersteuning voor professionals, zodat zij samen met (toekomstige) ouders passende ondersteuning vinden.

Er zijn al keuzehulpen op de markt, zoals die van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) en de Pharos keuzehulp van Kansrijke Start. Professionals zien meer in doorontwikkelen van wat er al is dan in het opnieuw uitvinden van het wiel. Bestaande hulpmiddelen worden gewaardeerd om hun duidelijke zorgpaden, maar kennen ook beperkingen: te veel jargon, verouderde lokale informatie, beperkte gebruiksvriendelijkheid voor ouders zelf.

Wat professionals en ouders willen

  • Een interactieve website of app, eenvoudig te gebruiken en te updaten.
  • Koppeling met het dossier, zodat bekende informatie automatisch wordt ingeladen.
  • Meertalig, met voorleessoftware — ook bruikbaar voor ouders met lagere digitale vaardigheden.
  • Duidelijkheid over kosten, vergoedingen en beschikbaarheid van zorg.
  • De mogelijkheid om na het consult een samenvatting te ontvangen per e-mail of pdf.
  • Ervaringsverhalen en video’s om informatie toegankelijker te maken.

Een opvallend signaal: de meeste professionals kennen de bestaande keuzehulpen nauwelijks. De vraag is dus niet alleen of de hulpmiddelen goed genoeg zijn, maar ook hoe ze beter onder de aandacht kunnen worden gebracht.

De keuzeondersteuning voor professionals moet ook los van de inschattingshulp bruikbaar zijn — niet elke ouder heeft een ‘score’ nodig om ondersteuning te zoeken. Wel helpt het als de uitkomsten van beide hulpmiddelen dezelfde taal spreken, zodat het gesprek tussen professional en ouder soepel verloopt. Bij een verhoogd risico benadrukken professionals dat er ruimte moet zijn voor verwerking: een vervolgafspraak is dan geen luxe maar een noodzaak.

Als er een verhoogd risico wordt besproken, moeten ouders daar tijd voor krijgen. Een vervolgafspraak is dan geen extra stap — dat is gewoon noodzakelijk.

Professional, gebruikersgroep

Op weg naar de praktijkpilot

Alle werkpakketten bouwen toe naar een praktijkpilot, die naar verwachting in het voorjaar van 2027 van start gaat. In de pilot wordt de inschattingshulp en de keuzeondersteuning getest in twee JGZ-organisaties en vier à vijf verloskundige praktijken.

Het doel van de pilot is expliciet niet om te bewijzen dat de middelen effectief zijn. De pilot toetst haalbaarheid, toepasbaarheid en acceptatie: kunnen professionals er praktisch mee werken, past het in de consultvoering, en voelen ouders zich geholpen?

Evaluatie vindt plaats via focusgroepen, interviews en vragenlijsten.

Experimenteel onderzoek naar verrijkte inschatting van stress:

In werkpakket 3 wordt experimenteel onderzoek gedaan naar nieuwe manieren voor het herkennen van stress, onder meer met behulp van wearables (zoals smartwatches) bij ouders en sensoren bij kinderen (zoals de Bambi Belt), aangevuld met vragenlijsten en dagboekmethoden. Hiermee worden patronen gemeten bij de ouders en de baby. Onderzocht wordt of deze patronen kunnen helpen om meer grip te krijgen waar stress vandaan kan komen. Deze wearables zullen bij een kleine groep gezinnen worden uitgetest in een experimentele pilotstudie.

Wat vragen stakeholders?

Tijdens het stakeholderoverleg kwamen praktische en maatschappelijke vragen op tafel. Professionals uit de verloskunde brachten in dat investeren in de relatie met ouders — nabijheid, vertrouwen, contextkennis — minstens zo waardevol is als een nieuw hulpmiddel. Hulpmiddelen moeten die relatie ondersteunen, niet vervangen.

Er werd ook gewezen op bredere structurele factoren: woningcrisis, financiële stress, wachtlijsten in de GGD en Jeugdzorg. HEALS richt zich op de signalering en toeleiding, maar de werking van een hulpmiddel staat of valt met het beschikbaar zijn van de ondersteuning daarna. Dat vraagt om samenwerking met partijen ver buiten de zorg.

Tot slot vroeg een aanwezige: is de meerwaarde van een risicoscore wel duidelijk als zorgverleners toch al reageren op problemen zoals armoede of gezinsproblemen? Het antwoord van de onderzoekers: juist de gematigde, alledaagse stress — zonder grote zichtbare stressor — wordt nu gemist. Dat is precies de groep die HEALS beter wil bereiken.

Meer informatie

Lees meer over het onderzoeksprogramma HEALS op ncj.nl/heals, inclusief het themadossier, de FAQ en eerdere verslagen van consortiumbijeenkomsten.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier

Welkom op onze nieuwe website!

Heb je een gebruikersaccount? Dan ontvang je van ons een mail om je account opnieuw te activeren.