1. Ogen fixeren

fijne motoriek, adaptatie, persoonlijkheid en sociaal gedrag

Achtergronden

Ontwikkelingsveld

Adaptatie

Neurologisch aspect

Fixeren vereist de integriteit van het hele visuele systeem in samenwerking met de oogmotoriek.

Onderzoekleeftijd

Aanbevolen leeftijd

4 weken (1 maand).

Spreiding

4 ­- 5 weken.

 

Onderzoekmethode

 
Uitgangspositie kind

Het kind ligt op zijn rug op de onderzoektafel.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker houdt zijn gezicht op een afstand van 20 ­ 30 cm boven de ogen van het kind. De onderzoeker mag niet praten en het kind niet aanraken. Door het gezicht eerst 3 tot 5 tellen stil te houden en vervolgens iets opzij te bewegen kan men vaststellen of het kind gedurende die tijd echt heeft gefixeerd. In dit geval de beweging met een instelbeweging van de ogen.

Observatie

De onderzoeker observeert of het kind fixeert en controleert dit door te letten op instelbewegingen. 

 

Beoordeling

 
Positief 

Het kind reageert op de beweging van het hoofd van de onderzoeker met een instelbeweging van de ogen.

Negatief 

Dwalen met de ogen
of
nystagmus
of
uitblijven van een instelbeweging van de ogen.

 
Registratie

 

 

+ Bij positieve respons 

-­ Bij negatieve respons 

Bij negatieve respons onder ‘opmerkingen’ registreren op grond waarvan de negatieve beoordeling wordt gegeven.

 Discipline

Alle disciplines mogen alle onderdelen uitvoeren

Informatie over overleg / consultatie

Indien DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score bij de JV geconsulteerd worden.

Indien JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Alarmsymptoom Een negatieve score bij een kind, ouder dan 5 weken; op korte termijn consultatie van VS/JA
 
Overweging

‘Niet aankijken’ geldt na de leeftijd van 4 tot 5 weken in toenemende mate als alarmsymptoom (Touwen, 1990).

Referenties Zie bijlage 8, tabel 1

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen en de JGZ-richtlijn Opsporing visuele stoornissen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: Let er op, dat de afstand van het gezicht van de onderzoeker tot boven de ogen van het kind niet meer dan 20 à 30 cm is. Een instelbeweging van de ogen, zonder dat het kind volgt met het hoofd, is voldoende voor een positieve score.

Deel dit met je netwerk