Stevig Ouderschap en VoorZorg in tijden van corona

Het coronavirus stelt de JGZ voor diverse uitdagingen. Hoe ga je bijvoorbeeld om met de begeleiding van gezinnen vanuit Stevig Ouderschap en VoorZorg? De gezinnen die in aanmerking komen voor deze interventies wil je zeker onder deze omstandigheden ondersteunen. Hoe pakken Stevig Ouderschap- en VoorZorgverpleegkundigen dit momenteel aan? En hoe ervaren ouders dat? NCJ stagiaire Madeleine de Beus zocht (digitaal) contact met het veld.

Grote verschillen in het huisbezoek

Naast de landelijke richtlijnen en de NCJ-adviezen hanteren organisaties vaak ook eigen richtlijnen. Hierdoor zien we in het land verschillen als het gaat om het afleggen van huisbezoeken: sommige verpleegkundigen komen nog steeds achter de voordeur, zij het op gepaste afstand. Anderen komen alleen nog digitaal ‘op bezoek’ of hebben telefonisch contact. De ondervraagde verpleegkundigen houden toch een voorkeur voor het huisbezoek om te zien hoe het met de cliënt gaat. Daarbij wordt er voorafgaand aan het huisbezoek telefonisch uitgewisseld of ouder, kind en verpleegkundige klachtenvrij zijn. Maatwerk blijft dus belangrijk.

Verpleegkundigen geven aan dat cliënten angstig zijn. Dit wordt bevestigd door de cliënten. Ze zijn bang om zelf besmet te raken of bang dat hun kind of een dierbare besmet raakt. Deze angst kan er toe leiden dat een gepland huisbezoek wordt afgezegd door de cliënt. Verschillende verpleegkundigen werken nu met een alternatief: bijvoorbeeld een wandeling met de cliënt, waarbij de 1,5 meter afstand uiteraard in acht wordt genomen.

Verpleegkundige: ‘Bij sommige ouders werkt wandelen beter, omdat je even naast elkaar loopt.’ 
Moeder: ‘Ja, dit vind ik eigenlijk wel heel prettig. Dat we elkaar niet steeds in de ogen hoeven te kijken. Daardoor vertel ik ook meer.’

Nadelen van digitaal contact

Doorgaans duurt een gesprek via (beeld)bellen korter dan een huisbezoek. Zowel de cliënten als de verpleegkundigen geven aan het prettiger te vinden om elkaar fysiek te ontmoeten. Een cliënt vertelt dat ze soms vergeet al haar vragen te stellen tijdens een telefoongesprek. Voor de verpleegkundigen is het oppikken van non-verbale communicatie, observeren van de interactie tussen ouder(s) en kind en het gebruik maken van de materialen lastiger via de telefoon. Doorvragen kost telefonisch meer energie, zo blijkt. Ook het opbouwen van de vertrouwensband, een essentieel element in beide interventies, gaat anders. Het contact wordt nog steeds als laagdrempelig ervaren, maar dit gevoel is wel meer aanwezig bij ouders waar al huisbezoeken zijn afgelegd dan bij nieuwe cliënten. Een kennismakingsgesprek via (beeld)bellen wordt dan ook lastig gevonden.

Verpleegkundige: ‘Je hebt toch een andere manier van elkaar leren kennen. Je ziet elkaar niet. Je ziet niet de handgebaren. Als je elkaar fysiek ziet heb je toch wat sneller, denk ik, een connectie met elkaar.’

Intensief contact, begrip en waardering

Om cliënten goed in beeld te hebben investeert de verpleegkundige extra tijd door bijvoorbeeld een extra belronde te doen. Hierdoor is het contact intensiever dan voor de coronacrisis. De cliënten beamen dat er meer contact is en spreken hier hun waardering voor uit.

Verpleegkundige: ‘Ik vind het wel heel prettig dat ik op een andere manier toch hulp kan bieden en dat ouders ook weten dat ze er niet alleen voor staan.’ 
Moeder: 'Ja, ik voel dat ik het waard ben. Dat er iemand naar mij omkijkt in plaats van dat het niet uitmaakt en dat niemand me meer ziet staan nu de coronacrisis er is.' 

Uiteindelijk hebben de cliënten wel begrip voor de situatie. Natuurlijk vinden ze het jammer dat de verpleegkundige niet op huisbezoek komt. Ze kijken ernaar uit om de verpleegkundige snel weer te zien.

Verpleegkundige: ‘Ja, ze vinden het wel heel prettig dat er gebeld wordt. Dat er gewoon even meegedacht wordt en dat er even contact is. Ze begrijpen ook de hele situatie, dat wij ook niet anders kunnen, dat begrip is er wel heel erg.'

De situatie thuis: extra spanning of genieten van extra tijd met het gezin?

De verpleegkundigen geven aan dat er bij sommige gezinnen sprake is van extra spanningen. In situaties waarbij het gezin al niet veel buiten kwam is de situatie nagenoeg onveranderd, terwijl andere gezinnen nu 24 uur per dag op elkaars lip zitten door het wegvallen van bestaande of toekomstige dagbesteding, kinderopvang, hulpverlening, werk, stage of school. Dit draagt onder andere bij aan meer stress in het gezin, meer ruzies en spanningen in de relatie tussen de ouders.

Verpleegkundige: ‘Ik heb nu een moeder die ik elke week eventjes bel, die staat op de wachtlijst voor psychische hulp. Ze had net een intake gehad en het zou gaan starten, dus bij haar loopt nu de spanning op, omdat ze natuurlijk al die psychische klachten heeft en dan [de corona] er ook nog bij. Ze zegt: “Ja, ik wacht. Ik had gewoon heel erg de hoop dat dat ging starten en dat dat me gaat helpen en dan schuift het weer op.” Dus, ja, je merkt wel dat ze zoekend zijn ook naar hun rustmomenten.’

Verpleegkundige: ‘Sommige gezinnen zijn heel ontspannen en zien deze coronatijd als een soort kans om meer tijd met het gezin door te brengen. Andere gezinnen hebben toch echt wel heel veel stress en die zoeken ook vaker contact, ook met vragen die eigenlijk dan weer niet bij mij horen, maar ik merk dat ze je wel weten te vinden.’

De verpleegkundigen geven aan dat in de door hen bezochte gezinnen de extra spanningen door het coronavirus nog niet hebben geleid tot een onveilige situatie. Er worden met name ‘veel brandjes geblust’. Het helpt dat de kinderen nog jong zijn. Daardoor zijn de meeste cliënten eraan gewend om elke dag met hun kindje te zijn. Mocht zich toch een acute situatie voordoen, dan weet de cliënt de verpleegkundige te bereiken of kiest de verpleegkundige ervoor om de cliënt op te zoeken.

De kern van de interventie

Tijdens de fysieke of digitale huisbezoeken is corona natuurlijk een gespreksonderwerp. Als er angst aanwezig is proberen de verpleegkundigen juiste voorlichting te geven over hoe om te gaan met het coronavirus. Er wordt met de cliënt meegedacht over manieren waarop ouders toch veilig met hun kind even naar buiten kunnen. De uitdaging is om vervolgens terug te gaan naar de kern van de interventie. Binnen VoorZorg leggen verpleegkundigen vanuit het onderwerp corona een link naar verschillende ontwikkelvelden, zoals gezondheid, levensloopontwikkeling van de moeder en vader, veiligheid en informele steun en netwerk. Binnen Stevig Ouderschap wordt er gepraat over de ouderrol enouderschap in tijden van corona. 

Natuurlijk zijn onderwerpen die eerder zwaar wogen voor veel (aanstaande) ouders nu door de actualiteit meer naar de achtergrond verplaatst. Sommige verpleegkundigen ervaren dan ook dat er een andere, lichtere versie van de interventie wordt uitgevoerd. Daarbij geeft het (beeld)bellen in plaats van het fysiek langsgaan de verpleegkundigen een minder bevredigend gevoel omdat zij in hun beleving hun ondersteunings- en signaleringsfunctie minder goed kunnen uitoefenen. Wellicht speelt het ‘nieuwe’ van deze werkwijze daarbij ook een rol.

Verpleegkundige: ‘Als je op huisbezoek gaat kun je gewoon de dingen doen die je anders ook zou doen. Ik bedoel: Je kunt ook filmen op afstand en je kunt ook van een afstand met elkaar in gesprek gaan, advies geven en dat soort dingen. Dus bij de mensen waar ik op visite ga heb ik niet het idee dat ik op ‘pauze’ sta, maar met het beeldbellen voelt het toch een beetje als een lijntje houden en verder niks.’

Blik op de toekomst

Hoe gaat het straks verder met Stevig Ouderschap en VoorZorg in de anderhalve-meter-samenleving? Veel verpleegkundigen hebben daar vragen over. Hoe pakken we straks de draad weer op? Kan (beeld)bellen op langere termijn de huisbezoeken vervangen of ondersteunen? Kunnen we de komende tijd voldoende kwaliteit en diepgang bieden? En wanneer komt de veiligheid van het kind door de toegenomen spanningen van het continu bij elkaar zijn in het geding? 

Al met al denken de verpleegkundigen dat het contact met hun cliënten dermate goed is dat zij hen weten te vinden via WhatsApp of (beeld)bellen. Hun cliënten beamen dit. Zij zijn blij met het contact dat ze hebben met de verpleegkundigen en de steun die zij krijgen, zowel in het meedenken met allerlei vragen als in bijvoorbeeld het regelen van kinderopvang. 

De verpleegkundigen zetten zich duidelijk nog steeds met hart en ziel in. Ook in deze ongekende tijd, waarin ouderschap echt op de proef gesteld wordt, is een Stevig Ouderschap- of VoorZorg verpleegkundige, op gepaste afstand, beschikbaar voor alle grote en kleine vragen en de benodigde ondersteuning die het (aanstaande) ouderschap oproept.

Deel dit met je netwerk

Contactpersoon

Merian Bouwmeester

Telefoon: 06 - 29 03 80 58

E-mail: mbouwmeester@ncj.nl