73. Fietst (op driewieler)

grove motoriek

Achtergronden

 
Ontwikkelingsveld

Grove motoriek en adaptatie.

Neurologisch aspect

De coördinatie van het bewegen en de beheersing van het evenwicht zijn zo ver ontwikkeld dat het kind in staat is om gelijktijdig meerdere complexe bewegingen uit te voeren: rondtrappen van de trappers en sturen met de armen. Deze vaardigheid vereist ook voldoende spierkracht.

Psychologisch aspect

Fietsen is een bezigheid die een kind de gelegenheid geeft om samen met andere kinderen op stap te kunnen gaan. Het is een ontwikkeling die belangrijk is voor de sociale redzaamheid.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

36 maanden (3 jaar).

Spreiding

38 ­- 45 maanden (162 ­- 195 weken).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Het kind zit op een speelgoedvoertuig, dat voortbewogen wordt door het ronddraaien van trappers (trapauto, driewieler, tractor).Het voertuig mag niet te groot zijn voor het kind: zittend op het voertuig moet het kind de voeten op de grond kunnen zetten.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker vraagt het kind om te gaan fietsen als het dat niet reeds spontaan doet.

Observatie

De onderzoeker observeert of het kind in staat is zich op het speelgoedvoertuig door middel van het ronddraaien van de trappers voort te bewegen.

Anamnese

Als het gewenste gedrag niet kan worden geobserveerd, dan vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Heeft ... thuis (of op de peuterspeelzaal )een fietsje, een tractor of iets dergelijks?” en zo ja: “Kan hij daar zelf op rijden door middel van het rondtrappen van de pedalen?”

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind verplaatst zich met een voertuig door middel van het rondtrappen van de pedalen. Fietsen op een fiets met zijwieltjes is ook positief.

Negatief

Het kind beweegt zich met het voertuig voort op een andere wijze dan door het rondtrappen van de pedalen (afzetten met de voeten op de grond)

of

het kind rijdt niet op een fietsje, tractor of iets dergelijks

of

het kind fietst op een driewieler, terwijl de ouder de driewieler met een stang voortduwt

en

de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

   
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Ga na of het kind gelegenheid heeft gehad ervaring op te doen met fietsen (thuis, op PSZ/KDV, etc.). Indien het kind die ervaring niet heeft, moet dit onder 'opmerkingen' worden vermeld. 

Let op dat de lengte van het kind van invloed kan zijn om het kenmerk goed te kunnen uitvoeren. Zittend op het fietsje moeten de voeten op de grond gezet kunnen worden.

Advies  Adviseer ouders om de grofmotorische ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van fietsbeweging (op bijvoorbeeld driewieler, fiets met zijwielen, skelter). 
Overweging

Kinderen die thuis of elders nooit in de gelegenheid zijn geweest dit bewegingspatroon te oefenen zullen dit kenmerk niet of later positief scoren dan kinderen die wel over dergelijk speelgoed beschikken. Als het kind geen ervaring heeft met dit soort speelgoed moet dit onder ‘opmerkingen’ worden genoteerd.
Een negatieve respons kan het gevolg zijn van onvoldoende coördinatie, onvoldoende beheersing van het evenwicht of onvoldoende spierkracht.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 73.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: In de praktijk zal dit kenmerk vaak nagevraagd moeten worden bij de ouder.

Deel dit met je netwerk