Hoe AI-geletterd ben jij?
"Als opleider bij de NSPOH (team onderzoeksscholing) houdt het me steeds meer bezig hoe AI het leerproces van de AIOS sociale geneeskunde van de toekomst zal veranderen – en hoe we daar nu al op kunnen inspelen."
Blog 14 januari 2026
Dagelijks hoor ik in mijn werk mensen vragen “of ze hier ook tijd voor krijgen?” Een vraag die mij steeds maar weer puzzelt is hoe dat nou zit met tijd hebben, tijd geven, tijd krijgen en tijd nemen. We hebben toch allemaal 24 uur in een dag zitten? Onlangs luisterde ik naar de podcast van schrijfster en filosofe Joke Hermsen over het beter begrijpen van tijd, waar ik dan ook met aandacht diverse keren naar heb geluisterd. Ik deel graag haar inzichten en daarom wil ik je kennis laten maken met Chronos en Kairos.

Chronos is een precieze figuur. Hij zou een goed projectmanager zijn. Hij kan efficiënt de tijd indelen, plannen, op tijd komen, deadlines halen en alles meetbaar maken. Hij heeft bedacht dat een minuut 60 seconden moet duren en een uur 60 minuten. Zo kunnen we ook alles goed met elkaar vergelijken. We kunnen niet meer zonder hem. Chronos zorgt dat we ons bed uitkomen, dat een operatie op tijd begint en dat je op de klok kan zien wanneer de werkdag ten einde is. Maar er zit een keerzijde aan de Chronos-bril: als je hem altijd ophoudt, voelt de Chronostijd maar al te vaak als een te krappe jas.
Kairos staat meer bekend als de ‘tijdrebel’. Hij houdt zich niet aan de klok. Zijn wijzer is gericht op dat ene juiste moment. De aandachtige tijd. De tijd waarin je juist het tikken van de klok vergeet, opgaat in wat je doet – de zogeheten flow staat – waarbij je ruimte voelt voor creativiteit, verbinding en rust. Je herkent het vast als je verzonken bent in een boek, muziek aan het maken bent of de natuur beleeft. Het zijn die momenten dat de tijd stil lijkt te staan of tijd eigenlijk geen rol speelt.
De één (Chronos) houdt dus van klokken en agenda’s, de ander (Kairos) van aandacht en betekenis. Volgens de filosofe hebben we ze allebei nodig — alleen niet in gelijke mate, en zeker niet tegelijkertijd. Je hoeft Chronos dus niet buiten de deur te zetten. Je kunt hem aanlijnen: Chronos gebruiken om ruimte te maken, blokken in je agenda te zetten om niets te doen of dingen samen te doen. En Kairos kun je gebruiken om die ruimte te vullen met aandacht, spel, rust en creativiteit. In ons mensen zit gelukkig meer tijd dan op ons horloge past. We hebben een vat vol herinneringen die ons mee kunnen voeren naar andere tijden en oude tijden dichterbij kunnen halen. Niet elke minuut hoeft ‘nuttig’ te zijn. Er bestaat goede verveling. De kunst van het niets moeten, van lummelen, van de verveling toe laten, van even wachten zonder doel. Om je heen kijken en niet op een scherm. In die pauze kan er van alles gebeuren.
Net op het moment dat ik de laatste hand leg aan mijn blog over tijd, hoor ik het nieuws dat de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) een rapport naar buiten heeft gebracht over het belang van ‘lege tijd’ voor onze mentale gezondheid. Wat komt dit mooi samen! Of is dit nu synchroniciteit? Hoe dan ook, we herkennen vast allemaal wel de zoektocht tussen kloktijd en belevingstijd. Ik hoor in ieder geval heel vaak om mij heen mensen aangeven dat ze krap in de tijd zitten en zo gek is dat niet met alles wat we op een dag willen doen: werk, gezin, sociaal netwerk, sporten, mantelzorg…
De RVS houdt een pleidooi voor een samenleving waarin de lege tijd weer mag bestaan – op school, op het werk en in onze vrije tijd. Tijd voor bezinning, creativiteit en écht contact. Waarbij we waarde hechten aan ruimte maken voor verbinding, verscheidenheid en vertraging. Plotseling krijgt wat mijn vader van 90 jaar vaak tegen mij gezegd heeft een diepere betekenis: “Ellen-Joan: tijd moet je stelen.”
"*" geeft vereiste velden aan
"Als opleider bij de NSPOH (team onderzoeksscholing) houdt het me steeds meer bezig hoe AI het leerproces van de AIOS sociale geneeskunde van de toekomst zal veranderen – en hoe we daar nu al op kunnen inspelen."
De afgelopen maanden verdiepte Ruth Engelen zich in metabole ziekten en in de kennis en ervaring die jeugdartsen hierover hebben. Ze schreef hierover een blog ‘Metabole ziekten: wat weten we hier eigenlijk van?’
Marieke is in opleiding tot jeugdarts KNMG bij de JGZ Almere. In het kader van haar opleiding liep zij stage bij het NCJ en heeft daar meegewerkt aan het doorontwikkelen van de monitor ‘Ouders en de JGZ’.