Pilot

Vanaf september 2011 tot juni 2012 heeft het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ), in samenwerking met de NSDSK en bijgestaan door de Adviescommissie Ontwikkelingsonderzoek, een pilot uniforme signalering taalproblemen bij jonge kinderen uitgevoerd.

Het doel van de pilot was te onderzoeken wat  de resultaten waren van het samenvoegen  van (onderdelen van) verschillende taalspraaksignaleringsinstrumenten en de integratie daarvan in het onderdeel communicatie van het Van Wiechenonderzoek, zoals  dat in het Standpunt 'Signalering taalachterstanden door de Jeugdgezondheidszorg' wordt aanbevolen.

De pilot vond plaats in 4 JGZ-organisaties. Een vijfde organisatie diende als controle.

Aan het eind van de pilot zijn de volgende uitkomsten geëvalueerd: verwijzingen (aantal en aard van de aandoening; verloop van de verwijzing), begeleiding van twijfelachtig  scorende maar niet verwezen kinderen, tijdsinvestering van het onderzoek zelf en het vervolgtraject en medewerkerstevredenheid. Ook het proces en de randvoorwaarden in de JGZ-organisaties waren onderwerp van bespreking.

Het gevolgde protocol van de pilot vindt u hier.

Gebruik Van Wiechenkenmerken

Basis voor de pilot was het Van Wiechenonderzoek. Door uit te gaan van het Van Wiechenonderzoek en dit aan te vullen met items van de veelbelovende taalspraaksignaleringsinstrumenten werd optimaal aangesloten bij de werkwijze van de JGZ. Voordelen van deze geïntegreerde werkwijze waren onder andere de herkenbaarheid voor de werkers in de Jeugdgezondheidszorg, het kunnen benutten van een bestaande scholings- en certificeringstructuur en het verminderen van de tijd die nodig was voor onderzoek op indicatie binnen de beperkt beschikbare tijd.

Werkwijze

Tot de leeftijd van 2 jaar werd het Van Wiechenonderzoek gebruikt met name de taalkenmerken. Dit was geen verandering  in de werkwijze tot op dat moment. Daarom lag in deze pilot de nadruk op de leeftijden 2  en 2,5 jaar, omdat de werkwijze dan nieuw was.

Op deze leeftijd werd het verloop van de  taalontwikkeling ook bijgehouden door de taalkenmerken van het Van Wiechenonderzoek maar eventueel aangevuld met andere vragen als daar door de uitkomst van de Van Wechenkenmerken aanleiding toe was.

Als er op basis van deze werkwijze een (ernstig) vermoeden van een taalstoornis was werd het kind verwezen of begeleid. Verwijzing vond plaats naar het Audiologisch Centrum. De begeleiding gebeurde door de jeugdverpleegkundige of een logopedist.

De kinderen, die begeleid werden, kregen op de leeftijd van 2,5 jaar opnieuw een onderzoek. Was dit onderzoek onvoldoende werden zij alsnog naar het Audiologisch Centrum verwezen.

Evaluatie

Na afloop van de pilot is de werkwijze geëvalueerd. Deze evaluatie is te vinden in de rapportage over de pilot: Uniforme signalering van taalachterstanden bij jonge kinderen.

Deel dit met je netwerk