Blogpost

Christa Nieuwboer

Unieke werkwijze Stichting Opvoeden.nl

maandag 04 september 2017 | Vind ik leuk | 389x

Toen Els Verkerk in 2011 met Stichting Opvoeden.nl begon was dat vanuit de overtuiging dat ouders de beste informatie over opvoeden verdienen. Maar hoe stel je vast wat de beste opvoedinformatie is? Over welke onderwerpen moet het gaan? Voor welke leeftijden? In welke situaties hebben ouders speciale behoeften? Hoe verspreid je de informatie onder zo veel mogelijk ouders?

De ambitie lijkt misschien eenvoudig, maar de uitvoering blijkt complex. Het is heel boeiend om hier als onderzoeker bij betrokken te zijn en steeds weer te merken dat een onderzoekende houding de basis vormt van het werk van de stichting.

De wetenschap heeft zich, sinds het internet een breed publiek bereikt, meermaals gebogen over de vraag naar de betrouwbaarheid van publieke informatie. Daar zitten verschillende aspecten aan die ook relevant zijn voor het werk van de stichting. Keer op keer laten studies zien dat online gezondheidsinformatie de laatste wetenschappelijke kennis over gezondheid, de zogenaamde ‘gouden standaarden’ of ‘richtlijnen, niet goed weerspiegelt. Er is, met andere woorden, heel veel onzin online. Vaak bevelen onderzoekers dan aan dat de lezer verstandig moet omgaan met online informatie en kenmerken van betrouwbare informatie moet herkennen. Maar andere studies laten zien dat het met dergelijke dieper liggende digitale competenties slecht gesteld is: veel mensen kunnen het niet en worden misleid. Een andere aanbeveling is dat de zorgprofessionals de tijd nemen om het gesprek aan te gaan over de informatie die mensen gevonden hebben. Dat vereist tijd, kennis van zaken en gespreksvaardigheden. Over het algemeen hebben zorgprofessionals daar niet voldoende tijd voor.

De beste opvoedinformatie
En dan opvoeden. Het internet democratiseert kennis en het wordt daardoor steeds moeilijker om het verschil tussen feit en fictie te onderscheiden. Voor opvoeden geldt dat nog meer, omdat zowel opvoedidealen als opvoedpraktijken erg divers en veranderlijk zijn en er dus weinig ‘feit’ lijkt te zijn. Wat is dan de beste werkwijze om toch ‘de beste opvoedinformatie’ te verzamelen en verspreiden? De ontwikkeling van Stichting Opvoeden.nl in de afgelopen zes jaar laat zien dat dat een proces van voortschrijdend inzicht is. En dat mag. Sterker nog: wereldwijd is er geen enkel ander vergelijkbaar initiatief. Niet alleen is het een unieke ambitie, de lessen die eruit getrokken worden zijn waardevol voor iedereen die geïnteresseerd is in professioneel opvoedadvies.

De ‘route’ die de stichting heeft ontwikkeld kent drie pijlers, d.w.z. er zijn drie informatiebronnen om te achterhalen wat goede opvoedinformatie is. Die drie bronnen zijn: wetenschap, professionals en ouders. Zij vormen samen: evidence based practice.
De wetenschap zorgt voor kennis uit empirisch en analytisch onderzoek. Hiermee kunnen, op basis van experimenten en literatuur, onderbouwde kernboodschappen over een bepaald opvoedthema geformuleerd worden. Stichting Opvoeden.nl werkt samen met een groot netwerk aan kennisinstituten om wetenschappelijke kennis te verzamelen. Een voorbeeld is: zijn kinderen, die opgroeien bij homoseksuele ouders, zelf vaker homoseksueel dan kinderen die opgroeien bij heteroseksuele ouders? Het antwoord, gebaseerd op onderzoek, is eenduidig ‘nee’.

De professionals, zoals verpleegkundigen, pedagogen en sociaal werkers, zorgen voor kennis uit de dagelijkse praktijk van hulpverlening en zorg. Zij zien de opvoeders dagelijks, met hun vragen en worstelingen en met hun behoefte aan informatie. Daarbij schakelen zij voortdurend tussen hun vakkennis en de dagelijkse opvoedpraktijk, en om hen hierin te ondersteunen en willekeur te voorkomen zijn over veel onderwerpen richtlijnen ontwikkeld. Stichting Opvoeden.nl ontleent, in samenspraak met de verantwoordelijke beroepsorganisaties, veel informatie aan de richtlijnen in de (geestelijke) gezondheidszorg en jeugdhulp. Een voorbeeld: voor de preventie van wiegendood zijn tal van aanbevelingen beschreven die voor ouders goed op te volgen zijn.

Tenslotte: de opvoeders zelf. Zij beschikken over ervaringskennis en kennen hun kind en de interacties in he t gezin het beste. Dat betekent dat zij zowel vragen als oplossingen hebben, die in geen enkel handboek staan. Bovendien hebben zij hun achtergronden, tradities en voorkeuren. Idealiter zou informatie daar op zo’n manier op moeten ingaan, dat ouders zich erin herkennen en de adviezen kunnen accepteren. Dat luistert nauw. Wil je schrijven over onenigheid tussen ouders en kinderen, dan kan dat bijvoorbeeld in termen van ‘discussie’ of ‘ruzie’. Is het eerste misschien te intellectueel, het tweede misschien te heftig?

Betrouwbaar en herkenbaar
Het benutten van deze drie informatiebronnen is niet eenvoudig. Dat zit hem enerzijds in het verzamelen van voldoende informatie uit alle bronnen. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van vele instituten en beroepsverenigingen om bij te dragen aan het werk van Stichting Opvoeden.nl. En voor alle duidelijkheid: ook wetenschappelijke en professionele informatie over opvoeden is constant in beweging! De resultaten uit nieuw onderzoek leiden regelmatig tot nieuwe updates.

Sinds 2015 is de stichting begonnen met bevragen van opvoeders. Dat gebeurt deels in groepsgesprekken, deels online. Je kunt je aanmelden voor het Landelijk Ouderpanel, zodat je regelmatig kunt reageren op teksten en filmpjes. Hoe meer input, hoe beter!
De andere uitdaging komt naar voren, als de gevonden informatie met elkaar botst. Dat geldt bijvoorbeeld voor cultuurverschillen in de opvoeding: een kritische reflectie op het dominante perspectief van opvoedinformatie is nodig, want daarmee voorkóm je dat de informatie voor minderheidsgroepen onherkenbaar is. Onze samenleving is immers superdivers. Welke aanpassingen in de informatie hierdoor nodig zijn, is momenteel onderwerp van een onderzoek dat ik voor de stichting uitvoer.

Stichting Opvoeden.nl heeft zich een taak gesteld die uniek en belangrijk is. Het is een nobel streven om publieksinformatie te baseren op kennis van alle ‘partijen’, juist omdat dan dilemma’s aan de oppervlakte komen en oplossingen gezocht worden voor de kwaliteit van online opvoedinformatie. Daardoor zal de informatie straks beter herkenbaar en acceptabel zijn voor méér ouders.

Christa Nieuwboer is expert op het gebied van online opvoedingsondersteuning en participatief groepwerk met volwassenen. 

Meer informatie

www.stichtingopvoeden.nl / www.apparant-onderzoek.nl