Signalering taalachterstanden

Naar schatting 5% van alle peuters en kleuters in Nederland heeft problemen met taal. Taalproblemen kunnen op zichzelf staand voorkomen (specifieke taalstoornissen), maar kunnen ook samengaan met factoren zoals gehoorverlies, lage intelligentie, of afwijkingen aan het spraakorgaan (niet specifieke taalstoornissen). Taalachterstand kan ook ontstaan door onvoldoende aanbod uit de omgeving.

Taalontwikkeling is een belangrijke graadmeter voor de algehele ontwikkeling van een kind en op langere termijn voor zijn schoolprestaties. Kinderen met spraak-/taalproblemen hebben een verhoogd risico op sociale-, emotionele- en gedragsproblemen, maar ook op leesproblemen .

Vroege signalering van taalstoornissen maakt eerdere diagnose, behandeling en begeleiding mogelijk waardoor veel problemen voorkomen worden. Het tijdig signaleren van taalproblemen op jonge leeftijd is dus van cruciaal belang om de kansen op nadelige gevolgen voor het gedrag en kwaliteit van leven van het kind te verkleinen.

Het NCJ heeft daarom in overleg met alle relevante partijen een plan van aanpak ontwikkeld om het onderdeel communicatie van het Van Wiechenonderzoek met items uit andere veelbelovende taal/spraaksignaleringsinstrumenten aan te vullen. Hiermee ontstond een instrument, dat bijdraagt aan een betere, meer eenduidige en doelmatige signalering van taalstoornissen door de JGZ-professionals. Dit als overbrugging naar een (volledig) evidence-based JGZ-richtlijn.

Om dit instrument in de praktijk te toetsen, heeft het NCJ in samenwerking met de NSDK, bij vier JGZ-organisaties een pilot uitgevoerd. Op basis van deze pilot en de evaluatie hiervan is de handreiking 'Uniforme signalering van taalachterstanden bij jonge kinderen' opgesteld  Hiernaast vindt u meer informatie over de pilot en de handreiking.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bettie Carmiggelt, telefoon 030 760 0411

Deel dit met je netwerk