2. Volgt met ogen én hoofd

fijne motoriek, adaptatie, persoonlijkheid en sociaal gedrag

Achtergronden

 
Ontwikkelingsveld

Adaptatie.

Neurologisch aspect

De coördinatie tussen zien, oogbewegingen en de spierbeheersing zijn zo ver ontwikkeld dat het kind in staat is om een voorwerp te volgen. De uitslag van de volgbeweging is nog beperkt (30° naar beide zijden vanuit de middenpositie).

   

Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

8 weken.

Spreiding

8 -­ 12 weken.
   

Onderzoekmethode

 
Uitgangspositie kind

Het kind ligt op zijn rug op de onderzoektafel. Voorkomen moet worden dat het kind wordt afgeleid.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker vraagt zo nodig aan de ouder zich tijdens het onderzoek niet in het gezichtsveld van het kind te bevinden en niet te spreken. De onderzoeker brengt zijn gezicht op een afstand van ca. 30 cm boven de ogen van het kind, zoekt op welke afstand het kind het beste fixeert en beweegt dan zijn gezicht langzaam heen en weer boven de ogen van het kind: vanuit de middenstand ten minste 30° naar rechts en terug, en tenminste 30° naar links en terug. Dit onderzoek mag ook met een rood blokje worden uitgevoerd, waarbij het blokje op de afstand waarop het kind dit het beste fixeert (ca. 30 cm) langzaam vanuit de middenstand 30° naar beide kanten wordt bewogen en terug. De onderzoeker mag tijdens het onderzoek niet praten en het kind niet (direct of via bijvoorbeeld bewegen van het onderzoekskussen) aanraken.

Observatie

De onderzoeker observeert of en, zo ja, hoe ver het kind de bewegingen met de ogen en het hoofd volgt.

   

Beoordeling

 
Positief

Het kind fixeert het gelaat van de onderzoeker of het rode blokje en volgt de bewegingen over minstens 30° vanuit de middenstand, zowel naar links als naar rechts en terug.

Negatief

Het kind volgt met zijn ogen én hoofd het gelaat van de onderzoeker (c.q. het blokje) niet of over minder dan 30° naar links en/of rechts en terug.

   
Registratie

+ Bij positieve respons.

­- Bij negatieve respons.

Links en rechts afzonderlijk registreren.

Bij negatieve respons onder ‘opmerkingen’ registreren op grond waarvan de negatieve beoordeling wordt gegeven ( bijvoorbeeld helemaal niet volgen, volgen alleen met de ogen).

Disciplines  Alle disciplines mogen alle onderdelen doen
Informatie over overleg / consultatie

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Alarmsymptoom  Een negatieve score bij een kind, ouder dan 6 weken; korte termijn consultatie van VS/JA.
Overweging

Niet of onvoldoende volgen van ogen (en hoofd) geldt na de leeftijd van 4 tot 6 weken als alarmerend (Touwen, 1990).

Referenties

Bijlage 8, tabel 2.

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen en de JGZ-richtlijn Opsporing visuele stoornissen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: Tijdens de afname van dit kenmerk mag niet gepraat worden. Je kunt de aandacht van het kind trekken door met je mimiek net te doen alsof je tegen het kind praat.

Deel dit met je netwerk