Nieuwsbericht

Contactpersoon:
Petra Kletter adviseur
Telefoon: 06 - 53 97 58 14
E-mail: pkletter@ncj.nl

Wat hebben zwemdiploma’s en armoede met elkaar te maken?

vrijdag 25 september 2020

Best veel en misschien wel meer dan je denkt! Onlangs organiseerde de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ) een werkconferentie om hun Nationaal Plan Zwemveiligheid te concretiseren. Samenwerkingspartners als gemeenten, Mulier Instituut, Reddingsbrigade Nederland, Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en de JGZ waren uitgenodigd om mee te denken over diverse thema’s. De ambitie was om per thema een concreet doel te formuleren voor 2024 en daarbij specifieke activiteiten uit te werken om in 2021-2024 (met elkaar) op te pakken.

Centrale vraag in de sessie over zwemdiploma bezit bij kinderen uit arme gezinnen was: wat moet er in Nederland gebeuren om zoveel mogelijk kinderen hun A, B én C diploma te laten halen? Brigitte Muller, projectleider bij de Nationale Raad Zwemveiligheid, licht toe:

  • 272.000 kinderen groeien op in armoede in Nederland
  • Uit onderzoek blijkt:
  • 6% van de 11-16 jarigen uit arme gezinnen heeft geen diploma (bij hogere inkomens is dit 2%)
  • 23% van de 11-16 jarigen uit arme gezinnen heeft alleen een A diploma (bij hogere inkomens is dit 9-12%)
  • 63% van de 11-16 jarigen uit arme gezinnen heeft geen C diploma
  • In de G4 heeft 11% van de 11-16 jarigen geen A diploma, in kleine gemeenten is dat 2%
  • In de G4 heeft 23% van de 11-16 jarigen alleen een A diploma (en geen B en C), in de kleine gemeenten is dat 13%

Daarnaast bleek in voorjaar 2019 uit onderzoek dat er diverse financiële regelingen beschikbaar zijn voor kinderen uit arme gezinnen om op zwemles te kunnen. Uit dit onderzoek bleek dat in ieder geval 110 gemeenten een regeling hebben getroffen. Deze regelingen zijn per gemeente verschillend en worden lokaal met name mogelijk gemaakt door het Jeugdfonds Sport & Cultuur of de Stichting Leergeld. Daarnaast heeft ook Nationaal Fonds Kinderhulp landelijk ondersteuningsmogelijkheden.

Tijdens de werksessie zijn behoorlijk wat ideeën naar voren gebracht, hierbij een selectie. 

  • Uniformeer de regelingen: regelingen verschillen onderling behoorlijk in hoogte van de financiële bijdrage en voorwaarden. De bijdrage is in lang niet alle gevallen hoog genoeg om zwemdiploma A te halen en maar in een beperkt aantal gemeenten is het mogelijk om de lessen tot en met Nationaal Zwemdiploma C (Nationale Norm Zwemveiligheid) gefinancierd te krijgen. Ook gaat de zwemles bijdrage soms ten koste van de reguliere sportbijdrage, terwijl dat in andere gemeenten niet het geval is. De komende jaren wil de NRZ nagaan of er meer uniformiteit mogelijk is tussen gemeentelijke regelingen en hoe ideeën voor  goede regelingen beter gedeeld kunnen worden met gemeenten.
  • 1 diploma voor ABC: in plaats van 3 deeldiploma’s kan overwogen worden om 1 diploma voor het doorlopen van een reeks zwemlessen en het diplomazwemmen te hanteren. Het risico op tussentijds afhaken bij het behalen van deeldiploma’s wordt zo verkleind. Dit idee moet nader uitgewerkt worden.
  • Een checklist voor gemeenten: gemeenten hebben vaak wel in beeld welke doelgroep voor regelingen in aanmerking komt en welke zorgverleners betrokken zijn bij een gezin. Middels een checklist zou de gemeente betreffende zorgverleners kunnen attenderen op de regeling en de drempel voor het aanvragen door de gezinnen kunnen verlagen.
  • Te hoge kosten voor zwemles: onderzocht zou kunnen worden wat er te doen is aan de diversiteit van de kosten voor zwemles. De zwemlesaanbieders bevinden zich in een particuliere markt wat maakt dat de prijzen zo uiteenlopen. Vraag is of de NRZ hier iets aan kan doen, maar het is het onderzoeken waard.  
  • Grotere rol voor scholen: het lijkt de moeite waard om te onderzoeken of scholen gestimuleerd kunnen worden in het aanbieden van zwemonderwijs/ bewegen in water met bijvoorbeeld een Gezonde School deelcertificaat.
  • Aandacht voor belang van zwemles: sinds 2017 is de Nationale Norm Zwemveiligheid ingesteld. Kinderen zijn pas zwemveilig als ze naast het A en B diploma ook hun C diploma halen. Dit mag meer aandacht krijgen.
  • Inzet ervaringsdeskundigen: bij het uitwerken van een nieuw uitvoeringsplan kan het waardevol zijn om eens aan ervaringsdeskundigen te vragen wat zij voor oplossingen zien om zoveel mogelijk kinderen hun A, B én C diploma te laten halen.

Eind oktober wil de NRZ, in nauwe samenwerking met de partners, een uitvoeringsplan 2021-2024 gereed hebben met een uitwerking per thema. Zoals je ziet is er ambitie genoeg voor de komende tijd. Mocht je na het lezen van dit artikel nog aanvullende ideeën hebben mail deze dan aan akleinvelderman@ggdhor.nl.