57. Heft buikligging hoofd tot 45°

grove motoriek

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Grove motoriek.
Neurologisch aspect

Ontwikkeling van de oprichtreacties van hoofd en romp (hoofdstuk 3). De motorische ontwikkeling verloopt van craniaal naar caudaal en van centraal naar perifeer. Bij de ontwikkeling van de oprichtreacties van hoofd en romp verplaatst het zwaartepunt zich van hoog sternaal (4 weken) via midsternaal (3 maanden) naar buik (6 maanden). Met 3 maanden kan het hoofd zodanig worden opgetild, dat het gelaat een hoek van 45 graden maakt ten opzichte van de onderlaag en de borst tot midsternaal vrij van de onderlaag komt, waarbij de buik en het bekken in contact blijven met de onderlaag. De armen zijn daarbij gebogen, de ellebogen liggen iets voor de schouderlijn en steunen op de onderlaag. De nek blijft zichtbaar.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

13 weken (3 maanden).

Spreiding

11 -­ 16 weken

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Het kind ligt bloot op zijn buik op de onderzoektafel met het hoofd in de middenstand.

Uitvoering onderzoek

Zo nodig brengt de onderzoeker het hoofd van het kind in de middenstand en mag de armen naar voren brengen als het kind dit niet zelf doet. De onderzoeker mag het kind stimuleren door op ooghoogte tegen hem te praten. Daarbij mag hij het kind niet aanraken. 

Indien de gewenste respons niet kan worden geobserveerd, dan verzoekt de onderzoeker de ouder om tegen het kind te praten. Uiteraard mag ook de ouder het kind niet aanraken.

Observatie

De onderzoeker observeert houding en beweging van hoofd, romp, armen en benen en let daarbij op de oprichtreactie van hoofd (minstens vijf tellen) en romp, het gebruik van de armen en handen daarbij en de plaats van de ellebogen ten opzichte van de schouder.

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind ligt symmetrisch. Het kind richt zich gedurende minstens vijf tellen op, waarbij het hoofd zo hoog op wordt geheven, dat er tussen het gezicht en de ondergrond een hoek van minimaal 45 graden ontstaat. Het bovenste gedeelte van de thorax komt daarbij iets los van de onderlaag. De nek blijft zichtbaar. Het bekken rust plat op de ondergrond. De ellebogen bevinden zich voor de schouderlijn, waarbij het kind de armen al dan niet als steun kan gebruiken (zie figuur).

Negatief

Bij heffen van het hoofd blijft de hoek tussen aangezicht en onderlaag kleiner dan 45 graden (waarbij de thorax vaak niet los van de onderlaag komt)

en/of

het hoofd wordt korter dan vijf tellen opgericht

en/of

asymmetrische houding van armen en/of benen

en/of

de ellebogen bevinden zich achter de schouderlijn

en/of

imperatieve opisthotonus.

Kenmerk 57 Heft in buigligging hoofd tot 45 °
Registratie

+ Bij positieve respons.

Bij positieve respons noteren als het kind niet zelf de armen naar voren legt.

- Bij negatieve respons.

Bij negatieve respons onder ‘opmerkingen’ registreren op grond waarvan de negatieve beoordeling werd gegeven (bijvoorbeeld ellebogen achter de schouderlijn).

Discipline

 JV, VS en JA mogen alle onderdelen doen

Informatie over overleg / consultatie Indien de JV het kenmerk uitvoert volgt op een negatieve score altijd overleg met VS/JA. 
Advies

 Adviseer ouders om de grofmotorische ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het oefenen op de buik onder toezicht.

Alarmsymptoom Extreem en dwangmatig oprichten van het hoofd (imperatieve opisthotonus) en asymmetrie; op korte termijn consultatie van VS/JA. 
Overweging

Bij motorisch gestoorde kinderen komt de ontwikkeling in buikligging op een later tijdstip of niet op gang. Dit is ook het geval bij slechtziende kinderen, doordat de optische prikkel ontbreekt (hoofdstuk 11).

Extreem en dwangmatig oprichten van het hoofd (imperatieve opisthotonus) moet onderscheiden worden van overstrekken van nek en rug, dat variabel (dus: niet imperatief) aanwezig kan zijn bij vooral actieve kinderen in de leeftijd van 1 tot 3 maanden. Imperatieve opisthotonus is altijd pathologisch en moet als een alarmerende bevinding worden opgevat (Touwen, 1990).
Het onvoldoende oprichten van het hoofd en niet steunen op de onderarmen kan ook een gevolg zijn van te weinig stimulans, omdat het kind altijd op de rug wordt gelegd. Het advies aan de ouders is dan om als het kind wakker is hem, uitsluitend onder toezicht, ook op de buik te laten liggen.

Referenties Bijlage 8, tabel 57.

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Deel dit met je netwerk