Ouderschapstheorie

Kennis over ouderschap biedt inzicht in wat professionals kunnen doen om ouders te kunnen helpen bij het (her-)vinden van hun kracht. Zelfs in de soms minimale tijd die beschikbaar is. De ouderschapstheorie en het bufferdenken van Alice van der Pas geven handvatten.

Verbinding maken met ouders is de belangrijkste voorwaarden om naast ouders te gaan staan en de eigen kracht te kunnen versterken. Maar hoe lukt dat, telkens weer?

In de ouderschapstheorie van Alice van der Pas gaat het over drie basisaannames.

  1. Alle ouders willen het beste voor kun kind. Elke professional moet er van uitgaan dat iedere ouder het beste wil voor zijn of haar kind. Ouders willen juist bij professionals het gevoel krijgen dat ze deugen. Op het moment dat dit niet lukt kom je tegenover de ouder te staan en verlies je de verbinding.
  2. Ouderschap maakt kwetsbaar. Aangezien elke ouder het goed wil doen voor zijn kind, leeft er per definitie schuld en schaamte bij elke ouder. Het is namelijk niet haalbaar en realistisch. Dit maakt het ouderschap automatisch kwetsbaar, wat kan leiden tot specifiek gedrag bij de ouder, maar ook als reactie bij jou als professional.
  3. Ouders zijn eindverantwoordelijk. De ouder is eigenaar van de situatie en opdrachtgever voor professionals. Dat betekent dat je als professional altijd aansluit bij wat de ouder belangrijk vindt voor het kind. Als professional kun je in het proces dat de ouder doormaakt van toegevoegde waarde zijn door hem/haar in het ouderschap gerust te stellen, zodat de ouder de grip op of het overzicht over de situatie terug heeft, voordat je aandacht besteed aan het kind.

Bufferdenken

Alice van der Pas gaat in haar ouderschapstheorie in op het bufferdenken. Zij vroeg zich af waarom het opvoeden bij veel ouders goed gaat ondanks dat er veel omstandigheden tegenzitten. Het bekende balansmodel gaat uit van risicofactoren en beschermende factoren die de draagkracht en draaglast van ouders bepalen. Een verfijning van dit denken is het buffermodel van de ouderschapstheorie. De buffers vormen het veerkrachtsysteem van ouders.

Er zijn vier noodzakelijke buffers te onderscheiden:

  • Een solidaire gemeenschap: Een solidaire gemeenschap is een omgeving die oog heeft voor de kwetsbaarheid en complexiteit van ouderschap. En die zich bewust is van de goede intenties van ouders en voorzieningen treft om ouderschap te steunen waar nodig. 
  • Goede taakverdeling: Een goede taakverdeling in huis, maar zeker ook met instellingen en voorzieningen buitenshuis (denk aan de kinderopvang) maakt dat ouders er niet alleen voorstaan. Een sociaal netwerk is daarbij ook belangrijk, voor ondersteuning, om te sparren maar ook om gewoon af en toe even tijd voor jezelf te organiseren. 
  • Metapositie: Praten over opvoeden zorgt er voor dat we even uit de situatie stappen en even ‘er boven gaan hangen’ om te reflecteren op ons handelen en beslissingen te kunnen nemen om het anders aan te pakken. 
  • ‘Goede ouder’-ervaringen: Ouders hebben vertrouwen nodig in zichzelf als opvoeder. Het is belangrijk dat ouders het gevoel kennen dat ze invloed hebben op hun kind en dat ze het goed doen.

De buffers zijn factoren die bijdragen aan de groei of het stagneren van het ouderschap. Het gaat om een continu proces waarin ouders steeds opnieuw moeten uitvinden en steeds opnieuw moeten proberen wat op dit moment werkt, bij dit kind, in deze situatie.

Deel dit met je netwerk