59. Benen gebogen of trappelen bij verticaal zwaaien

Van Wiechenfilmpje

Dit filmpje kan gebruikt worden om ouders te betrekken bij het onderzoek en dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Achtergronden
Ontwikkelingsveld Grove motoriek.
Neurologisch aspect Bij dit onderzoek worden reacties van het kind geobserveerd die uitgelokt worden door hem in verticale houding voorachterwaarts en zijwaarts te bewegen. Op de leeftijd van 6 maanden gaat een kind dat in okselhang wordt gehouden trappelen of houdt de benen gebogen. Als de benen gaan strekken of scharen kan dit een eerste signaal zijn van zich ontwikkelende spasticiteit.
Onderzoekleeftijd Referentiewaarden (percentage dat het kenmerk positief scoort)
21-26 weken Rechts: 98,7 %     Links:   98,6 %
Een negatieve bevinding is alarmerend na de leeftijd van 4 tot 5 maanden.
Onderzoekmethode
Uitgangspositie kind Het kind ligt bloot op zijn buik op de onderzoektafel. Tegen rugligging als uitgangspositie, waardoor het gelaat van het kind naar de onderzoeker is gekeerd, bestaat geen bezwaar.
Uitvoering onderzoek De onderzoeker pakt het kind onder de oksels vast met de duimen aan de rugzijde (aan de voorzijde, als het kind vanuit rugligging wordt opgepakt) en tilt het kind op. Hij laat het kind in de ruimte naast de onderzoektafel voorachterwaarts en zijwaarts zwaaien. Bij het optillen boven de onderzoektafel wordt door de korte afstand tussen kind en onderlaag een strekreactie van de benen uitgelokt. Deze moet worden vermeden.
Observatie Tijdens zwaaien observeert de onderzoeker of de knieën en heupen geflecteerd zijn (de mate van flexie speelt geen rol). Hij observeert of de benen afwisselend gebogen en gestrekt worden of dat de benen gaan strekken of scharen. Als het kind trappelt, beoordeelt de onderzoeker of dit links en rechts evenveel gebeurt.
Bij twijfel moet onderzoek worden herhaald (maximaal twee keer). Juiste uitvoering van het onderzoek is belangrijk. Om te kunnen beoordelen of bij strekken of scharen er mogelijk sprake is van spasticiteit kan de ouder gevraagd worden het kind onder de oksels op te tillen, zodat de onderzoeker de spierspanning van de adductoren van de benen kan beoordelen door de bovenbenen te abduceren. Dit gebeurt door met beide handruggen tegen de binnenkant van de benen te duwen, dus niet door de benen uit elkaar te trekken.
Beoordeling
Positief Het kind houdt beide benen gebogen of gaat trappelen.
Links en rechts apart registreren.
Negatief
  • Persistente extensie in heupen en knieën van één been of beide benen of
  • persistent scharen van de benen.
Registratie + Bij positieve respons.
-­ Bij negatieve respons. Onder ‘opmerkingen’ registreren op grond waarvan de respons negatief werd beoordeeld.
Links en rechts afzonderlijk registreren.
Discipline JV, VS en JA mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie Indien de JV het kenmerk uitvoert volgt op een negatieve score altijd overleg met de VS/JA.
Alarmsymptoom Voortdurend strekken en onbeweeglijk houden of het voortdurend scharen van de benen bij verticaal zwaaien na 5 maanden; op korte termijn consultatie van de VS/JA.
Overweging Persisterend strekken en onbeweeglijk houden of het persisterend scharen van de benen bij verticaal zwaaien is na de leeftijd van 4 tot 5 maanden een alarmerend verschijnsel (Touwen). Dit kan wijzen op spasticiteit.

Welkom op onze nieuwe website!

Heb je een gebruikersaccount? Dan ontvang je van ons een mail om je account opnieuw te activeren.