30. Lacht terug

communicatie

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Communicatie en sociaal gedrag.
Psychologisch aspect

De meeste kinderen van twee maanden oud lachen tegen personen op het moment dat deze binnen hun gezichtsveld komen en tegen hen praten. Op deze glimlach reageren de meeste volwassenen op hun beurt weer met lachen en praten, zodat er sprake is van interactie tussen volwassenen/ouder en kind. Met ‘lacht terug’ wordt dus niet een reflexmatige respons of glimlach voortkomend uit een verzadigingsgevoel bedoeld. Het kind reageert met een (glim)lach op het verschijnen van het gezicht en het praten van de volwassene tegen hem. Deze responsieve glimlach is een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van het kind.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

8 weken (2 maanden).

Spreiding

5 -­ 12 weken.

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Het kind ligt op zijn rug op de onderzoektafel of in de armen van de ouder (op schoot).

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker beweegt zijn gelaat in het gezichtsveld van het kind en praat en lacht tegen het kind. Hij mag het kind niet op andere wijze stimuleren, bijvoorbeeld door het aan te raken. 
De onderzoeker hoeft het onderzoek niet zelf uit te voeren als hij de responsieve (glim)lach reeds tijdens het consult heeft waargenomen wanneer de ouder praat en lacht tegen het kind, zonder hem anderszins te stimuleren.

Observatie

De onderzoeker observeert de aanwezigheid van de responsieve glimlach.

Anamnese

Als het niet lukt het gewenste gedrag bij het kind te observeren (b.v. doordat hij huilt), vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Lacht ... terug als u tegen hem praat en lacht?”.

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind lacht terug als reactie op het toespreken door de onderzoeker

of

de onderzoeker heeft de gewenste respons geobserveerd in de interactie tussen ouder en kind.

Negatief

Het kind vertoont geen reactieve (glim)lach na toespreken door de onderzoeker of de ouder

en

de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

   
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

- Bij negatieve respons.

Zowel bij een geobserveerde als bij een anamnestisch positieve respons wordt aan de ouder gevraagd op welke leeftijd het kind deze responsieve glimlach voor het eerst toonde. Hiervan wordt aantekening gemaakt onder ‘opmerkingen’.

 Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Advies

Adviseer ouders om tegen hun kind te praten en te lachen, waarbij het gezicht van de ouder voor het kind duidelijk zichtbaar is

Alarmsymptoom  Niet of verlaat optreden van de responsieve glimlach kan een eerste signaal zijn van mentale retardatie of een communicatiestoornis. 
Overweging

Niet of verlaat optreden van de responsieve glimlach kan een eerste signaal zijn van mentale retardatie of een communicatiestoornis.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 30

Dit kenmerk is ook van belang voor de concept richtlijn Vroegtijdige opsporing gehoorstoornissen 0-18 jaar en de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: De onderzoeker mag praten en lachen naar het kind. De onderzoeker mag bij dit kenmerk het kind niet op een andere wijze stimuleren, bijvoorbeeld door het aan te raken. Als het niet lukt om dit kenmerk te observeren, mag het nagevraagd worden bij de ouder.

Deel dit met je netwerk