50. Stelt vragen naar “hoeveel”, “wanneer”, “waarom”

communicatie

 

Achtergronden

 
Ontwikkelingsveld

Communicatie (actieve taalontwikkeling), persoonlijkheid en sociaal gedrag.

Psychologisch aspect

Op ongeveer 3,5 ­jarige leeftijd begint het kind vragen te stellen die beginnen met “wie”, “wat”, “waar” of “hoe” (zie kenmerk 48). Rond het vierde levensjaar wordt het scala uitgebreid met vragen die beginnen met “hoeveel”, “wanneer” of “‘waarom”. Door de daarop volgende communicatie met de ouder leert het kind zijn wereld verder kennen.
Doordat het kind taal aan concrete zaken verbindt, leert het kind abstraheren. Zowel het vragen naar “hoeveel”, “wanneer” of “waarom”, als de conversatie die hierop volgt, veronderstellen een hoger abstractieniveau dan bij de vragen naar “wie”, “wat”, “waar” of “hoe”.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

48 maanden (4 jaar)

Spreiding

Niet aan te geven. Er zijn geen aparte p­waarden bekend voor deze specifieke vragen.

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Niet bepaald.

Uitvoering onderzoek

Geen bepaalde handeling.

Observatie

De onderzoeker observeert of het kind, in het gesprek met hem of de ouder, vragen stelt die beginnen met “hoeveel”, “wanneer” of “waarom”.

Anamnese

Als het kind bovenbedoelde vragen niet tijdens het consult stelt, vraagt de onderzoeker aan de ouder: “Vraagt ... wel eens hoeveel, wanneer of waarom iets is?”

   
Beoordeling

 

Positief

Het kind stelt één of meerdere vragen die beginnen met “hoeveel”, “wanneer” of “waarom”.

Negatief

Het kind stelt geen vraag met “hoeveel”, “wanneer” of “waarom”

en

de ouder beantwoordt bovenstaande vraag ontkennend.

   
Registratie

+ Bij geobserveerde positieve respons.

M Bij anamnestisch positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Advies Adviseer ouders om de communicatieve ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van de taalontwikkeling (bijvoorbeeld adviezen over taalaanbod, interactie en spel).
Overweging

Bij de interpretatie van de respons moet de onderzoeker rekening houden met de kwantiteit en de kwaliteit van het taalaanbod, met de taalproductie en met de ouder­kind relatie.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 50.

Dit kenmerk is ook van belang voor de concept richtlijn Vroegtijdige opsporing gehoorstoornissen 0-18 jaar.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Deel dit met je netwerk