Nieuws 29 oktober 2026

Monitor Kansrijke Start 2025: structuren staan, maar gezondheidsuitkomsten blijven achter

Het RIVM bracht recent voor de zevende keer de landelijke Monitor Kansrijke Start uit. Een belangrijke monitor voor het NCJ. Want als landelijke partner binnen het programma Kansrijke Start kijken we natuurlijk naar wat er staat, maar vooral naar wat het oplevert voor ouders en kinderen. De monitor houdt ons scherp: wat organiseren we al goed, waar wringt het nog en wat merken (toekomstige) ouders en kinderen daar nu echt van?

Lees het rapport

De structuren die we bedacht hebben, lijken er te staan: 92% van de gemeenten heeft een lokale of regionale coalitie, 99,7% biedt prenatale huisbezoeken door de JGZ aan en 91% is aangesloten bij Nu Niet Zwanger. De Monitor Kansrijke Start 2025 laat zien dat de samenwerking en ondersteuning steeds beter georganiseerd zijn, maar dat de gezondheid van (toekomstige) ouders en jonge kinderen op verschillende punten nog onvoldoende verbetert.

Het doel van Kansrijke Start is om (toekomstige) ouders in kwetsbare situaties op tijd de juiste zorg en ondersteuning te bieden, zodat ieder kind zo gezond mogelijk kan opgroeien. Of we aan dit doel beter lijken te voldoen, daar geeft de monitor ons helaas geen antwoord op. Wel laat de monitor zien dat psychische problemen bij aanstaande ouders toe nemen. Dat er tevens een toename zichtbaar is in het aantal vroeggeboorten en kinderen met een laag geboortegewicht. En dat er in de afgelopen jaren geen verbeteringen zichtbaar zijn op het gebied van taalontwikkeling en overgewicht bij jonge kinderen. Het zijn indicatoren waarvan we weten hoe belangrijk ze zijn om een kind een zo gezond mogelijk start te kunnen geven. De inspanningen binnen Kansrijke Start lijken echter nog niet direct effect te hebben op deze belangrijke gezondheidsuitkomsten.

De resultaten vragen om meer begrip over wat er gebeurt tussen het moment waarop we hulp aanbieden en het uiteindelijke resultaat. We weten steeds beter wat we organiseren, maar veel minder goed welke ouders we daarmee bereiken, welke gezinnen we missen en wat er na de eerste hulp gebeurt. Een prenataal huisbezoek van de JGZ is een belangrijke eerste stap. Maar wat als daarna geen passend vervolgaanbod beschikbaar is? Draagt het prenataal huisbezoek dan wel daadwerkelijk bij aan betere gezondheidskansen?

Als we willen weten of Kansrijke Start echt verschil maakt, moeten we dus verder kijken dan wat we aanbieden. Bereiken we de gezinnen die de hulp het hardst nodig hebben? Krijgen zij ook de juiste ondersteuning? En helpt die ondersteuning ook daadwerkelijk om de gezondheid en kansen van hun kinderen te verbeteren? Door dit beter te volgen, krijgen we meer zicht op wat werkt en waar het beter kan. Zo kunnen we ook beter beoordelen of we erin slagen de verschillen in kansen en gezondheid tussen kinderen kleiner te maken.

Daarnaast blijft het belangrijk om niet alleen óver ouders te praten, maar ook mét hen. Opvallend is dat het aandeel gemeenten dat ouders en ervaringsdeskundigen betrekt bij Kansrijke Start is gedaald van 41% in 2024 naar 34% in 2025. Juist de ervaringen van ouders kunnen ons helpen begrijpen waar ondersteuning aansluit bij behoeften en waar zij vastlopen. Door ouders en ervaringsdeskundigen actief te betrekken, kunnen we beter begrijpen wat werkt, wat ontbreekt en wat anders moet.

Dit alles vraagt om betere monitoring, maar ook om de bereidheid om van de uitkomsten te leren en waar nodig onze aanpak aan te passen. Want uiteindelijk gaat het niet om hoeveel coalities we hebben of hoeveel huisbezoeken we aanbieden, maar om de vraag of ouders en kinderen er daadwerkelijk beter van worden.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Welkom op onze nieuwe website!

Heb je een gebruikersaccount? Dan ontvang je van ons een mail om je account opnieuw te activeren.