Richtlijn: Motorische ontwikkeling (2019)

Collectieve adviezen aan de omgeving van het kind

Aanbevelingen

Voor JGZ-professionals:

1. Als er op basis van hulpvragen van kinderen, ouders en leerkrachten, aanwijzingen zijn dat een school weinig aandacht besteedt aan fijnmotorische ontwikkeling, dan bespreekt de JGZ-professional met de school of extra stimulans ten behoeve van fijnmotorische vaardigheden van kinderen met name in groep 1, 2 en 3 nodig is.

Voor de JGZ op niveau van de organisatie/ management:

1. De JGZ geeft scholen (primair en voortgezet onderwijs), op verzoek of ongevraagd, voorlichting over de voordelen van twee uur per week gymles onder leiding van een vakleerkracht bewegingsonderwijs (zoals beschreven door de Beweegrichtlijn van de Gezondheidsraad. Doel is het stimuleren van de grofmotorische ontwikkeling. 

2. De JGZ adviseert zonodig aan scholen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, naschoolse opvang en buitenschoolse opvang dat het schoolplein zo wordt ingericht dat bewegen aantrekkelijk wordt gemaakt. De JGZ verwijst daarbij naar vijf randvoorwaarden zoals geformuleerd door de Vereniging van Nederlandse gemeenten: 

  • Beperkt aantal kinderen op het pleina
  • Structureren van de ruimte, 
  • Aanbieden van geschikt (los) materiaal, 
  • Transfer met de les bewegingsonderwijsb,
  • Begeleiding op het plein.  

3. De JGZ adviseert gemeenten om randvoorwaarden te creëren die kinderen stimuleren om te bewegen. Voorbeelden zijn het aanleggen van veilige wandel- en fietspaden, het creëren van (goede toegankelijkheid van) voldoende sportvoorzieningen, het verbeteren, handhaven of aanpassen van speelplekken en parken, en door het aanbieden van schoolzwemmen.

4. De JGZ stelt zich proactief op om met andere partijen, waaronder sportverenigingen, samen te werken met als doel om de gezonde motorische ontwikkeling van kinderen te stimuleren. De JGZ brengt bij de scholen ook het “Vignet Gezonde School” onder de aandacht.

Uitgangsvraag

Wat zijn bij het vastellen van risicofactoren of met het oog op preventie vanuit de JGZ collectieve adviezen aan de omgeving van het kind (zoals kinderopvang, peuterspeelzalen, scholen, gemeenten) om de motorische ontwikkeling te stimuleren?

a Met 'beperkt' wordt bedoeld: een minimum terreinoppervlakte van 3m2 per leerling voor het verharde gedeelte (speelplaats), met een minimum van 300m2 netto. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600m2 netto.
b Met 'transfer' wordt bedoeld: het geleerde bij de lessen bewegingsonderwijs kunnen toepassen tijdens het spelen op het schoolplein (primair onderwijs) en de pauzes (voortgezet onderwijs)

Wetenschappelijke onderbouwing

Methode

De verantwoording van literatuursearches en de searchstrategieën staan nader omschreven in bijlage 6

Conclusies

Bewijsniveau*
3 Uit de literatuur blijkt dat groepsinterventies effectief zijn voor het verbeteren van motorische vaardigheden bij zowel kinderen onder vierjarige leeftijd171 als bij kinderen van vijf tot en met 18 jaar165.
4 Voor speelplekken, parken en schoolpleinen geldt dat renovatie/aanpassingen kan zorgen voor een stijging in het gebruik van de speeltoestellen en daarmee voor een verhoging van de fysieke activiteit van kinderen waardoor de motorische ontwikkeling gestimuleerd wordt171,172,174. Dit kan onder andere gerealiseerd worden door nieuwe speeltoestellen en ondergronden te plaatsen, te voorzien in los materiaal (voetbal, springtouw), specifieke gebieden te creëren (basketbalveld, voetbalveld) en een (fysiek en sociaal) veilige omgeving te waarborgen 171,172,174

* 1 hoog; 2 matig; 3 laag; 4 zeer laag; - ontbreekt

Adviezen voor peuterspeelzalen en/of kinderdagverblijven ter verbetering en bevordering van motorische vaardigheden bij kinderen tot en met 4 jaar

In de systematische review van Riethmuller171 zijn studies onderzocht die zich richtten op interventies op peuter- en kleuterscholen. De interventies hadden als doel om de motorische vaardigheden van zich normaal ontwikkelende kinderen tot en met vier jaar te bevorderen en te verbeteren. Riethmuller en collega’s includeerden 17 artikelen waarvan 10 gepubliceerd en zeven ongepubliceerd waren. Deze laatste komen wel uit dezelfde databases maar zijn bijvoorbeeld proefschriften. Uit de 10 gepubliceerde onderzoeken blijkt dat de studies aanzienlijk van elkaar verschilden in groepsgrootte (van 24 tot 545 deelnemers) en duur van de interventie (van 8 tot 24 weken; gemiddeld 11 weken). In negen van de tien studies werd de effectiviteit aangetoond van de uitgevoerde interventie. In de zeven ongepubliceerde artikelen was de gemiddelde groepsgrootte 50 deelnemers en varieerde de duur van de interventie van 9 tot 20 weken.

In slechts twee van deze studies waren de motorische vaardigheden van kinderen significant verbeterd na de interventie. In de review wordt geconcludeerd dat betrokkenheid van ouders bij universele interventies bevorderlijk is voor de effectiviteit van de interventies, zodat de kennis vanuit de interventie-setting ook thuis kan worden toegepast. Dit betekent dat gezondheidsprofessionals een belangrijke rol kunnen spelen bij het adviseren van ouders om mee te doen aan interventies en deze ook thuis toe te passen.

Adviezen voor scholen: verbeteren van motorische vaardigheden bij kinderen van 4 tot 18 jaar (school setting)

Het doel van de systematische review en de meta-analyse van Morgan165 was om een overzicht te geven van interventies die betrekking hebben op het verbeteren van fundamentele motorische vaardigheden bij zich normaal ontwikkelende kinderen van 5 tot en met 18 jaar. In de review zijn 22 onderzoeken geïncludeerd (6 RCT’s, 13 quasi-experimentele trials en 3 pre-post trials) die samen 19 interventies beschrijven. De interventies werden uitgevoerd op school, thuis of in de wijk of de gemeente. De groepsgrootte varieerde van 13 tot 1.464 kinderen. De duur van de interventies varieerde van 4 weken tot 3 jaar (mediaan: 12 weken). Alle geïncludeerde studies rapporteerden een statistisch significant interventie-effect. De meta-analyse toonde grote effecten aan voor de grove motoriek als geheel, de verplaatsingsvaardigheden zoals lopen en rennen, en een matig effect voor object controle zoals balvaardigheid. Hoewel deze resultaten veelbelovend waren, bestond er bij veel van de geïncludeerde studies een hoog risico op bias bijvoorbeeld door het ontbreken van achtergrondgegevens van de interventie- en controlegroep. Op basis van dit onderzoek is er reden om te veronderstellen dat bewegen in groepsverband in school goed is voor het ontwikkelen van fundamentele motorische vaardigheden bij kinderen. 

Adviezen voor scholen: kenmerken van effectieve groepsinterventies

De resultaten van bovenstaande reviews165,171 worden bevestigd door de overige reviews die in dit hoofdstuk zijn geïncludeerd. Het is echter lastig om verschillende groepsinterventies met elkaar te vergelijken aangezien ze verschillen in doelen, duur, intensiteit en begeleiding165,171. Ondanks de vele inhoudelijke verschillen tussen de groepsinterventies, bleek uit deze studies dat de (voor)schoolse voorzieningen (school, dagopvang) een goede omgeving bieden waarin een groepsinterventie zou kunnen plaatsvinden. Kinderen brengen daar per dag veel tijd door. De leeftijd van (voor)schoolgaande kinderen is eveneens geschikt gebleken om kinderen te stimuleren bij het ontwikkelen van motorische vaardigheden166-168,171,175. Daarnaast hebben (voor-)scholen vaak gemakkelijker en frequenter toegang tot de benodigde attributen en ruimte dan gezinnen en families166.

Een groepsinterventie blijkt het meest effectief wanneer de onderdelen van de interventie worden opgenomen in het curriculum166-168,171,175. Kinderen worden zo verplicht om hieraan deel te nemen. In hoeverre gymlessen op Nederlandse scholen vergelijkbaar zijn met deze bestudeerde interventies, is niet bekend. Het bleek ook effectief te zijn wanneer een groepsinterventie op school een multidisciplinair karakter heeft. Dat wil zeggen dat deze niet alleen gericht is op school, maar ook op het gezin en de gemeenschap. Deze bevindingen worden ook ondersteund door de andere reviews165,171,175.

Een ander aspect dat invloed bleek te hebben op de effectiviteit van een groepsinterventie is de aanpak. Zowel Morgan165 als Kirk166 toonden aan dat er een grotere vooruitgang van fundamentele motorische vaardigheden is wanneer bij de aanpak de kinderen centraal staan en betrokken worden bij het proces (‘child orientated’). In de studies met de hoogste kwaliteit in de review van Kriemler175 werden de groepsinterventies uitgevoerd door vakleerkrachten bewegingsonderwijs. Dit resulteerde in effectieve groepsinterventies. Ook Morgan en collega’s165 gaven aan dat de gymlessen en speciaal opgeleide gymleraren nodig zijn om succesvolle groepsinterventies aan te kunnen bieden.

Tot slot geven alle reviews aan dat de getrokken conclusies met voorzichtigheid geïnterpreteerd dienen te worden vanwege verschillende tekortkomingen in de geïncludeerde studies in de reviews. Hieronder vallen een kleine steekproef, het includeren van correlatiestudies en het ontbreken van retentietesten (dat zijn testen om een langdurig effect vast te kunnen stellen)165,167,168,171.

Adviezen voor gemeenten en scholen: schoolpleinen, parken en speelplekken

Schoolpleinen, parken en speelplekken moeten uitdagend en aantrekkelijk zijn willen ze fysieke activiteit stimuleren en daarmee de motorische vaardigheden van kinderen verbeteren173,176. Uit het eerstgenoemde onderzoek176 blijkt dat de fysieke activiteit van schoolgaande kinderen hoger is wanneer er een natuurlijke omgeving aanwezig is. Het onderzoek van Cohen173 toont aan dat gerenoveerde parken (met onder andere nieuwe speeltoestellen en nieuwe ondergronden) meer dan het dubbele aantal kinderen aantrok dan de niet-gerenoveerde parken. Daarnaast lieten de resultaten zien dat in de gerenoveerde parken sprake was van een verhoging van het energieverbruik van degenen die het park bezochten. Ook onderzoeken naar speelplekken zoals de ‘Krajicek playgrounds’ laten zien dat renovatie kan leiden tot een verhoging van de fysieke activiteit van kinderen172,174. Daarnaast blijkt dat een veilige omgeving voor kinderen, zowel fysiek (ver weg bij verkeer) als sociaal (vriendelijke sfeer), erg belangrijk is om de fysieke activiteit te stimuleren172.

Overige overwegingen

Scholen

Grove motoriek
Op basis van artikelen uit andere bronnen dan peer-reviewed tijdschriften (de zogenaamde grijze literatuur) lijkt het nuttig dat Nederlandse scholen vakleerkrachten het bewegingsonderwijs laten verzorgen177. Als de kleutergym in groep 1 en 2 verzorgd wordt door een vakleerkracht, leidt dit tot een significant hoger vaardigheidsniveau van de grove motoriek in groep 3 dan wanneer de groepsleerkracht de kleutergym verzorgt. De experts en leden van de project- en werkgroep hechten er daarom aan dat de JGZ met gemeenten en/of scholen in gesprek gaat over de wijze waarop ze tenminste twee uur per week gymles door een vakleerkracht kunnen aanbieden aan kinderen vanaf groep 1, zoals dat volgens de Beweegrichtlijn 2017 van de Gezondheidsraad wordt aanbevolenprojectgroep;werkgroep;expert opinion.

Het aanpassen/renoveren van schoolpleinen leidt tot een verhoging van de fysieke activiteit van kinderen op deze pleinen. Nederlandse schoolpleinen die aan de volgende voorwaarden voldoen, faciliteren volgens onderzoek kinderen het beste om er prettig te kunnen laten spelen, bewegen en ontdekken178-180:

  • Er is aandacht en ruimte voor het aantal kinderen op het plein met als minimum 3m2 per leerling. Het aantal kinderen op het plein kan hierbij worden geoptimaliseerd door pauzetijden te scheiden en door gebruik te maken van speel- en beweegruimten in de nabijheid van de school.
  • Scholen creëren voor de meest gespeelde activiteiten met behulp van belijning of hotspotroosters ruimte voor alle kinderen op het plein.
  • Als er (los) speelmateriaal aangeboden wordt, is er voor het juiste gebruik ervan aansluiting met de les bewegingsonderwijs. 
  • Er wordt voor de juiste begeleiding op het plein gezorgd178-180

Voor de praktische aanpak van het renoveren van een schoolplein biedt de stichting Jantje Beton een stappenplan aan waarin beschreven staat hoe men, samen met de kinderen, de schoolpleinrenovatie het beste kan uitvoeren181.

Tot slot kan het meerwaarde hebben dat de JGZ-scholen attendeert op het “Vignet Gezonde School”, een kwaliteitskeurmerk voor scholen die werken aan het verbeteren van de gezondheid van hun leerlingen. Hieronder valt ook het stimuleren van voldoende bewegen. 

Fijne motoriek
De literatuur voorziet vooral in onderbouwing van groepsinterventies die gericht zijn op stimulering en verbetering van de grove motoriek. Zoals al eerder bij de individuele adviezen beschreven, geven de project- en werkgroepleden aan dat het nuttig is dat niet alleen op scholen, maar ook thuis aandacht bestaat voor de ontwikkeling van de fijne motoriek. Experts geven aan dat het beoordelen van de schrijfvaardigheid het resultaat, het proces, de geleverde inspanning en cognitieve aspecten omvat. Immers, als het proces relatief moeizaam en/of de inspanning hoog is, kan het kind hiervan hinder ondervinden. Dit kan reden zijn de fijnmotorische ontwikkeling van het kind op een andere wijze te begeleiden. 

Gemeenten
De project- en werkgroepleden geven aan dat bij signalen dat de randvoorwaarden om in de wijken te bewegen onvoldoende aanwezig zijn, de JGZ de gemeenten zou kunnen stimuleren om deze te creëren. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleggen van veilige wandel- en fietspaden en aan het aanpassen van speelplekken. Ook zien de project- en werkgroepleden voordelen van het (verplichte) schoolzwemmen, omdat de zwemvaardigheid van kinderen in Nederland afneemt182. Leren zwemmen is gunstig voor zowel de motorische ontwikkeling als voor de veiligheid van kinderen.

Er zijn al verschillende initiatieven vanuit gemeenten om fysieke activiteit van kinderen te stimuleren; het aantal en soort activiteiten verschilt echter per regio. Voorbeelden zijn Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG) en Lifestyle, Energy, Fun & Friends (LEFF). Bij deze initiatieven worden kinderen en ouders gestimuleerd tot een gezonde leefstijl met betrekking tot voeding en fysieke activiteit. Andere voorbeelden zijn het ‘Nijntje Beweegprogramma’, ‘Jump-In’, en ‘Lekker Fit’. Meer informatie over effectieve beweegprogramma’s is te vinden via de website van Kenniscentrum Sport184 en Team Sportservice.

In het standpunt ‘Beweegstimulering door de jeugdgezondheidszorg183 komt naar voren dat de JGZ actiever kan bijdragen aan het stimuleren van bewegen door de jeugdigen. Dit is mogelijk door aan te sluiten bij lopende, lokale initiatieven. De project- en werkgroepleden geven aan dat JGZ-organisaties zelf het beste kunnen nagaan welke mogelijkheden er zijn tot samenwerkingen op lokaal niveau; hetzelfde geldt voor financiering van extra activiteiten.

Verder zou de JGZ volgens experts mogelijk ook invloed kunnen uitoefenen op beleidsplannen van gemeenten en schoolbesturen. Dit geldt zowel voor de beleidsterreinen zorg en welzijn als voor onderwijs (stimuleren van vakleerkrachten bewegingsonderwijs voor alle klassen) en ruimtelijke ordening (creëren van voldoende en veilige speelmogelijkheden, beweegvriendelijke, uitdagende en stimulerende schoolpleinen). Hiertoe zouden de JGZ-organisaties samenwerkingsverbanden kunnen aangaan met bijvoorbeeld kinderopvang, scholen, sportverenigingen, andere lokale sportaanbieders, en collega’s van de GGD die een rol spelen bij het lokaal gezondheidsbeleid. Een uitgewerkt plan en de bijbehorende randvoorwaarden zijn te vinden in het standpunt ‘Beweegstimulering door de jeugdgezondheidszorg183.

Tot slot zou het volgens de experts meerwaarde hebben een digitaal overzicht te ontwikkelen voor kinderen en hun ouders van de lokaal toegankelijke bewegingsactiviteiten. Een dergelijk overzicht met mogelijkheden tot bewegen, de ‘sociale kaart bewegen’, zou helpen om ouders zich bewust te laten worden van de mogelijkheden in hun buurt. De JGZ zou ouders van zowel kinderen mét als kinderen zonder motorische ontwikkelingsproblemen hierover kunnen informeren. De JGZ kan ouders eventueel ook attenderen op de gemeentegids of op buurtsportcoaches via de websites van de gemeenten. In het algemeen zouden gemeenten, buurtsportcoaches en scholen lokale informatie over deze onderwerpen kunnen delen, koppelen of linken met de JGZ, waardoor het beschikbaar is voor alle organisatiesexpert opinion. Veel informatie hierover op lokale websites van JGZ/CJG komt al van de website van opvoeden.nl. De website over Beweegkriebels kan als voorbeeld dienen. Beweegkriebels geeft informatie aan ouders en professionals over bewegen met jonge kinderen, een gezonde leefstijl en het aanbieden van beweegmogelijkheden aan jonge kinderen. Verder zijn voor de JGZ mogelijk interessante partners onder andere Kids Extra sportgroepjes en Riskcare, gericht op begeleiding van (zeer jonge) kinderen met motorische ontwikkelingsachterstand en of obesitas. Daarnaast bevat de website van Spelen met gedrag waardevolle informatie.


Pagina als PDF