“Hoe belangrijk deze sector is moet iedere JGZ-medewerker op zijn netvlies hebben”

16 november 2016

119.000 kinderen. Dat is het aantal slachtoffers van kindermishandeling en verwaarlozing per jaar. Frans Feron, hoogleraar Sociale Geneeskunde en in het bijzonder jeugdgezondheidszorg (JGZ), weet als geen ander hoe belangrijk de JGZ is om kindermishandeling tegen te gaan: ‘We moeten naast ouders gaan staan en kijken wat we samen voor elkaar krijgen. Dát is de uitdaging voor de toekomst.’

In zijn al 36 jaar durende carrière werkte Feron als jeugdarts, vertrouwensarts kindermishandeling en nu als hoogleraar aan de Universiteit Maastricht. Hij zag jonge cliënten op latere leeftijd terugkomen met kinderen en soms kleinkinderen, en deed onderzoek naar de effecten van mishandeling op de ontwikkeling van het kind. Het leerde hem dat het woord “kindermishandeling” te breed is en de diagnose juist te beperkt. ‘Geen enkel geval is hetzelfde’, vertelt hij toegewijd. ‘Daarom ben ik kindermishandeling niet meer als diagnose gaan zien, maar als symptoom. Van een gezin dat is vastgelopen. Dat ziek is, zou je kunnen zeggen. Daarvan heb je acute gevallen, maar vaak gaat het over situaties die net niet erg genoeg lijken voor hulpverleners om door te pakken. En grijp je dus pas in wanneer er een diagnose is, dan ben je eigenlijk al te laat. Hier ligt een enorme kans voor iedere JGZ-professional: bevind je in de aanloop naar de diagnose toe. Kijk naar symptomen, probeer te voorspellen hoe het met het kind is over een maand, een jaar of 5 jaar. En bedenk zo wat je moet doen om het kind te helpen.’

Tijdig het gesprek aangaan

Op het juiste moment ingrijpen begint bij de ouders, stelt Feron. Elke vorm van moeilijk gedrag bij een kind is volgens hem al een risico op mishandeling. Gedraagt een kind zich zorgwekkend, dan moet je als JGZ-professional tijdig het gesprek aangaan. ‘Daarbij is één ding heel belangrijk: iedere ouder heeft het beste voor met zijn kind. Maar iedere ouder wordt ook weleens tot het uiterste gedreven. Wanneer je het beste wilt en dat niet lukt, dan loop je tegen enorme frustratie aan. Die onmacht kan omslaan in agressie. Kindermishandeling is altijd een samenloop van omstandigheden. De JGZ kan heel veel doen om dit soort situaties te voorkomen. Primair preventief, door ouders bijvoorbeeld goede voorlichting te geven. Of secundair preventief, door risico’s te signaleren en deze aan te kaarten. We moeten náást ouders gaan staan.

Veranderingen in het brein

De impact van kindermishandeling en verwaarlozing op het brein is groot, leerde Feron tijdens zijn onderzoeken. Al meer dan 10 jaar geleden is aangetoond dat blootstelling aan geweld en emotionele mishandeling een negatieve impact heeft op de ontwikkeling van hersenen en gedrag. Zelfs zodanig dat dit het erfelijk materiaal beïnvloedt. ‘Kindermishandeling kan het brein veranderen. Structureel en functioneel. De hersenen ontwikkelen zich minder goed. Daarnaast weten we ook dat mishandeling de stresshormoonhuishouding kan verstoren. Blijvend zelfs. Die verandering wordt sterk gerelateerd aan complexe aandoeningen op latere leeftijd, zoals posttraumatische stress of een zwak immuunsysteem. En heel vervelend: dit kan leiden tot transgenerationele effecten. Dus de zonen en dochters van mishandelde kinderen kunnen dezelfde verstoorde stresshormoonhuishouding hebben. Nog voor ze opgroeien.’

Theorie en praktijk

De wetenschappelijke resultaten maken dat Feron des te meer pleit voor preventie. Niet ‘find it and fix it’, zoals de gezondheidszorg nu vaak werkt, maar symptomen herkennen en kijken wat je samen met ouders en ketenpartners kunt doen. ‘Predict it and personalize it. Dát wordt de uitdaging voor de JGZ voor de toekomst. Als JGZ-medewerkers beter uitgerust zijn en meer mankracht hebben, voorkomen we slachtoffers en besparen we miljarden aan zorgkosten. We kunnen en moeten wetenschap en JGZ dichter bij elkaar brengen. Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) kan daarin een brugfunctie vervullen door relevant onderzoek te vertalen naar bruikbare invalshoeken. Nu duurt het gemiddeld 15 á 17 jaar voordat relevante wetenschappelijke ontwikkelingen op de werkvloer belanden. Dat is veel te lang.’

Bezuinigingen

‘Ik hoop dat de JGZ over 20 jaar nog bestaat’, zegt Feron plots. ‘Ik zie dat gemeenten en overheid deze sector verwaarlozen. Meer werk maken van preventie staat in de door de overheid geformuleerde transformatiedoelstellingen. De bezuinigingen op het NCJ staan daar haaks op. En dat terwijl de sector zo veel unique selling points heeft. De JGZ werkt niet alleen vraaggericht, maar ook preventief, actief-anticiperend en detecterend. De JGZ is laagdrempelig, heeft het een hoog bereik en alle kinderen in beeld. Daardoor wordt er ongelofelijk veel data opgebouwd. Daarnaast zijn jeugdartsen en verpleegkundige specialisten zijn als enige binnen de jeugdketen geautoriseerd om lichamelijk onderzoek te doen. Dat is ongelofelijk waardevol, zeker bij een vermoeden van kindermishandeling! Bezuinig je dit weg, dan verlies je de problematiek uit het oog. Hoe belangrijk deze sector is en waarom, dat zou eigenlijk iedere JGZ-professional op zijn netvlies moeten hebben. Want politici en beleidsmedewerkers komen ook op het spreekuur. We moeten laten zien wat we doen, voor de kinderen.’

‘Mijn studenten vragen weleens: wanneer weet je of je het goed hebt gedaan?’, zegt Feron. ‘Dan zeg ik: als je de kinderen van nu over 20 jaar weer ontmoet, durf je ze dan recht in de ogen te kijken voor wat je nú voor ze hebt gedaan? Als het antwoord ja is, dan heb je het goed gedaan.’

 

Interessant artikel? Lees ook:

 

 

 

Deel dit met je netwerk