Richtlijn: Opvoedondersteuning (2013)

Onderbouwing

Uitgangsvragen

Hoe verloopt de optimale communicatie met ouders en andere opvoeders en op welke wijze kan opvoedingsondersteuning de eigen kracht van ouders versterken (empowerment)?
Deze vraag bestaat eigenlijk uit twee vragen:

  • Hoe verloopt de optimale communicatie met ouders en andere opvoeders?
  • Op welke wijze kan opvoedingsondersteuning de eigen kracht van ouders versterken (empowerment)?

Conclusies

Elementen die belangrijk zijn bij het stimuleren van zelfredzaamheid zijn:

  • Communicatie met de professionals en de ouder-kindcommunicatie.
  • Passende educatie en informatie gericht op de situatie van de ouders (op maat, persoonlijk). Het geven van informatie is belangrijk, evenals het ondersteunen van de ouder. Van ouders wordt verwacht dat ze zelf actief zijn en in staat zijn om te reflecteren op wat ze wel en niet kunnen en willen doen of deze vaardigheden willen ontwikkelen.
  • Als ouders in een vroeg stadium steun krijgen die hun krachten versterken (empowerment), kan dit in een later stadium problemen voorkomen. Deze steun kan gevonden worden in het eigen netwerk, maar ook in laagdrempelige ondersteuning van professionals of vrijwilligers, die integraal en op maat wordt aangeboden aan ouders met opvoedvragen. Deze werkwijze kan de zorgafhankelijkheid van mensen beperken en uiteindelijk leiden tot minder doorverwijzingen naar de gespecialiseerde (jeugd)zorg.
  • Het verstrekken van informatie via (betrouwbare) websites is ook binnen de JGZ een kansrijke ontwikkeling. De meest voorkomende problemen hangen samen met verschillende ontwikkelingsfases van kinderen, maar ook specifieke informatie voor specifieke groepen (gescheiden of samengestelde gezinnen, gezinnen met een laag inkomen etc.) kan via websites worden gegeven.

De werkgroep is verder van mening dat:

  • Vaders meer betrokken zouden moeten worden bij de individuele en groepsconsulten.
  • Het beste gewerkt kan worden vanuit het profiel van de ouders voor het vaststellen van de informatie(behoefte) en ondersteuning op maat. Echter, iedere ouder blijft uniek.
  • Communicatiemethodieken de mate van empowerment beïnvloeden.
  • Ouders tools beschikbaar moeten worden gesteld voor het bevorderen van empowerment. Dit kan een handreiking zijn voor ouders hoe zij optimaal gebruik kunnen maken van de JGZ en andere voorzieningen. Hierin kunnen sociale media een rol spelen, bijvoorbeeld: afspraken maken via internet, hulp op afstand, online platform faciliteren etc.
  • Dat er ook tools en sociale media, bijvoorbeeld Skype of Google Translate, gebruikt worden die bruikbaar zijn voor ouders met een lage scholingsachtergrond of een matige tot slechte beheersing van het Nederlands.

Wat is empowerment?

Empowerment betekent het versterken van de eigen kracht van ouders, in dit geval ouders die de JGZ bezoeken. Empowerment is het proces waarin ouders ervaren dat zij invloed hebben op besluiten en acties die hun gezondheid en/of die van hun kind aangaan. Het is de mogelijkheid van ouders het gevoel te ontwikkelen dat zij controle hebben over de lichamelijke en psychische gezondheid en het welbevinden van hun kind. Hiervoor is nodig: toegang hebben tot informatie die past bij de scholingsachtergrond, basisvaardigheden, basiskennis, het abstractievermogen en de beheersing van het Nederlands van diverse ouders, het ontwikkelen van (opvoedings)vaardigheden, het kunnen nemen van besluiten, het gevoel hebben dat je zelf invloed kunt uitoefenen op de omgeving waar je deel van uitmaakt en dat je controle hebt over processen en gebeurtenissen.
De voorwaarden hiervoor zijn:

  1. Toegang tot informatie, bijvoorbeeld over druk gedrag, slapen, het behouden van een gezonde leefstijl en sociale normen over gezondheid, maar ook tot informatie over de diensten die worden geleverd via de JGZ (groepstrainingen etc.) Het ‘gereedschap’ waaraan ouders steun ontlenen kan bestaan uit technische, medische en psychosociale middelen (filmpjes, folders, e-health-educatieprogramma’s, e-health-coaching, etc.)
  2. Voor empowerment zijn vaardigheden vereist op het gebied van communicatie, het vinden van oplossingen, het nemen van besluiten, cognitieve vaardigheden en vaardigheden in het omgaan met internet en de computer.
  3. Motivatie is naast zelfvertrouwen en zelfbewustzijn een voorwaarde om bepaalde doelen te halen of bepaald gedrag te willen vertonen. Kernelementen – in schema gezet  – van empowerment zijn (Ajoulat c.s., 2007; Monteagudo Pena et al., 2007) verantwoordelijkheid kunnen dragen, regie kunnen nemen en het gevoel ervaren controle te hebben over situaties.

De houding en communicatie van de professional

De houding en communicatievaardigheden van professionals staan uiteraard ook in het licht van empowerment. Bijvoorbeeld bij vraaggericht werken kiest de professional nadrukkelijk het eigen perspectief van de ouder als uitgangspunt (Turnbull in: Tan, 2006). De wijze waarop het gesprek gevoerd wordt, moet zodanig zijn dat de aanwezige competenties bij de ouders versterkt worden. De JGZ-professional activeert de mogelijkheden van de ouder om zelf problemen te kunnen oplossen. Ouders worden zoveel mogelijk ondersteund in hun persoonlijke benadering van de opvoeding: wat willen de ouders en wat kunnen de ouders, wat past bij het gezin? De JGZ’er zoekt steeds naar sterke punten in de opvoedingssituatie. Door ouders daar bewust van te maken en van daaruit de opvoedingssituatie verder te versterken, neemt de kans op verbetering van de situatie en het voorkomen of verhelpen van problemen sterk toe.

Bij empowerment gaat het om het tot stand brengen van een gelijkwaardige samenwerking tussen de professional en de ouder, die gericht is op de sterke kanten van de ouder. Om zo’n samenwerking tot stand te brengen moeten ouders als ervaringsdeskundigen worden aangesproken en op een positieve manier gemotiveerd, geactiveerd en aangemoedigd worden. Via de samenwerkingsrelatie met de ouders kan toegewerkt worden naar een optimale situatie voor het hele gezin. Het centraal stellen van de mening van ouders over de opvoedingssituatie en eventuele interventies garandeert bovendien een grotere effectiviteit (Tan, 2006). Eronen et al. (2010) geven aan dat het belangrijk is dat jeugdverpleegkundigen en -artsen in de begeleiding aan ouders regelmatig nagaan of zij nog afstemmen op de behoeften van het gezin. Ouders zouden beter geholpen zijn wanneer zij informatie, bronnen en ondersteuning krijgen op grond waarvan zij hun eigen keuzen kunnen maken. Dit is werkzamer dan alleen een professioneel advies krijgen. De jeugdverpleegkundige ondersteunt de ouders om zelf een keuze te maken uit verschillende opties. Deze manier van informatieverschaffing verhoogt de kans dat ouders daadwerkelijk iets met het advies doen en dat het niet botst met hun eigen uitgangspunten en wensen.
Ten slotte vinden ouders de houding van de professional belangrijk. Uit de raadpleging van ouders blijkt dat ouders opvoedingsondersteuning willen ‘met een flexibele en efficiënte dienstverlening op basis van een gelijkwaardige samenwerking tussen professionals en ouders en met heldere en eenduidige adviezen, die hen in hun rol positief bekrachtigen.’

Vormen van communicatie

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  1. directe communicatie (face to face) en communicatie op afstand;
  2. individuele communicatie (één ouder - één zorgprofessional) en groepscommunicatie.

In de directe communicatie wordt ervan uitgegaan dat de ouder bekend is bij de professional. In de JGZ is face-to-face communicatie de meestgebruikte manier om met ouders te communiceren (Dumas, Begle c.s., 2010; Tandon, Parillo c.s. 2008; Whittaker en Cowley, 2006; Cox en Kobussen, 2003). Deze vindt plaats tijdens consulten, periodieke gezondheidsonderzoeken, spreekuren en bij de ouders thuis.
Groepscommunicatie kan plaatsvinden met betrekking tot universele opvoedingsondersteuning, maar ook met bepaalde risicogroepen (Breitenstein c.s., 2010; Rodrigo c.s., 2006). Binnen de JGZ gebeurt dit onder andere tijdens themabijeenkomsten, cursussen en groepsconsultatiebureaus.
Uit internationale literatuur blijkt dat groepscommunicatie in het buitenland vaker wordt gebruikt dan individuele communicatie. In de Nederlandse jeugdgezondheidszorg is dat andersom, zoals mag blijken uit het Basistakenpakket JGZ en de JGZ-richtlijn Contactmomenten. De focus is bijna altijd gericht op de moeder (Sanders en Dittman, 2010). Communicatie met vaders is minder genoemd. Communicatie op afstand heeft als kenmerk dat de ouder niet bekend is bij de professional. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van internet middels websites en de toepassing van e-hulp of het gebruik van meer traditionele media, zoals radio en tv (Sarkadi en Bremberg, 2005).

Uit onderzoek naar de effectiviteit van verpleegkundige voorlichting, advies, instructie en begeleiding in de JGZ 0-4 blijkt dat voorlichting effectiever is als een combinatie van werkvormen wordt toegepast (Kobussen, 2005; Cox en Kobussen, 2003). Voorbeelden van die werkvormen zijn:

  • (Inloop)spreekuur.
  • Consulten of groepsconsulten.
  • Periodiek gezondheidsonderzoek.
  • Huisbezoek (‘zorg op maat’).
  • Telefonisch contact.
  • Ouderbijeenkomsten (thema-avond of cursus).
  • Schriftelijke informatie.
  • Digitale voorlichting via websites.

Optimale communicatie vanuit het perspectief van ouders
Factoren die samenhangen met de mate van tevredenheid van ouders over opvoeden zijn onder meer beschreven door Bloomfield (2005), Kobussen (2005) en Snijders (2006):

  • Hoogopgeleide moeders zijn meer tevreden over de opvoeding dan moeders met een lage opleiding.
  • Ouders van kleine gezinnen zijn meer tevreden over de opvoeding dan ouders van grote gezinnen. Dat wil zeggen ouders vinden zichzelf warm en kindergericht, leggen de regels uit en stimuleren de zelfstandigheid van hun kinderen.
  • Ouders van meisjes zijn meer tevreden over de opvoeding dan ouders van jongens.
  • Ouders die modaal verdienen zijn meer tevreden over de opvoeding dan ouders met inkomsten onder de armoedegrens.
  • Ouders die er alleen voor staan vinden de opvoeding vermoeiender en zwaarder dan ouders van tweeoudergezinnen.
  • Ouders met een niet-westerse achtergrond vinden de opvoeding vaak zwaarder dan westerse ouders.

Profiel van ouders
Het profiel van ouders geeft informatie die van belang is bij het afstemmen van de opvoedingsondersteuning op de persoonlijke behoeften en de specifieke situatie. Het profiel betreft een verzameling van kernmerken. Het gaat om:

  • Opleidingsniveau.
  • Inkomensniveau.
  • Etnische achtergrond.
  • Taalvaardigheid.
  • Levensbeschouwelijke en maatschappelijke overtuigingen.
  • Tevredenheid over de opvoeding (zie hierboven).
  • Motivatie (Prochaska c.s., 2005).
  • Houding van de ouder(s).
  • Kennis over gezondheid.
  • De mate van zelfredzaamheid.

Ouders die met hun kinderen bij de JGZ komen, hebben soms vragen over de gezondheid, ontwikkeling, verzorging of opvoeding van hun kinderen, maar ouders hebben soms ook vragen over zichzelf (Bond et al., 2006). Tandon c.s. (2008) maken onderscheid tussen:

  1. Ondersteuning van ouders ten behoeve van het kind met betrekking tot de groei en ontwikkeling.
  2. Ondersteuning van ouders gericht op de ouder zelf. Deze ondersteuning is niet direct gerelateerd aan de opvoeding maar aan het ouderschap: bijvoorbeeld de werksituatie, het gezond blijven tijdens zwangerschap, ontspanning en andere vormen van zelfzorg.

De JGZ heeft oog voor ouder- en gezinsfactoren en omgevingsfactoren, omdat deze van invloed zijn op de ontwikkeling van kinderen (transactioneel ontwikkelingsmodel). In het balansmodel van Bakker zijn deze factoren opgenomen (Bakker, 1997).

Empowerment in interventies

In de literatuur worden verschillende interventieprogramma’s genoemd die empowerment van ouders bevorderen in de opvoedingsondersteuning, te weten:

  • Chicago Parent Program (Breitenstein c.s., 2010).
  • Behavioral family intervention (Sanders c.s., 2010).
  • Triple P intervention (Sanders, 2008; Sanders c.s., 2008).
  • Parenting Our Children to Excellence (PACE).
  • Apoyo Personal y Familiar (Rodrigo c.s., 2006).

In de brochure ‘Het versterken van de eigen kracht en het sociale netwerk van jeugdigen, ouders en gezinnen’ (Nederlands Jeugdinstituut, 2010) zijn 38 interventies voor opvoedingsen opgroeiondersteuning beschreven die tot doel hebben om de eigen kracht van jeugdigen, ouders, gezinnen en hun omgeving te versterken (zie bijlage 7) link naar losse PDF: Empowerment schematisch samengevat. Het uitgangpunt is dat kinderen, jongeren en ouders over sterke kanten en een sociaal netwerk beschikken die zij kunnen gebruiken om grip te houden op het eigen leven. De in deze brochure genoemde interventies versterken de kracht van jongeren, ouders, gezinnen en de sociale omgeving, omdat professionals:

  • Uitgaan van de vragen en behoeften van de gezinsleden.
  • De mogelijkheden van gezinsleden centraal stellen en niet hun tekorten.
  • Gezinsleden zeggenschap geven over steun en hulp.
  • Het sociale netwerk activeren en betrekken bij planvorming en oplossingen.
  • Positieve krachten van gezinsleden en hun omgeving benutten.
  • Vaardigheden van ouders en jeugdigen en hun omgeving versterken.

Deze interventies helpen professionals om klantversterkend te werken door cliënten centraal te stellen en een goede relatie met hen op te bouwen. De bejegening van de cliënt en de samenwerking vormen samen een belangrijke factor voor het welslagen van de interventie. De interventies zijn onderverdeeld in drie categorieën: preventie, lichte hulp en zwaardere hulp bij opvoed- en opgroeiproblemen. Sommige interventies focussen op de ontwikkeling van ouders, zoals self-efficacy, het vergroten van het zelfinzicht en monitoren van gedrag en zelfrapportage. Andere interventies zijn gericht op het beïnvloeden van de opvattingen, gewoontes en gedrag van de ouders. Het doel van deze interventies is veelal het bevorderen van positief opvoedingsgedrag en het vergroten van hun opvoedingsvaardigheden.

Versterken van de eigen kracht van ouders

De mate van empowerment wordt bepaald door de volgende factoren:

  1. toegang tot begrijpelijke en passende informatie en middelen;
  2. competenties;
  3. motivatie.

Ad 1 Toegang tot informatie en middelen
Gerichte informatie van goede kwaliteit kan ertoe bijdragen dat de verhouding gelijkwaardiger wordt tussen ouder en jeugdarts of -verpleegkundige. Bovendien kan dergelijke informatie het gevoel van controle bij de ouders vergroten. Verschillende factoren die samenhangen met het zoeken en vinden van informatie worden hieronder besproken.

Ouders zoeken zelf actief informatie
Ouders kunnen actief informatie zoeken over opvoeding in tijdschriften, brochures, op tv en internet (Snijders, 2006). De mate waarin informatie wordt gezocht, hangt samen met de sociaal-economische achtergrond van ouders. De reden voor het zoeken van informatie is het hebben van gezonde twijfels en interesse. Een nadeel van gevonden informatie is dat het niet altijd precies aansluit bij de behoeften en verwachtingen van de ouder.

Soort informatie
Ouders kunnen uit interesse voor een specifiek onderwerp informatie over opvoeding zoeken. Maar ouders kunnen ook vanuit een hulpvraag actief naar informatie gaan zoeken. Ouders gaan vaak op zoek naar informatie als zij tegen problemen aanlopen in de opvoeding, die vaak zijn verbonden met een bepaalde ontwikkelingsfase van het kind (gemeente Utrecht, 2009). De manieren om via internet en sms te communiceren met gezondheidswerkers nemen toe en de verwachtingen hierover in de gezondheidszorg zijn hoog. De meeste ouders hebben toegang tot internet, een mobiele telefoon, een tv of sociale media. In de literatuur is niet veel informatie gevonden over empowerment en het gebruik van technologie in relatie tot opvoedingsondersteuning en dit is weinig onderzocht.

Informatie op maat
Professionals kunnen het best aansluiten bij de door de ouders gevraagde hulp of het gesignaleerde probleem. Ouders voelen zich geholpen als er aandacht is voor het probleem waar ze mee komen, er begrip is voor hun emoties en zij – als zij daar behoefte aan hebben – concrete en praktische aanwijzingen krijgen die direct toepasbaar zijn in hun specifieke situatie.

Toegang tot relevante organisaties
Ouders moeten eenvoudig toegang hebben tot Centra voor Jeugd en Gezin (Berg, 2008; Hoogenboezem en Van der Meer, 2009) en tot opvoedbureaus, wijkcentra en gezondheidscentra (gemeente Utrecht, 2009). Centra voor Jeugd en Gezin moeten outreachend werken ten behoeve van ‘moeilijk bereikbare’ ouders.

Ad 2 Vaardigheden van ouders en professionals
Competenties van ouders kunnen versterkt worden door het inzicht in eigen handelen te vergroten en het beschikbaar stellen van kennis over de ontwikkeling van kinderen. Andere noodzakelijke vaardigheden voor positief ouderschap zijn het kunnen oplossen van problemen en het kunnen nemen van de juiste beslissingen. Dit vraagt van professionals dat zij relevante competenties hebben om ouders te ondersteunen met opvoeding (Brand, 2006).

Ad 3 Motivatie van ouders
Het is belangrijk om oog te hebben voor de motivatie van ouders. Ouders die gemotiveerd zijn, zijn meer tevreden en betrokken bij de opvoedingsondersteuning of het programma waaraan ze deelnemen en hebben meer zelfvertrouwen. De motivatie van ouders neemt toe wanneer er aansluiting is bij de behoeften, mogelijkheden en oplossingen van de ouders en het gezin. Dat is een van de uitgangspunten van motivational interviewing, dat is gebaseerd op het ‘stages of change model’ (Prochaska en Di Clemente, 2005). Ogenschijnlijk afwezige motivatie kan zichtbaar worden wanneer de ouder wordt aangesproken op het niveau van zijn of haar kennis, achtergrond en taalvaardigheid. Kennisoverdracht en informatie over hoe ouders hiertoe toegang kunnen krijgen, zorgen ervoor dat ouders gemotiveerd raken om de bronnen te raadplegen. Dit kan hun motivatie verhogen om aan de slag te gaan met positief opvoeden en gezond gedrag.

Keuzehulpmiddelen
De nieuwe vormen van keuzehulpmiddelen (via internet) kunnen ouders helpen bij de voorbereiding op het nemen van besluiten. Bijvoorbeeld, ouders en jongeren kunnen oefenen met het formuleren van doelen, die zij willen realiseren middels de verleende hulp door op internet op www.mijndoelenstellen.nl zelf aan de hand van gerichte vragen tot het opschrijven van hun doelen te komen. Door het gebruik van keuzehulpmiddelen kan gericht informatie uitgewisseld worden tussen hulpverlener en ouders, waardoor er meer gelijkwaardigheid in de relatie ontstaat. De ouder denkt mee in de besluitvorming en daarbij is de ouder ook meer verantwoordelijk voor zijn besluit en mogelijk meer gemotiveerd.

Inzicht in de eigen situatie
Het hebben van inzicht kan motivatieverhogend zijn. Empowerment wordt bevorderd als ouders inzicht hebben in hun eigen situatie, hun gewoontes en hun kennis over de ontwikkeling van kinderen en inzicht in de rollen die je als ouder kunt vervullen en de consequenties van gedrag van de ouder op de kinderen. De JGZ-professional kan het inzicht van de ouder in diens situatie vergroten. Met de Stap voor Stap-methode bijvoorbeeld ondersteunt de professional de ouder via een aantal stappen (Uittenbogaard, 2007):
Stap 1: beeld krijgen van de specifieke opvoedingssituatie.
Stap 2: samen inzicht krijgen in de opvoedingssituatie.
Stap 3: handelen.
Stap 4: evaluatie.

Soms is het doorlopen van de eerste twee stappen voor ouders al voldoende om zelf weer te kunnen bedenken hoe men de situatie wil gaan aanpakken. Met behulp van relevante vragen hebben de ouders inzicht gekregen in het totale plaatje, waardoor het voor ouders vaak mogelijk is om de regie weer op te pakken in deze situatie.
Een andere mogelijkheid om het inzicht in de eigen situatie van ouders te bevorderen, is het monitoren van die situatie voor een korte periode. Dit kan het bijhouden van een dagboekje zijn, het turven hoe vaak en wanneer zich bepaald gedrag voordoet en hoe de ouder reageert.

Zelfmanagement
Veel van de pedagogische activiteiten of gezondheidsactiviteiten voeren de ouders zelf uit. Veel ouders willen zelf besluiten nemen in de zorg om hun kind, maar staan wel open voor deskundig advies.

Contact met andere ouders
Jezelf scholen en het nemen van de eigen verantwoordelijkheid worden in onze samenleving bevorderd. Eigen initiatief van ouders wordt gewaardeerd. Internetfora groeien en bloeien en laten zien dat er behoefte is aan het uitwisselen van kennis tussen ouders. Chats met deskundigen vormen hier een belangrijke aanvulling op. Dergelijke systemen kunnen ouders in hun rol als opvoeder versterken.

Contact met de JGZ-medewerker
Tijdens het bezoek aan het consultatiebureau is er een actieve uitwisseling van kennis van de ouders over hun kind (11 bezoeken in het eerste jaar) met de medewerkers. Ouders worden versterkt in hun rol door kennisoverdracht, maar ook door het krijgen van steun en zelfmanagementadviezen. De keuzes die ouders maken, kunnen vertaald worden in concrete doelen en acties voor de dagelijkse praktijk, waarbij de professional een coachende rol kan vervullen. De focus ligt hier op het stimuleren en ondersteunen van de verandering bij de ouders, maar ook opnhet gedrag van het kind. Het gaat erom dat ouders goed voor zichzelf zorgen, maar ooknvoor het kind (fysiek en geestelijk). De JGZ stimuleert en ondersteunt de zelfzorg van oudersnten aanzien van het ontwikkelen van positief ouderschap. In kaart 2 ‘Beslisschema opvoedingsondersteuning’ is in beeld gebracht hoe die communicatie met ouders zo optimaal mogelijk uitgevoerd kan worden. Verandering van de werkwijze van professionals kan bijdragen aan een optimale communicatie. Er vindt een verschuiving plaats van een voorheen wat meer paternalistische benadering naar een situatie waarin ouders meer toegang krijgen tot informatie, ouders meer gecoacht worden in hun situatie en worden aangespoord zelf in te grijpen en te handelen. De persoonlijke en sociale omgeving van ouders spelen ten slotte een belangrijke rol bij het stimuleren en ontwikkelen van gewoonten en vaardigheden van ouders.

Referenties


Pagina als PDF