Vorig kenmerk                                                                        Volgend kenmerk                                                        Naar overzicht

73. Fietst (op driewieler)

Van Wiechenfilmpje

Dit filmpje kan gebruikt worden om ouders te betrekken bij het onderzoek en dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

In gesprek met ouders

Om te kunnen fietsen moet je kind sterk genoeg zijn om met trappen zichzelf in beweging te krijgen. Ook zijn tijdens het fietsen de armen en benen bezig met allerlei ingewikkelde bewegingen, zoals trappen, sturen en remmen. Dit vereist goede samenwerking van het lichaam en nauwkeurige controle. En dan moet je kind ook nog in balans blijven. Op deze leeftijd kan je kind leren fietsen op een driewieler of een fiets met zijwieltjes. Om te leren fietsen is oefening nodig. Het is normaal dat er wat vallen en opstaan bij komt kijken. Je kind heeft jouw vertrouwen en aanmoediging nodig om het te proberen. Een loopfiets kan een goede eerste stap zijn om het evenwicht te oefenen voordat je de overstap maakt naar een gewone fiets of driewieler, waarvoor meer kracht en balans nodig is.

Instructies voor professionals
Achtergronden
Ontwikkelingsveld Grove motoriek en adaptatie.
Neurologisch aspect De coördinatie van het bewegen en de beheersing van het evenwicht zijn zo ver ontwikkeld dat het kind in staat is om gelijktijdig meerdere complexe bewegingen uit te voeren: rondtrappen van de trappers en sturen met de armen. Deze vaardigheid vereist ook voldoende spierkracht.
Psychologisch aspect Fietsen is een bezigheid die een kind de gelegenheid geeft om samen met andere kinderen op stap te kunnen gaan. Het is een ontwikkeling die belangrijk is voor de sociale redzaamheid.
Kinderen die thuis of elders nooit in de gelegenheid zijn geweest dit bewegingspatroon te oefenen zullen dit kenmerk niet of later positief scoren dan kinderen die wel over dergelijk speelgoed beschikken.
Onderzoekleeftijd Referentiewaarden (percentage dat het kenmerk positief scoort)
35 maanden 81,6 %
36 maanden  Jongens: 83,0 %    Meisjes: 88,6 %     Gem: 85,8 %
37 maanden 86,4 %
38 maanden 90,2 %
39 maanden  Jongens: 87,1 %    Meisjes: 94,2 %
45 maanden 96,8 %
Onderzoekmethode
Uitgangspositie kind Het kind zit op een speelgoedvoertuig, dat voortbewogen wordt door het ronddraaien van trappers (trapauto, driewieler, tractor). Het voertuig mag niet te groot zijn voor het kind: zittend op het voertuig moet het kind de voeten op de grond kunnen zetten.
Uitvoering onderzoek De onderzoeker vraagt het kind om te gaan fietsen als het dat niet reeds spontaan doet. In de praktijk zal dit kenmerk vaak nagevraagd moeten worden bij de ouder.
Let op dat de lengte van het kind van invloed kan zijn om het kenmerk goed te kunnen uitvoeren. Zittend op het fietsje moeten de voeten op de grond gezet kunnen worden.
Observatie De onderzoeker observeert of het kind in staat is zich op het speelgoedvoertuig door middel van het ronddraaien van de trappers voort te bewegen.
Anamnese Als het gewenste gedrag niet kan worden geobserveerd, dan vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Heeft … thuis (of op de peuterspeelzaal )een fietsje, een tractor of iets dergelijks?” en zo ja: “Kan hij daar zelf op rijden door middel van het rondtrappen van de pedalen?”
Beoordeling
Positief Het kind verplaatst zich met een voertuig door middel van het rondtrappen van de pedalen. Fietsen op een fiets met zijwieltjes is ook positief.
Negatief
  • Het kind beweegt zich met het voertuig voort op een andere wijze dan door het rondtrappen van de pedalen (afzetten met de voeten op de grond) of
  • het kind rijdt niet op een fietsje, tractor of iets dergelijks of
  • het kind fietst op een driewieler, terwijl de ouder de driewieler met een stang voortduwt en
  • de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

Een negatieve respons kan het gevolg zijn van onvoldoende coördinatie, onvoldoende beheersing van het evenwicht of onvoldoende spierkracht.

Registratie + Bij geobserveerde positieve respons.
M Bij anamnestisch positieve respons.
-­ Bij negatieve respons.Bij opmerkingen: of het kind wel of geen gelegenheid heeft gehad ervaring op te doen met fietsen (thuis, op PSZ/KDV, etc.)
Discipline Alle disciplines mogen dit kenmerk uitvoeren.
Informatie over overleg / consultatie Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.
Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.
Advies Adviseer ouders om de grof-motorische ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van fietsbeweging (op bijvoorbeeld driewieler, fiets met zijwielen, skelter).

Welkom op onze nieuwe website!

Heb je een gebruikersaccount? Dan ontvang je van ons een mail om je account opnieuw te activeren.