Twee groepen kinderen

Kinderen onderzoeken hun wereld vanaf dat zij kunnen kruipen. Veel kinderen overschrijden incidenteel de grenzen en kunnen daarbij anderen schade toebrengen. Er zijn genoeg kinderen bij wie blijkt dat het incident ‘normaal’ experimenteergedrag is passend bij de leeftijd, maar dit geldt niet voor iedereen.

Er worden twee groepen delinquente kinderen onderscheiden, welke vragen om twee verschillende benaderingen. Hier kan de JGZ een cruciale rol bij spelen. 

  • Early onset kinderen: Kinderen die dit gedrag al op zeer jonge leeftijd (early onset) vertonen, kenmerken zich door een gebrek aan inlevingsvermogen, kilheid, gebrek aan spijt of schuldgevoel. 3% van de bevolking heeft deze kenmerken (Herpers, 2016). Het blijkt dat een groot deel van deze early onset kinderen (zonder interventie) groot risico loopt uiteindelijk in de criminaliteit terecht te komen. Waarschijnlijk is het sociale hersennetwerk niet optimaal ontwikkeld. Zo is bekend dat gewetenloze psychopaten al op jonge leeftijd het vermogen misten zich in anderen in te leven en vind je een aantal van hen terug in de financiële wereld en de politiek. 
  • Adolescente groep: Kinderen die dit gedrag in de puberteit (adolescence related) voor het eerst vertonen. Een groot deel van de adolescente groep laat zich vaak goed corrigeren. De zelfcontrole neemt in die periode toe, waarna het criminele gedrag afneemt. Het gedrag is impulsief experimenteergedrag.

Aandacht voor hechting

De JGZ speelt een belangrijke rol in het herkennen van grensoverschrijdend gedrag van jonge kinderen en ouders hier inzicht in geven. Tot op zekere hoogte kan de JGZ ouders ondersteunen bij het opbouwen van een sensitieve relatie tussen ouders en kinderen.

Kinderen in de early onset groep hebben vanaf de geboorte moeite met het ontwikkelen van een hechte relatie met de moeder en de vader. Het is belangrijk er alert op zijn dat een onderontwikkeld sociaal hersennetwerk een rol kan spelen. Kinderen die op zeer jonge leeftijd extreem grensoverschrijdend gedrag laten zien - het mishandelen van dieren of bij stoeipartijen anderen regelmatig verwonden - kunnen alleen gecorrigeerd worden door een intensieve aanpak. Hierin spelen ouders een belangrijke rol. In wetenschappelijk onderzoek wordt de Inventory of Callous-Unemotional Traits gebruikt. Deze is echter niet geschikt voor klinisch gebruik.

Een sensitieve relatie, veilige hechting en een consequente opvoeding zijn belangrijke basisvoorwaarden. Deze groep kinderen heeft adequate begeleiding nodig om te voorkomen dat risicogedrag uitgroeit tot ernstig overlastgevend of hardnekkig crimineel gedrag.

Zicht krijgen op experimenteergedrag

De JGZ speelt een belangrijke rol bij het inzicht geven in het experimenteergedrag van jongeren, gerelateerd aan kindkenmerken, opvoedkenmerken en omgevingskenmerken. Ook heeft de JGZ de preventieve taak om aandacht te hebben voor wat de brussen nodig hebben in het betreffende gezin.

De meeste ‘adolescente criminelen’ zijn goed aanspreekbaar, gevoelig voor externe prikkels uit hun sociale omgeving en hebben moeite om de consequenties van hun gedrag te overzien. Criminele activiteiten hangen in veel gevallen af van de omgeving waarbinnen ze plaatsvinden. Iemands sociale netwerk (sensitieve en veilige relatie tot ouders, relatie tot vrienden, verkering) en fysieke omgeving (‘foute’ vrienden verenigen zich vaak in bepaalde buurten, op specifieke plekken) bepalen of het experimenteergedrag crimineel gedrag wordt. Het blijkt dat het risico op persistent gewelddadig gedrag groter wordt, naarmate later wordt ingegrepen. Eenmaal gevormde gedragspatronen zijn moeilijk te doorbreken. Door een gebrek aan georganiseerde vrijetijdsactiviteiten en intensief ouderlijk toezicht kunnen jongeren meegezogen worden in crimineel groepsgedrag.

Sociale verbanden, collectieve identiteit en gemeenschappelijke waarden zijn daarom in de wijk van groot belang. Ook kunnen veranderingen in de directe sociale context tot ander gedrag leiden; denk aan een huwelijk (verkering), ouderschap, werk en/of opleiding. Het vergroten van het bijbehorende verantwoordelijkheidsgevoel kan leiden tot het verbreken van bestaande banden met ‘criminele’ vrienden.

 

Deel dit met je netwerk

Contactpersoon

Marieke Timmermans

Telefoon: 06 - 28 97 89 78

E-mail: mtimmermans@ncj.nl