Nieuwsbericht

Contactpersoon:
Lieke van der Meulen adviseur
Telefoon: 06 - 13 13 64 99
E-mail: lvandermeulen@ncj.nl

VoorZorg-Verder: 'Ik heb het gevoel dat ik er niet alleen voor sta'

dinsdag 24 maart 2020

Het programma VoorZorg bestaat uit intensieve, integrale verpleegkundige ondersteuning voor jonge kwetsbare vrouwen tijdens hun eerste zwangerschap en tijdens de eerste twee levensjaren van hun kind. Amsterdam UMC (locatie VUmc) en het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) hebben in samenwerking met het Verwey-Jonker instituut van 2016 tot en met 2019 aan een vervolg gewerkt op VoorZorg: VoorZorg-Verder. Met VoorZorg-Verder blijven de moeders ondersteuning krijgen van VoorZorgverpleegkundigen wanneer het kind 2 jaar is geworden, tot aan de leeftijd van 6 jaar.

Het Verwey-Jonker Instituut volgde de ontwikkeling van VoorZorg-Verder en voerde een procesevaluatie uit. Ze hebben op meerdere momenten vragenlijsten afgenomen en gesproken met deelnemende moeders, VoorZorgverpleegkundigen en de ontwikkelaars van het programma. In het najaar van 2019 verscheen hun rapport. Amsterdam UMC deed parallel hieraan twee studies. Een studie naar de behoeften en wensen van moeders die VoorZorg hadden afgerond en nu een kind hadden tussen de 2,5 en 6 jaar. Daarnaast een onderzoek met een groep van ruim 30 moeders om de voorlopige effecten van VoorZorg-Verder vast te stellen.

Het programma VoorZorg-Verder

Voor het programma zijn acht huisbezoeken ontwikkeld voor moeders van kinderen tussen 2 en 6 jaar, inclusief informatiebladen en gezinsondersteunende opdrachten. Ook is een training VoorZorg-Verder ontwikkeld voor VoorZorgverpleegkundigen. De huisbezoeken zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis over de ontwikkeling van kinderen in die leeftijd. Daarnaast zijn 26 moeders die VoorZorg hebben afgesloten met tussen de 2,5 en 6 jaar geïnterviewd over hun behoeften en wensen. Tot slot zijn VoorZorgverpleegkundigen geraadpleegd over wat zij denken dat moeders nodig hebben nadat ze VoorZorg hebben afgesloten. De uitkomsten van al deze gesprekken zijn meegenomen in het programma VoorZorg-Verder zoals het er nu ligt.

Vanaf 2017 is VoorZorg-Verder in drie regio’s uitgevoerd: Amsterdam, Noord-Holland-Noord en Breda. VoorZorg-Verder is aangeboden aan alle gezinnen die VoorZorg hadden afgesloten in de drie regio’s, in totaal aan 85 gezinnen. Hiervan zeiden 60 gezinnen dat ze wilden starten met VoorZorg-Verder. Uiteindelijk zijn 51 gezinnen feitelijk gestart. Bij hen zijn in totaal 192 huisbezoeken uitgevoerd door VoorZorgverpleegkundigen in de periode 2017-2019.

Wat vinden moeders en verpleegkundigen van het programma?

Gedurende de pilot tussen 2017 en 2019 werden moeders en VoorZorgverpleegkundigen steeds meer tevreden over de uitvoering van VoorZorg-Verder. Moeders vinden het vanwege de al aanwezige vertrouwensband, prettig om dezelfde VoorZorgverpleegkundige te hebben als bij VoorZorg. Moeders merken dat VoorZorg-Verder hen iets oplevert op het gebied van de opvoeding van hun kind en ze zien verbetering in hun zelfbeeld en zelfvertrouwen. Het lukt VoorZorgverpleegkundigen steeds beter om flexibel om te gaan met de opzet en het materiaal van VoorZorg-Verder en zo aan te sluiten bij de wensen en behoeften van de verschillende moeders. VoorZorgverpleegkundigen zien verbetering in het zelfinzicht bij moeders over hun rol bij de ontwikkeling van het kind en in hun opvoedvaardigheden. Wel menen zij dat de opbrengsten per moeder (kunnen) verschillen. Het meest genoemde werkzame element van VoorZorg-Verder is de (al eerder opgebouwde) vertrouwensband tussen moeder en VoorZorgverpleegkundige. Tevens is de vertrouwensband de meest genoemde randvoorwaarde voor een goede uitvoering. Twee andere veelgenoemde randvoorwaarden zijn (voldoende) tijd voor de uitvoering van VoorZorg-Verder en flexibiliteit in de lengte, frequentie en momenten van de huisbezoeken.

Vrijwel alle moeders hebben VoorZorg-Verder als positief ervaren. ‘Ik snap mijn kind beter’, ‘ik ben gegroeid van een dichte naar een open bloem’, ‘ik krijg zelfvertrouwen en positiviteit’ en ‘ik heb het gevoel dat ik er niet alleen voor sta’.

Effecten

Om het voorlopige effect van VoorZorg-Verder te onderzoeken zijn moeders geïnterviewd, hebben ze vragenlijsten ingevuld en is een video-opname gemaakt van een spelmoment met hun kind. Dit gebeurde op twee momenten: na afronding van VoorZorg voordat VoorZorg-Verder begon en na drie tot vier huisbezoeken over de periode van één jaar.

Ruim de helft van de deelnemers rookt niet, daarin kwam geen verandering na een jaar. Er is gemiddeld een kleine afname van alcoholgebruik. Moeders ervaren hun eigen gezondheid en die van hun kinderen als goed, gemiddeld nog iets beter na VoorZorg-Verder. De meesten zijn tevreden over hun (buurt)netwerk, al is dat niet zo groot. Moeders hebben na een jaar VoorZorg-Verder iets betere opvoedvaardigheden en er is meer wederkerigheid tussen de moeders en hun kinderen. Na een jaar lijkt er een iets lagere indicatie voor gehechtheidsproblemen. De vertrouwensrelatie met de VoorZorgverpleegkundige was al goed en blijft goed na VoorZorg-Verder.

Meer informatie

Het project VoorZorg-Verder was een samenwerking tussen Amsterdam UMC, het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid en het Verwey-Jonker instituut, en is gefinancierd door FNO Zorg voor kansen. Daarnaast hebben VoorZorgverpleegkundigen van GGD Amsterdam, GGD Hollands Noorden en Careyn Jeugd en Gezin VoorZorg-Verder uitgevoerd in hun regio’s. Voor meer informatie: