40. Begrijpt fantasieopdrachtjes

communicatie

Achtergronden

 
Ontwikkelingsveld

Communicatie (passieve taalontwikkeling), persoonlijkheid en sociaal gedrag.

Psychologisch aspect

Begrip van fantasieopdrachten veronderstelt zowel een bepaald niveau van de passieve taalontwikkeling als van de cognitieve ontwikkeling. Het kind is dan in staat bepaalde scenario’s uit het dagelijkse leven te imiteren en hanteert daarbij een zekere mate van abstractie. Het kind blijkt op deze leeftijd in staat eenvoudige dingen los te koppelen van de concrete werkelijkheid. Dit abstraherend vermogen zal later duidelijker blijken als het kind gaat praten over dingen die kort tevoren zijn gebeurd en dus niet meer in het hier en nu aanwezig zijn (zie kenmerk 47).

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

18 maanden (1,5 jaar).

Spreiding

15 – 21 maanden ( 65 – 90 weken).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Niet bepaald.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker geeft het kind een fantasieopdracht (zonder suggestieve gebaren) uit zijn dagelijkse belevingswereld, bijvoorbeeld: “Leg je pop maar in bed” of “Geef je beer maar een hapje”.

Observatie

De onderzoeker observeert of het kind de gegeven fantasieopdracht uitvoert.

Anamnese

Als het gewenste gedrag niet tijdens het consult kan worden geobserveerd, dan vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Heeft u wel eens gemerkt dat uw kind de volgende zinnetjes begrijp: ‘Leg de pop/beer maar in bed’, of ‘Geef de pop maar een hapje?’ ”

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind voert een fantasieopdracht uit.
Negatief

Het kind voert geen fantasieopdracht uit

en

de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

   
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Ook de interactie van de onderzoeker met het kind behoort in de afweging van consultatie VS/JA meegenomen te worden.

Ga na en noteer bij opmerkingen: het taalaanbod dat het kind in kwantiteit en kwaliteit krijgt en de ouder-kind relatie.

Advies Adviseer ouders om de communicatieve ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van de taalontwikkeling. 
Overweging

Bij de interpretatie van de respons moet de onderzoeker rekening houden met de kwantiteit en de kwaliteit van het taalaanbod, met de taalproductie en met de ouder­kind relatie.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 40.

Dit kenmerk is ook van belang voor de concept richtlijn Vroegtijdige opsporing gehoorstoornissen 0-18 jaar en de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Deel dit met je netwerk