Methodiek

Het DMOP is een stapsgewijs volgsysteem. Vanaf het eerste contact met het gezin is er aandacht voor de situatie waarin het kind opgroeit. Het consult rond 8 weken na de geboorte is bij alle gezinnen extra lang, om uitgebreid stil te kunnen staan bij wat er in het gezin speelt.

In alle andere consulten spitst de aandacht zich toe op de specifieke situatie van het gezin: Hoe gaat het nu in vergelijking met de vorige keer? Als daar behoefte aan is kan het gezin extra ondersteuning krijgen. De JGZ-verpleegkundige kan dan thuis langs komen om samen na te gaan wat er precies aan de hand is en welke actie/ondersteuning het beste bij het gezin past.

Stapsgewijs volgsysteem

Universele start, vervolg op maat:

Vanaf eerste contact intentie duidelijk maken, breed inventariseren + ouders bewust maken van belang van omgeving voor ontwikkeling kind
Postnataal Huisbezoek: werkwijze introduceren & gelegenheid geven voor bespreken situatie
4 weken: eerste arts consult: doelstelling nogmaals bespreken & ingaan op beschikbare informatie & gelegenheid geven voor bespreken situatie
8 weken consult:
- uitgebreid verpleegkundig consult
- uniform voor alle ouders, vervolg afhankelijk van uitkomst.
- probleem?: extra stap, bv huisbezoek om probleem te inventariseren + maken plan van aanpak (evt welke ondersteuning past bij de situatie)

Na 8 weken tijdens ieder consult: bespreken situatie afhankelijk van beschikbare info: ‘prima’, ‘goed met aandachtspunten’, ‘probleem’.
- probleem?: extra stap bv huisbezoek om probleem te inventariseren + maken plan van aanpak (evt welke ondersteuning past bij de situatie)

Ontwikkelingen

De ontwikkeling van het DMOP begon met de versie ‘vanaf de geboorte’. Deze versie is met name gericht op de eerste anderhalf jaar na de geboorte, een voor de ontwikkeling van het kind en de relatie tussen ouder en kind belangrijke en specifieke periode.

De methodiek kan relatief eenvoudig worden vertaald naar andere levensfasen. Zo kan een kloppende en vloeiend doorgetrokken lijn in de ondersteuning rond gezinnen met kinderen vanaf de zwangerschap tot de volwassenheid ontstaan. Inmiddels is een aantal van deze vertalingen al gerealiseerd, en lopen er initiatieven voor andere levensfasen.

Prenataal DMOP
De periode van de zwangerschap leent zich bij uitstek om een gunstige situatie voor het komende kind te realiseren. Daarom is er nu ook een prenatale versie van het DMOP. Het prenatale DMOP wordt in enkele gemeenten ingezet en geëvalueerd.

De ondersteuning van de (aanstaande) ouders ligt vooral bij de verloskundige. In het prenatale DMOP speelt de verloskundige daarom een belangrijke rol. De verloskundige neemt al vroeg in het contact met de aanstaande ouders de diverse domeinen van de situatie door. Eventueel kan op basis daarvan een JGZ verpleegkundige samen met de aanstaande ouders enige extra ondersteuning realiseren.

DMOP bij prenataal huisbezoek door de JGZ
Het prenatale huisbezoek dat steeds meer door de JGZ wordt gedaan leent zich uitstekend voor de start met de DMOP werkwijze.

DMOP2+
Gezinnen kunnen tot het vierde levensjaar van het kind voor ondersteuning terecht op het consultatiebureau (0-4 jaar).
Rond het tweede jaar bereiken kinderen een specifieke levensfase, in het Engels wel benoemd als de ‘terrible two’s’. Deze periode doet een specifiek beroep op de relatie tussen kind en omgeving. Aandacht voor de omgeving van het kind kan daarom in deze periode extra van belang zijn. De landelijke praktijk van het consultatiebureau houdt dat in deze periode (slechts) 2 korte contactmomenten met het gezin zijn.

In de praktijk passen de DMOP professionals de principes van de methode ook in deze levensfase toe. Het verdient aanbeveling om de methodiek voor deze levensfase aan te scherpen en dit nog nader te onderzoeken.


DMOP4+
Een goed verloop van de eerste jaren geeft veerkracht voor de jaren die volgen, maar werkt niet als ‘inenting voor het leven’. In iedere levensfase kunnen nieuwe aandachtspunten rond de ontwikkeling van het kind en/of zijn omgeving optreden. Aandacht voor het kind in zijn context blijft dus steeds relevant.

Het DMOP wordt in sommige JGZ-organisaties ook in deze leeftijdsfase toegepast maar hierin is veel variatie te zien, gelet op de flexibiliteit in de uitvoering en de rol van de JGZ in diverse samenwerkingsverbanden (zoals school of wijkteam).
Het verdient aanbeveling om de methodiek voor deze levensfase aan te scherpen en dit nog nader te onderzoeken.

Deel dit met je netwerk