66. Kruipt vooruit, buik vrij van de grond

grove motoriek

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Grove motoriek.

Neurologisch aspect

Het centrale zenuwstelsel is zo ver ontwikkeld, dat het kind zich tegen de zwaartekracht in met hoofd en romp kan oprichten van de onderlaag. Het steunt daarbij op de handen en de benen. De armen zijn gestrekt en de knieën en heupen gebogen. Het kind kan zich verplaatsen door alternerend de hand of knie te verplaatsen en de romp afwisselend te incurveren (kruisgang). Het hoofd kan zowel gebogen als opgericht zijn. Als de kinderen pas gaan kruipen doen zij dat soms op de vuisten in plaats van op de vlakke hand. De rug kan nog licht doorzakken. Later verdwijnt de doorgezakte rug en steunt het kind op de vlakke handen (zie voor meer informatie hoofdstuk 3).

Psychologisch aspect

Ontwikkeling van exploratiegedrag

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

15 maanden (65 weken).

Spreiding

12,5 -­ 15 maanden (54 ­- 64 weken).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Het kind ligt op zijn buik (op een oefenmat) op de grond. Het laten kruipen op de onderzoektafel wordt uit veiligheidsoverwegingen en vanwege de beperkte ruimte afgeraden.

Uitvoering onderzoek

De onderzoeker legt een stuk speelgoed voor het kind neer, iets buiten zijn bereik. Zo nodig moedigt de onderzoeker (of de ouder) het kind aan om het speelgoed te pakken.

Observatie

De onderzoeker observeert of en zo ja, hoe het kind vooruit kruipt. Hij let daarbij op symmetrie van bewegingen van armen, handen en benen.

Anamnese

Als het gewenste gedrag niet tijdens het consult kan worden geobserveerd, dan vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Kruipt ... vooruit? en zo ja: ”Hoe doet hij dat?”

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind komt vooruit op handen en knieën (of voeten), zonder met de buik de ondergrond te raken (zie figuur) en met symmetrische bewegingen van armen, handen en benen.

Negatief

Het kind tijgert (vooruit of achteruit)

of

het kind beweegt zich billenschuivend voort

of

het kind beweegt zich in het geheel niet voort

en

de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

Kenmerk 66 Kruipt vooruit, buik van de grond
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Bij een negatieve respons onder ‘opmerkingen’ registreren op grond waarvan de respons negatief werd beoordeeld (bijvoorbeeld billenschuiven).

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA of de JV het kenmerk uitvoert volgt op een negatieve score altijd overleg met VS/JA.

Vraag na en noteer bij opmerkingen: billenschuiven. Zo ja, observeren hoe het kind dit doet.

Advies  Adviseer ouders om de grofmotorische ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van het kruipen.
Alarmsymptoom  Bij afwijkende vormen van kruipen (zoals bilschuiven) of asymmetrie, bij billenschuiven op een stereotiepe manier en het kind kan niet van lig naar zit; consultatie VS/JA op korte termijn. 
Overweging

Sommige kinderen slaan de ontwikkelingsfase van het kruipen over zonder dat dit nadelig is voor de verdere motorische ontwikkeling. Maar het kan ook op pathologie wijzen (zie hoofdstuk 3).

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 66.

Dit kenmerk is ook van belang voor de JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Deel dit met je netwerk