67. Loopt langs

grove motoriek

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Grove motoriek.

Neurologisch aspect

Coördinatie, spierbeheersing en spierkracht zijn zo ver ontwikkeld dat het kind in staat is zich tegen de zwaartekracht in staande te houden en zich in die houding te verplaatsen, waarbij hij met de handen steun vindt aan bijvoorbeeld meubels, leuningen of bed­ of boxspijlen. Kinderen die nog maar pas hebben geleerd om te gaan staan en langs te lopen, zullen aanvankelijk nog vaak op de tenen gaan staan. Na verloop van tijd, variërend van enkele seconden tot één minuut, gaat het kind op vlakke voeten staan en op de vlakke voeten langslopen.

Psychologisch aspect

Verdere ontwikkeling van het exploratiegedrag.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

15 maanden (65 weken).

Spreiding

12 – 17,5 maanden (52 ­ 76 weken).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Het kind staat bij een lage tafel of een stoel, waaraan het zich kan vasthouden.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker (of de ouder) spoort het kind aan, al dan niet met behulp van speelgoed, om langs de rand van tafel of stoel te lopen.

Observatie

De onderzoeker observeert of het kind langsloopt en of het af en toe op de vlakke voet loopt.

Anamnese

Als het gewenste gedrag niet kan worden geobserveerd, vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Loopt ... thuis als hij zich daarbij vast houdt aan bijvoorbeeld de rand van de box? en zo ja: ”Hoe loopt hij?”

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind loopt (zich vasthoudend) enige passen langs de stoel of het tafeltje en loopt daarbij af en toe op de vlakke voet.

Negatief

Het kind loopt voortdurend op de tenen

of

het kind loopt niet langs

en

de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

   
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Bij een negatieve respons onder ‘opmerkingen’ registreren op grond waarvan de respons negatief werd beoordeeld.

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA of de JV het kenmerk uitvoert volgt bij een negatieve score altijd overleg met VS/JA.

Advies

Adviseer ouders om de grofmotorische ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van het langslopen.

Alarmsymptoom  Voortdurend op tenen staan/lopen, asymmetrie in (hoeveelheid) beweging: op korte termijn consultatie van VS/JA. 
Overweging

Als een kind kan staan en dat alleen op de tenen doet, moet dit als een alarmerend symptoom worden beschouwd (Touwen, 1992). Hetzelfde geldt voor het onvermogen tot langs lopen vanaf de leeftijd van 18 tot 20 maanden.
Een hypotoon kind neigt, met name als het pas gaat lopen, tot voortdurende tenengang, waardoor een algehele tonusverhoging wordt bereikt, zodat het kind zich staande kan houden. Deze tenengang bij hypotone kinderen moet onderscheiden worden van tenengang bij kinderen met hypertonie van de kuitspier en kinderen met een te korte achillespees. Hypertonie van de kuitspier en/of een te korte achillespees kunnen een gevolg zijn van spasticiteit of van een extreme gewoontehouding, bijvoorbeeld door langdurig gebruik van een loopstoel.
Uitsluitend naar een kant langs kunnen lopen, kan wijzen op asymmetrie.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 67.

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: Het is aan te bevelen het kind uit te lokken om ook naar de andere kant langs te lopen. Uitsluitend naar een kant langs kunnen lopen, kan wijzen op asymmetrie.

Deel dit met je netwerk