Elk jaar onderzoekt het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) hoe het Prenataal Huisbezoek JGZ (PHB JGZ) verloopt. Dit keer vulden 25 JGZ-organisaties de vragenlijst in over het jaar 2025. Uit de resultaten blijkt dat organisaties steeds tevredener zijn over de uitvoering. Tegelijkertijd blijven er verbeterpunten, zoals het beter bijhouden van de cijfers en de samenwerking met andere zorgverleners.

Over het onderzoek
In 2023 zette het NCJ voor het eerst een vragenlijst uit onder alle JGZ-organisaties om de implementatie van het Prenataal Huisbezoek (PHB JGZ) te onderzoeken. De resultaten en gebruikte onderzoeksmethoden van deze eerste uitvraag zijn te lezen in dit artikel. Bekijk ook de resultaten van vorig jaar. Deze huidige monitor betreft een beschrijvende vergelijking van de resultaten over 2025.
Aanmeldingen en de rol van de verloskundige
Organisaties geven hun tevredenheid over het aantal aanmeldingen gemiddeld een 5,3 op een schaal van 1 t/m 10. Dat is een vooruitgang vergeleken met het vorige onderzoek, toen dit cijfer nog een 4,3 was. Veel organisaties zien het aantal aanmeldingen duidelijk groeien. Wel verschilt dit erg per regio: in sommige organisaties of gemeenten blijft het aantal aanmeldingen gelijk of daalt het juist iets.
Het precies bijhouden van de cijfers blijft lastig in de praktijk. Slechts 8 van de 25 organisaties wist het exacte aantal aanmeldingen te noemen. 12 organisaties gaven een schatting en bij 5 organisaties waren de exacte cijfers niet bekend.
Bij de organisaties die wél konden aangeven waar de aanmeldingen vandaan komen, blijkt hoe belangrijk verloskundigen zijn. Ongeveer de helft van de aanmeldingen komt namelijk via de eerstelijns verloskundige binnen. Slechts drie organisaties lieten hun cijfers in detail zien:
| Organisatie |
Totaal aantal aanmeldingen |
Verloskundige praktijk (Eerstelijn) |
Ziekenhuis (Tweedelijn) |
JGZ zelf |
| Organisatie 1 |
680 |
490 |
20 |
50 |
| Organisatie 2 |
3.280 |
1.700 |
170 |
1.020 |
| Organisatie 3 |
370 |
170 |
70 |
130 |
Opvallend is dat er bij deze organisaties geen enkele aanmelding via de huisarts binnenkwam.
Aantal uitgevoerde huisbezoeken per organisatie
De monitor laat ook zien hoeveel prenatale huisbezoeken er daadwerkelijk zijn gedaan. In de tabel hieronder zie je hoe dit aantal zich tussen 2024 en 2026 heeft ontwikkeld bij een aantal JGZ-organisaties.

Deze cijfers laten zien dat de ontwikkeling per organisatie sterk verschilt: waar het aantal huisbezoeken op de ene plek sterk groeit, neemt het elders juist flink af. Organisaties 2 en 3 laten een duidelijke groeispurt zien, terwijl de organisaties met de grootste aantallen in 2024 (Organisaties 1 en 6) juist flink dalen. Deze daling kan te maken hebben met een strenger doelgroepenbeleid. Mogelijk wordt er in deze regio’s bewuster gekozen om het budget uitsluitend te richten op de meest kwetsbare gezinnen, waardoor het totale bereik daalt. Voor het merendeel van de overige organisaties (4, 5, 7 en 8) blijft het aantal uitgevoerde huisbezoeken stabiel.
Wie krijgt het huisbezoek en hoe worden ouders bereikt?
Bijna alle organisaties (22/25) geven aan dat ze met het huisbezoek de doelgroep bereiken zoals bedoeld: gezinnen in een (potentieel) kwetsbare situatie. Slechts 3 organisaties bieden het huisbezoek aan alle aanstaande ouders aan. Het aantal organisaties dat het huisbezoek standaard aan iedereen aanbiedt, is gedaald. In sommige gevallen houden gemeenten dit tegen omdat zij de focus willen behouden op gezinnen die extra steun kunnen gebruiken.
Om ouders over het PHB JGZ te informeren en hen dit aan te bieden, gebruiken 24 organisaties hun website, 8 de wachtkamer en 23 het zogeheten MKV-moment. Dit moment is ten opzichte van vorig jaar nog belangrijker geworden om kwetsbaarheid te signaleren en ouders te wijzen op het PHB JGZ. Ook sluiten organisaties soms aan bij Centering Pregnancy-groepen.
Tevredenheid over de uitvoering en de werkwijze
Organisaties geven de daadwerkelijke uitvoering van het huisbezoek dit jaar een 7,0 op een schaal van 1 t/m 10. Bij het invullen van de vorige monitor was dit gemiddeld nog een 6,2. Jeugdverpleegkundigen geven aan dat dit vroege contact waardevol is. Ze kunnen zo al tijdens de zwangerschap een vertrouwensband opbouwen, steun bieden bij het aanstaande ouderschap en ouders warm doorverwijzen als er extra hulp nodig is.
Als vast instrument tijdens het huisbezoek gebruiken 17 organisaties die de vragenlijst invulden de GIZ-methodiek (Gezamenlijke Inschatting Zorgbehoefte). Andere instrumenten die worden gebruikt zijn PreSpark (3), Kijk Mij (2) en Samen Starten (2).
Samenwerking met ketenpartners
Het succes van het prenataal huisbezoek hangt erg af van de samenwerking met andere zorgverleners. De organisaties gaven de volgende gemiddelde rapportcijfers (op een schaal van 1 tot 10) voor de samenwerking:
- Eerstelijns verloskundigen (6,6): Dit cijfer is gestegen (was 5,9). Er wordt in de regio’s hard gewerkt aan kortere lijnen. Zo zit er op verschillende plekken wekelijks een jeugdverpleegkundige bij grote verloskundepraktijken op locatie om beter vindbaar te zijn.
- Gemeenten (6,5): Dit cijfer is al een paar jaar stabiel, al verschilt de samenwerking per gemeente erg.
- Ziekenhuizen en tweedelijns verloskundigen (6,4): Hier is een stijgende lijn te zien vergeleken met eerdere monitors (toen scoorde dit nog een 5,1 en een 6,0).
- Huisartsen (4,3): Dit is het laagste cijfer uit het onderzoek. Huisartsen worden nu nog het minst bereikt. Wel worden er informatiebijeenkomsten tussen JGZ en huisartsen georganiseerd om het huisbezoek bij deze doelgroep bekender te maken. Dit cijfer is niet te vergelijken met voorgaande jaren, omdat dit in eerdere monitors niet is uitgevraagd.
Tot slot blijkt uit deze monitor dat de lokale verankering en samenwerking blijft stijgen. Maar liefst 24 van de 25 JGZ-organisaties nemen actief deel aan een lokale coalitie van Kansrijke Start, waarbij 21 organisaties het prenataal huisbezoek (PHB) ook echt op de agenda van deze coalitie zetten. Daarnaast zijn 16 organisaties aangesloten bij een Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) of een Integrale Geboortezorg Organisatie (IGO), en binnen 14 van deze verbanden wordt het PHB JGZ actief besproken.
Als we kijken naar de directe lijnen met zorgpartners in de buurt, dan valt op dat bijna alle organisaties (24) actief de verbinding en samenwerking opzoeken met eerstelijns verloskundigen. Ook de link met ziekenhuizen is sterk; 22 organisaties werken hier actief mee samen. De connectie met huisartsen blijft daarentegen nog wat achter, aangezien slechts 8 organisaties hier op dit moment mee samenwerken. Tot slot kiest een klein deel van de organisaties (5) voor extra verdieping door samen met hun netwerkpartners gezamenlijke scholingen te volgen.
Bekijk de resultaten van vorig jaar