49. Is goed verstaanbaar voor onderzoeker

communicatie

Achtergronden

 

Ontwikkelingsveld

Communicatie (actieve taalontwikkeling).
Neurologisch aspect

De spraakontwikkeling is nu zo ver gevorderd, dat het kind vrijwel alle klanken correct kan produceren. Verbindingen van twee consonanten hoeven nog niet perfect te worden gevormd. Pas op vijfjarige leeftijd blijkt 75% van de kinderen de in het Nederlands voorkomende twee-consonant­verbindingen correct te produceren. Op zesjarige leeftijd geldt dat voor vrijwel alle kinderen (Schaerlaekens en Gillis, 987).

Psychologisch aspect

Doordat het kind op deze leeftijd voor anderen verstaanbaar kan zijn, geeft dat hem de mogelijkheid de communicatie uit te breiden buiten de personen in zijn directe omgeving. De taalontwikkeling is dus een voorwaarde voor een verdere sociale ontwikkeling.

   
Onderzoekleeftijd

 

Aanbevolen leeftijd

48 maanden (4 jaar).

Spreiding

Niet aan te geven. Er is slechts één p90 bekend (Schlesinger­Was, 1981), die op de leeftijd van 55,3 maanden (ruim 41⁄2 jaar) ligt. De Groninger Minimum Spreeknormen geven aan dat op de leeftijd van 4 jaar ruim 75 tot 90% van de gesproken taal verstaanbaar is (Goorhuis- Brouwer, 1985).

   
Onderzoekmethode

 

Uitgangspositie kind

Niet bepaald.

Uitvoering onderzoek

Geen bepaalde handeling.

Observatie

De onderzoeker observeert of het kind voor hem verstaanbaar spreekt. Dit kan zowel worden geobserveerd wanneer de onderzoeker zelf een gesprek met het kind voert als wanneer het kind met de ouder praat.

   
Beoordeling

Bij dit kenmerk gaat het om de taal (of dialect) dat het kind gewend is thuis te spreken. Als de onderzoeker die taal of dat dialect onvoldoende beheerst, is dit kenmerk niet te onderzoeken, tenzij het kind tweetalig wordt opgevoed of naast het dialect ook Nederlands spreekt.

Positief

Het kind spreekt voor de onderzoeker overwegend goed verstaanbare taal, dit wil zeggen dat ruim 75% verstaanbaar moet zijn. Grammaticaal hoeft de taal nog niet correct te zijn.

Negatief

Het kind spreekt overwegend minder dan 75% verstaanbaar voor de onderzoeker.

   
Registratie

+ Bij positieve respons.

-­ Bij negatieve respons.

Onder ‘opmerkingen’ registreren als het kenmerk niet kon worden onderzocht, omdat het kind een taal spreekt die of een dialect dat de onderzoeker onvoldoende beheerst.
Bij een kind dat tweetalig is of thuis dialect spreekt en bij wie het kenmerk is onderzocht op de beheersing van het Nederlands, moet onder ‘opmerkingen’ daarvan aantekening worden gemaakt (‘tweetalig’ of ‘spreekt thuis dialect’).

Discipline Alle disciplines mogen alle onderdelen doen.
Informatie over overleg / consultatie 

Indien de DA het kenmerk uitvoert mag bij een negatieve score de JV geconsulteerd worden.

Indien de JV het kenmerk uitvoert moet bij een negatieve score de VS/JA geconsulteerd worden.

Als het kind tijdens het onderzoek niet spreekt of een buitenlandse taal spreekt, wordt nagegaan of het kind goed verstaanbaar is voor anderen. Noteer dit bij opmerkingen

Advies  Adviseer ouders om de communicatieve ontwikkeling te stimuleren en ga daarbij in op het stimuleren van de taalontwikkeling (bijvoorbeeld adviezen over mondmotoriek). 
Overweging

Bij de interpretatie van de respons moet de onderzoeker rekening houden met de kwantiteit en de kwaliteit van het taalaanbod, de taalproductie en met de ouder­kind relatie.

   
Referenties

Bijlage 8, tabel 49.

Dit kenmerk is ook van belang voor de concept richtlijn Vroegtijdige opsporing gehoorstoornissen 0-18 jaar.

Let op: Dit is een DIY-video voor ouders om hen te betrekken bij het onderzoek. En dient voor de professionals als audiovisuele ondersteuning bij de beschreven instructie.

Bijkomende instructie voor professionals: Het gaat er om dat het kind ruim 75% verstaanbaar is.

Deel dit met je netwerk