16. Doet anderen na

fijne motoriek, adaptatie, persoonlijkheid en sociaal gedrag

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Persoonlijkheid en sociaal gedrag, grove en fijne motoriek, adaptatie.
Psychologisch aspect

Vrijwel vanaf het eerste moment van zijn leven blijkt het kind zich te richten op personen in de naaste omgeving en gaat het hun gedrag imiteren. Op de leeftijd van ongeveer 2 jaar is imitatiegedrag bij de meeste kinderen zeer opvallend.
Imiteren draagt bij tot de algehele ontwikkeling en bestrijkt dus vele ontwikkelingsvelden. Al oefenend leert het kind steeds complexer en meer gedifferentieerde vaardigheden. Daardoor groeit zijn zelfstandigheid, leert hij dagelijkse dingen kennen en ermee omgaan en ontdekt hij hoe dingen in elkaar zitten. Dit alles gebeurt echter onder voorwaarde dat de motorische ontwikkeling op peil is, het kind geïnteresseerd is in zijn omgeving en plezier heeft in imiteren. Zijn interesse resulteert in het in de juiste context toepassen van gecompliceerde handelingen (cognitieve ontwikkeling). De mate waarin de omgeving het kind hierin stimuleert, bepaalt mede het resultaat.

   

Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

24 maanden (2 jaar).

Spreiding

21,5 -­ 24 maanden (89 ­- 103 weken).
   

Onderzoekmethode

 
Uitgangspositie kind

Niet bepaald. Het kind moet de gelegenheid krijgen zich vrij in de onderzoeksruimte te bewegen.

Uitvoering onderzoek

Geen bepaalde handelingen.
Observatie

De onderzoeker observeert tijdens het consult of het kind spontaan imitatiegedrag vertoont.

Anamnese

Wanneer het imitatiegedrag niet kan worden geobserveerd, vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Doet ... u of anderen na, bijvoorbeeld in huishoudelijk werk of bij spelletjes? Zo ja, wat doet hij zoal na?” Het geïmiteerde gedrag dient complexe handelingen te betreffen, zoals afstoffen, stofzuigen, timmeren, telefoneren. 

   

Beoordeling

 

Positief

Het kind imiteert complexe handelingen van anderen.
Negatief

Het kind toont geen imitatiegedrag
of
het kind imiteert uitsluitend enkelvoudige gebaren (zoals dag zwaaien, in handjes klappen,...) en geen complexe handelingen
en
de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

   

Registratie

 

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

- Bij negatieve respons.

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen/
Informatie over overleg / consultatie

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Overweging

Bij de interpretatie van een negatieve respons moet men zowel de respons op communicatieve kenmerken betrekken als de indruk die men heeft van de ouder­kindrelatie.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 16.

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Deel dit met je netwerk