Blogpost

Igor Ivakic directeur
Telefoon: 06 - 11 90 18 21
E-mail: iivakic@ncj.nl

Stress als schitterend cadeau

donderdag 27 september 2018 | Vind ik leuk | 94x

#ikvaccineer was een ware zomerhit. Het werd een hete zomer voor de antivaxers. Hun intellectueel vermogen werd in twijfel getrokken. Onbegrijpelijk vond een deel van de samenleving dat in een sterk geseculariseerde maatschappij nieuwe groepen ‘gelovigen’ opstaan die ratio afwijzen en een eigen waarheid creëren. Dit zomerdebat legde, net zoals bij andere debatten, de tegenstelling bloot tussen ‘wij’ en ‘zij’. En ik vraag me af: Hoe inclusief zijn wij in ons denken en doen?

We zeggen dat we er voor alle jeugdigen en hun ouders/verzorgers zijn. Kunnen wij nieuwsgierig blijven naar de keuzemotieven van bijvoorbeeld de antivaxers? Durven wij vervolgens vanuit rechtvaardigheid een oordeel te vellen over onze eigen keuzes en over de keuzes die ouders in hun vrijheid en met hun verantwoordelijkheid maken? Is ons eigen vakmanschap zover dat we een open gesprek hierover kunnen hebben? Onderling én met de jongeren en ouders, zonder elkaar onderweg te verliezen. Kan het belang van het kind zulke tegenstellingen overbruggen? Is het te rechtvaardigen dat wij, de inclusieve JGZ, deze antivaxers in beginsel beschermen tegen de ‘veroordeling’ van de grote massa?

De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) weet wel te prikkelen als we het over inclusiviteit hebben. ‘De nieuwe verscheidenheid’ is een lezenswaardig rapport. Het schetst een beeld van inclusief Nederland. Een Nederland dat de afgelopen decennia is uitgegroeid tot een zeer heterogene samenleving met een groot aantal kleine migrantengroepen. 223 verschillende herkomstlanden kleuren de achtergrond van de migranten die in Nederland wonen. Deze verscheidenheid naar herkomst is een structureel kenmerk van Nederland. Maar zien wij nog wel de juiste verscheidenheid? Nog steeds kijken wij, volgens de WRR, vanuit het historisch perspectief van de gastarbeiders migrant of met een postkoloniale bril naar diversiteit in onze samenleving en maken we daarop ons beleid. Daarmee nemen we “…vooral de traditionele migrantengroepen waar en de slecht onderbouwde verzamel categorieën ‘westers’ en ‘niet-westers…’”. De WRR pleit in deze verkenning voor een wisseling van beleidsperspectief op migratie en integratie. Dit is voor ons ook zeer relevant. Professionals in de JGZ worden dagelijks geconfronteerd met deze nieuwe verscheidenheid. Dat is geen sinecure. Is het  vakmanschap (voldoende) hierop geënt? Wat betekent deze verscheidenheid voor het aansluiten bij jeugdigen en ouders van nu? Ook als het gaat om gezondheidsverschillen en/of laaggeletterden. Kunnen wij in deze nieuwe verscheidenheid maatwerk blijven bieden?

Over gezondheidsverschillen gesproken, wil ik jullie de recente beleidsbrief van hetzelfde instituut ‘Van verschil naar potentieel’ onder de aandacht brengen. De WRR pleit in deze beleidsbrief voor een “…realistisch perspectief op de sociaaleconomische verschillen…”. Onze inspanningen zouden zich dus niet langer moeten richten op het verkleinen van verschillen, maar op het benutten van het “gezondheidspotentieel”, zodat we met een mix van generiek- en doelgroepenbeleid “gezondheidswinst” kunnen boeken. De laatste 35 jaar vonden we, volgens de WRR, als samenleving de verschillen in de sociaaleconomische achterstanden onrechtvaardig. En toch zijn de verschillen ondanks alle inspanning nagenoeg gelijk gebleven of op sommige aspecten zelfs gegroeid. Daarom een sterk pleidooi van de WRR voor een realistisch perspectief. Hoe reëel is het dat er de komende 35 jaar wel een geslaagde verandering plaatsvindt?

Ik zou graag willen dat iedereen een voorsprong krijgt. Een voorsprong in plaats van een achterstand, waarmee kinderen op kunnen groeien tot volwassenen die op een gezonde manier om kunnen gaan met bijvoorbeeld stress. Kun je je voorstellen dat we de stress niet langer enkel wegduwen uit ons leven, maar juist omarmen als een schitterend cadeau? Stress zien als een normaal middel voor groei. Nu zien we  stress voornamelijk als een belemmering. Het liefst zouden we voor stress een aan/uit-knop willen hebben. Of nog beter, een volumeknop, waarmee we het kunnen reguleren. Als we dreigen onder te presteren dan zetten we het net wat hoger en mocht het ons in de weg staat dan zetten we het gewoon iets lager. Helaas werkt het niet zo. Nog niet.

Juist dat prikkelt onze nieuwsgierigheid bij het NCJ. We maken ons gereed om samen met anderen op zoek te gaan naar de praktische kennis die ons helpt om de gevolgen van chronische stress bij kinderen eerder te zien en te bestrijden als ook de stress ten positieve te bevrijden. En daarmee een geweldig impuls te geven aan de veilige en gezonde ontwikkeling van kinderen. Kraken van de code van stress is de uitdaging van preventie.  

We willen de beste jeugdgezondheidszorg voor alle kinderen. Onvoorwaardelijk! Als je alles in ogenschouw neemt is preventie het beste wat ons overkomen is. Koester dat, want het is niet vanzelfsprekend.

Fijne herfst!

Igor Ivakic