45. Zegt “zinnen” van 3 of meer woorden

communicatie

Achtergronden

 
Ontwikkelingsveld

Communicatie (actieve taalontwikkeling).

Psychologisch aspect

In de eerste twee jaar nadat het kind is gaan praten, is de gemiddelde lengte van de uitingen indicatief voor de taalontwikkeling. Aanvankelijk gebeurt dat nog in ‘telegramstijl’, zonder verbuiging van woorden, met overheersen van zogenaamde inhoudswoorden zoals zelfstandige naamwoorden en werkwoorden. Na deze periode speelt de kwaliteit van de zinnen (gebruik, opbouw, vervoegingen, gebruik van lidwoorden, voornaamwoorden, bijwoorden, voorzetsels) een belangrijke rol. 
Pas rond de leeftijd van 3,5 jaar bevat de helft van de zinnetjes een werkwoordelijke component (Goorhuis & Schaerlaekens, 2000).

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

36 maanden (3 jaar).

Spreiding

29 – 33,5 maanden (125 – 144 weken).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Niet bepaald.

Uitvoering onderzoek

Geen bepaalde handeling. Als het kind niet spontaan spreekt moedigt de onderzoeker het kind aan door tegen hem te praten.

Observatie

De onderzoeker observeert of het kind zinnetjes van drie of meerwoorden zegt. Bijvoorbeeld: “Gaat mama doen?”, “Papa bal gooien”, “Papa auto weg”, “Pop muts hebben”. Het gaat erom dat de zin uit minimaal drie woorden bestaat, maar er hoeft nog geen werkwoord in voor te komen.

Anamnese

Als het gewenste gedrag niet kan worden waargenomen, vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Maakt ... zinnetjes van drie of meer woorden?” en zo ja: “Geeft u eens een voorbeeld”.

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind zegt zinnetjes van minimaal drie woorden.

Negatief

Het kind zegt niets of maakt ‘zinnen’ van twee woorden

en

de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

   
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestische positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Ook de interactie van de onderzoeker met het kind behoort in de afweging van consultatie VS/JA meegenomen te worden.

Ga na en noteer bij opmerkingen: het taalaanbod dat het kind in kwantiteit en kwaliteit krijgt en de ouder-kind relatie.

Advies Adviseer ouders om de communicatieve ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van de taalontwikkeling.
Overweging

Bij de interpretatie van de respons moet de onderzoeker rekening houden met de kwantiteit en de kwaliteit van het taalaanbod, met de taalproductie en met de ouder­kind relatie.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 45.

Dit kenmerk is ook van belang voor de concept richtlijn Vroegtijdige opsporing gehoorstoornissen 0-18 jaar.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Deel dit met je netwerk