Wet Publieke Gezondheid

In de Wet publieke gezondheid (Wpg) is de publieke gezondheidszorg vastgelegd. De publieke gezondheidszorg richt zich op de zorg voor de gezondheid van de samenleving en risicogroepen. Kenmerkend voor de publieke gezondheidszorg is dat er sprake is van een maatschappelijke hulpvraag. De wet onderscheidt collectieve preventie, infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg. Samenhang tussen deze taken is van belang. In artikel 2.1 wordt bepaald dat het college van burgemeester en wethouders de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen bevordert.

In artikel 2.2 wordt beschreven dat het college van burgemeester en wethouders naast de jeugdgezondheidszorg en infectieziektebestrijding in ieder geval zorg moet dragen voor:

  • het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking;
  • het elke vier jaar op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid
  • het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen;
  • het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering;
  • het bevorderen van medisch milieukundige zorg;
  • het bevorderen van technische hygiënezorg;
  • het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen;
  • het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders.

Deze zaken moeten voor alle leeftijdsgroepen uitgevoerd worden, dus ook voor jeugd.

Meer informatie

Meer informatie vind je in de Toekomstvisie op publieke gezondheid van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Deel dit met je netwerk