Begin jaren negentig kwam ik naar Nederland. Als jonge vluchteling die de Nederlandse taal niet sprak, ervoer ik een vreemde gewaarwording: ik was tussen de mensen zonder echt verbonden te zijn. De angst om de taal niet te spreken en boeken niet te kunnen lezen, verstikte me. Ik wilde weer dromen en een toekomst zien. Ik wilde weer samen leven. Taal was mijn reddingsboei. Onderwijs gaf me mijn waardigheid terug. Ik stond weer in verbinding met de ander en voelde me waardevol voor de ander. Maar als ik naar de huidige staat van ons onderwijs kijk, en de recente aanbevelingen van de commissie-Wennink lees, vrees ik dat we met een vernauwde blik naar de toekomst kijken.

Het rapport-Wennink schetst een ambitieus streefbeeld van Nederland als technologische wereldspeler. Maar een dak repareren of een verdieping extra erbij bouwen, terwijl het fundament zakt en de draagmuren betonrot vertonen, is ondoordacht. Terwijl de urgentie groeit om te investeren in innovatie en het versterken van de kenniseconomie, haalt één op de zes leerlingen in de tweede klas van het voortgezet onderwijs het basisniveau Nederlands niet. Deze jongeren hebben moeite met een eenvoudige tekst schrijven of een gewoon gesprek gaande houden. Het ligt niet aan hen. Het onderwijs dreigt onder druk van dit soort economische mensvisies te veranderen in een geprogrammeerde sorteermachine. We zijn geobsedeerd door selectie en rendement, waar onderwijsexpert Karen Heij al terecht voor waarschuwde. We doceren voornamelijk wat gemeten wordt, in plaats van wat geleerd is. Elk masterplan is gedoemd te mislukken zolang politiek en beleid elkaar gevangen houden in deze logica van rendement en nut.
Wennink en de zijnen kijken terecht naar de economische schade van de dalende onderwijskwaliteit. Maar de werkelijk gepresenteerde rekening is fundamenteler, veel menselijker en schadelijker. Wie de bijsluiter van medicijnen niet begrijpt of de verleidingen van ‘koop nu, betaal later’ niet kan doorgronden, staat met één nul achter in het leven. Zwakke basisvaardigheden leiden niet alleen tot een haperende economie, maar tot een diepe sociale kloof en groeiende gezondheidsverschillen in de samenleving. RIVM laat herhaaldelijk in haar toekomstverkenningen zien hoe een sociaaleconomische achterstand de (gezonde) levensjaren van mensen wegvreet. Het is zorgelijk dat iemands postcode tegenwoordig meer de gezondheid bepaalt dan iemands DNA, zoals Eric Steegers, hoogleraar aan het Erasmus MC stelt. Gezondheid en geletterdheid zouden geen privileges van bevoorrechten moeten zijn, maar het fundament onder een weerbare samenleving. Ik hoop dat dit minderheidskabinet met dit doel de slimme samenwerking met ons, het maatschappelijk middenveld wil opzetten.
Ik wil ook een welvarend Nederland, voor de generaties van nu én later. Een sterke economie bouw je echter op een weerbare en competente samenleving. Verbreed dus die vernauwende blik en geef gezondheid een belangrijke plaats in de logica van het overheidsbeleid. Stop met het sorteren van leerlingen op hun economische bruikbaarheid. Geef ze een kansrijke start in het leven. Willen we dat het onderwijs de kraamkamer voor een toekomstige ASML wordt, dan moeten we tijd en ruimte geven voor brede vorming van jonge mensen. Ze zijn géén wegwerpartikelen van de economie, maar de burgers van dit land. Met een kompas in handen, in plaats van een routebegeleiding, vinden zij dan zelf wel de juiste weg naar welvaart en welzijn. Zo wordt Nederland weer een gidsland