Nieuws 18 maart 2024

Aandacht voor tijdige verwijzing heupdysplasie

Uit de TRAM- studie – die het effect van actieve monitoring met dat van behandeling met een spreidmiddel bij kinderen met stabiele heupdysplasie vergelijkt –  blijkt dat kinderen gemiddeld ruim 4 maanden oud zijn bij het eerste consult bij de kinderorthopeed. Dat is één maand later dan de richtlijnen nastreven. Daarom wordt er hernieuwde aandacht gevraagd voor de JGZ-richtlijn Heupdysplasie voor tijdige verwijzing en om bij het uitvragen van de familieanamnese rekening te houden met actieve monitoring als gangbaar beleid.

Aanpassing JGZ-richtlijn Heupdysplasie

Late screening leidt tot latere ontdekking van ernstige vormen van DDH en progressie naar ernstiger vormen bij een deel van de kinderen met een lichtere vorm van DDH. Daarom hernieuwde aandacht voor de JGZ-richtlijn Heupdysplasie. De richtlijn Heupdysplasie is tekstueel aangescherpt en is daarmee in lijn met de NVO-richtlijn Heupdysplasie gebracht.

De tekstuele wijziging betreft het thema Signalering van heupdysplasie; de paragraaf over verwijzing, van kinderen in de leeftijdsperiode van 4 weken tot 6 maanden, voor beeldvormend onderzoek. De wijziging is in de RAC besproken en geaccordeerd.

Voorgaande informatie over de richtlijn op pagina 13:

2 a)  Bij een vermoeden van dysplasie met luxatie verwijst de jeugdarts op dat moment naar de (kinder)orthopeed met het verzoek het kind binnen 2 weken te onderzoeken.

2 b)  Bij een vermoeden van dysplasie zonder luxatie verwijst de jeugdarts voor beeldvormend onderzoek op de leeftijd van 3 maanden, of, indien het vermoeden na 3 maanden ontstond, binnen 2 weken na verwijzing.

Nieuwe informatie (die het bovenstaande vervangt):

  1. Bij een vermoeden van dysplasie zonder luxatie verwijst de jeugdarts voor beeldvormend onderzoek op de leeftijd van 3 maanden, of, indien het vermoeden na 3 maanden ontstond, binnen 2 weken na verwijzing.
  2. De NOV-richtlijn (2020) adviseert om ook bij een vermoeden van dysplasie met luxatie te verwijzen voor een echo, waarna zo nodig verwijzing door de radioloog naar een (kinder-)orthopeed volgt. Dit advies kan door de JGZ worden geïmplementeerd in regio’s waar aan de volgende voorwaarden* wordt voldaan:
    1. Goede afspraken over snel terecht kunnen voor een echo (binnen 2 weken); en
    2. Goede afspraken over rechtstreekse verwijzing vanuit radiologie naar een (kinder-)orthopeed bij afwijkende bevindingen op de echo.
  3. Bij een vermoeden van dysplasie met luxatie verwijst de jeugdarts, werkzaam in regio’s waar nog niet aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, op dat moment naar de (kinder-)orthopeed met het verzoek het kind binnen 2 weken te onderzoeken.

* Het is overigens niet de verantwoordelijkheid van de JGZ-organisaties om deze voorwaarden tot stand te brengen. 

De bijbehorende documenten, de samenvattingskaart en bijlage 3 worden nog aangepast.

Meer lezen over het onderzoek? Dat kan hier.

"*" geeft vereiste velden aan

Hidden
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Welkom op onze nieuwe website!

Heb je een gebruikersaccount? Dan ontvang je van ons een mail om je account opnieuw te activeren.