Richtlijn: Astma (2020)

Onderbouwing

Uitgangsvraag/vragen die hebben geleid tot de onderbouwing en aanbevelingen

JGZ-professionals willen weten welke bewezen effectieve adviezen rond astma zij zelf kunnen geven. Ook missen zij afstemming met andere zorgprofessionals in geval van verwijzing of nazorg. Dit heeft geleid tot de volgende uitgangsvragen:

  1. Welke informatie hebben JGZ-professionals van andere zorgprofessionals nodig over inhoud van de astmabehandeling en vervolgstappen?
  2. Welke afspraken kunnen JGZ-professionals met andere zorgprofessionals maken over kennis- en informatiedeling rond verwijzing, psychosociale begeleiding en nazorg van jeugdigen met astma(tische klachten)?
  3. Welke bewezen effectieve adviezen over astma kunnen JGZ-professionals geven aan ouders en jeugdigen (per leeftijdscategorie)?

Methoden

Beantwoording van deze uitgangsvraag vond plaats door het raadplegen van bestaande richtlijnen, standaarden en documenten.

Kwaliteit van bewijs

Kennis- en informatiedeling

Voor het beantwoorden van uitgangsvragen 1 en 2 is gebruik gemaakt van de (patiënten versie van) de zorgstandaard “Astma kinderen en jongeren” (Long Alliantie Nederland 2012), de ten tijde van het schrijven van deze JGZ-richtlijn actuele NHG standaard (Bindels 2014) en NVK Richtlijn (2013) “Astma bij kinderen” en de KNMG-visie “Versterking medische zorg aan jeugdigen” (2013).

Adviezen bij astma

Voor het beantwoorden van uitgangsvraag 3 is gebruik gemaakt van de GGD-richtlijn medische milieukunde “Schimmel- en vochtproblemen in woningen” (2012), de ten tijde van het schrijven van deze JGZ-richtlijn actuele richtlijnen over astma bij kinderen van de NHG (Bindels 2014) en de NVK (2013), de werkboeken “Kinderlongziekten” (2012) en “Kinderallergologie” (2014) van de NVK en de Handleiding “Saneren bij een huisstofmijtallergie” van V&VN Longverpleegkundigen (2011).

Onderbouwing

Een breed pakket aan niet-medicamenteuze maatregelen, aangepast aan de allergie status en de gevoeligheid van de jeugdige voor niet-allergische prikkels, kan tot klachtenvermindering leiden (Crocker 2011). Er is geen bewijs voor de effectiviteit van afzonderlijke prikkel reducerende maatregelen op het verloop van de ziekte en de klachten. Bijgaande adviezen zijn voornamelijk ‘practice-based’. Alleen het advies om blootstelling aan tabaksrook te vermijden is bewezen effectief in het verminderen van klachten bij prikkelbare luchtwegen/astma. Op grond van bewijs uit de literatuur is het wel aannemelijk dat vochtige woonomstandigheden, zichtbare schimmel en de geur van schimmel in de woning en blootstelling aan roetdeeltjes, fijn stof en door verkeer uitgestoten luchtverontreiniging bij daarvoor gevoelige personen bijdragen aan een toename van luchtwegklachten waaronder episodisch piepen en astma.  Voor het advies om bij luchtwegklachten en overgewicht af te vallen is voorzichtig bewijs (zie Thema 1 <LINK> en Willeboordse 2016).

Overwegingen

Goede samenwerking en afstemming tussen de verschillende disciplines rondom de jeugdige met prikkelbare luchtwegen/astma is essentieel. Dit garandeert de continuïteit in de zorg voor jeugdigen met prikkelbare luchtwegen/astma en ouders. Daarnaast komen goede samenwerking en afstemming ten goede aan de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. 

Betrokken (para)medici en hulpverleners

Er zijn vaak regionale verschillen in de organisatie van de zorg rondom de jeugdige met prikkelbare luchtwegen/astma. De volgende partijen kunnen betrokken zijn bij de preventie, signalering, verwijzing, diagnosticering en behandeling:

Medische zorg

  • De verloskundige: legt het rookgedrag van zwangere vrouwen vast, zet zo nodig een stoppen-met-roken interventie in en maakt hiervan melding bij een overdracht naar de JGZ.;
  • De huisarts en praktijkondersteuner huisarts (POH): behandelt en begeleidt het grootste deel van de jeugdigen met prikkelbare luchtwegen of de diagnose ‘astma’. De huisartspraktijk behandelt tabaksverslaving en biedt begeleiding op maat bij stoppen met roken;
  • De kinder(long)arts en/of de verpleegkundig specialist kinderlongziekten en de kinderlongverpleegkundige behandelen en begeleiden jeugdigen met ernstige klachten of gedeeltelijk of onvoldoende gecontroleerde astma;
  • Het JGZ-team (dit zijn jeugdarts, verpleegkundig specialist, kinderlongverpleegkundige, jeugdverpleegkundige, doktersassistent): inventariseert regelmatig de rookstatus van ouders en jeugdigen en motiveert en steunt hen bij het stoppen met roken en bij het niet (opnieuw) beginnen met roken (terugvalpreventie), speelt een signalerende rol bij klachten die op prikkelbare luchtwegen/astma kunnen wijzen, signaleert sociaal-medische problemen bij jeugdigen met prikkelbare luchtwegen/astma en adviseert ouders/jeugdigen over hoe zij klachten kunnen verminderen. Het JGZ team heeft tevens een signalerende rol bij het vaststellen van gedeeltelijk of onvoldoende gecontroleerde astma;
  • De verpleegkundig specialist, de kinderlong-/astmaverpleegkundige: monitort (onder andere) de astmacontrole, inhalatietechniek en therapietrouw, geeft advies en voorlichting en stimuleert zelfmanagement;
  • De kinderlongverpleegkundige van de thuiszorg (indien beschikbaar): wordt veelal ingezet voor saneringshuisbezoeken.

Paramedische zorg

  • De kinderfysiotherapeut: kan begeleiding bieden in de vorm van ademhalingsoefeningen bij disfunctionele ademhaling of ondersteunen in het verbeteren van uithoudingsvermogen en conditie;
  • De (kinder)diëtist: ondersteunt jeugdigen met astma en een bewezen voedselallergie, gericht op vermijding van het betreffende allergeen, het voorkomen van onnodige vermijding van voedingsmiddelen en het realiseren van een zo volwaardig mogelijke voeding zonder tekorten. De (kinder)diëtist kan jeugdigen en hun ouders ook begeleiden bij het bereiken van een gezond gewicht.

Uitwisseling van gegevens

De “Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst” (KNMG) stelt in haar visiedocument “Versterking medische zorg aan jeugdigen” dat artsen ieder voor zich en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor kwalitatief goede en samenhangende zorg. Dit betekent ook dat zij onderling afspraken maken over verwijzing, terug verwijzing, consultatie, berichtgeving/ gegevensuitwisseling en verdeling van verantwoordelijkheden (KNMG 2013). 

Voor een optimale sociaal-medische begeleiding van jeugdigen met astma is het belangrijk dat de JGZ-professional op de hoogte is van het proces van diagnosticering en het beloop van de behandeling in de eerste en tweede lijn, en zo nodig actief naar recente informatie vraagt bij de behandelaar. Het wordt aanbevolen om (na toestemming van de ouders en/of de jeugdige) ten minste bij verwijzing door de jeugdarts/verpleegkundig specialist naar de huisarts en bij het stellen van de diagnose ‘astma’ door de huisarts of de kinder(long)arts berichtgeving naar de JGZ te versturen. Gezamenlijke nascholingen kunnen contacten tussen eerstelijns professionals (JGZ, huisarts etc.) vergemakkelijken.

Gedeelde zorg

Conform de zorgstandaard astma bij kinderen en jongeren heeft de jeugdige met astma één hoofdbehandelaar: de huisarts of de kinder(long)arts/verpleegkundig specialist kinderlongziekten (Long Alliantie Nederland 2012). Het JGZ-team kan bij de zorg rondom jeugdigen met astma een ondersteunende en verbindende rol spelen door (extra) voorlichting en informatie te geven en jeugdigen met astma en hun ouders te ondersteunen bij het naleven van adviezen op maat (zelfmanagement) en bij het omgaan met astma. Op indicatie, bijvoorbeeld bij een gecompliceerd beloop of bij sociale problematiek, bij schoolverzuim of als om andere redenen contact met school, kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang nodig is, vindt verdere afstemming en samenwerking met de hoofdbehandelaar plaats.  De hoofdbehandelaar kan actief contact opnemen met de JGZ.

Zelfmanagement

Alle afspraken die van belang zijn in de behandeling van een jeugdige met astma (medicamenten, vermijden van prikkels, leefstijl) worden door de hoofdbehandelaar (schriftelijk) vastgelegd in een individueel zorgplan, waarbij aandacht is voor de verantwoordelijkheden van de verschillende zorgverleners, maar ook die van de jeugdige en zijn/haar ouders. De jeugdige en zijn/haar ouders zijn degenen die ervoor moet zorgen dat de benodigde acties zoals stoppen met roken en het nemen van maatregelen in de woning worden uitgevoerd. Het zorgplan wordt ook aan de jeugdige en zijn/haar ouders verstrekt. Zij kunnen dit delen met andere zorgverleners. Hieronder staan mogelijke adviezen bij astma, over wat de ouders en de jeugdige zelf kunnen doen om klachten te verminderen. Deze adviezen zijn ook van toepassing voor het milieu op school, in kinderdagverblijven en locaties voor buitenschoolse opvang.

Vermijden van prikkels

Tabaksrook

Bij de begeleiding bij prikkelbare luchtwegen/astma hoort in de eerste plaats het motiveren en ondersteunen van ouders en de jeugdigen om te stoppen met roken en om niet (opnieuw) te beginnen met roken. JGZ-professionals verwijzen gemotiveerde ouders en jeugdigen (met verwijsbrief) voor behandeling van tabaksverslaving en begeleiding bij stoppen met roken naar een erkende stoppen-met roken begeleider in de buurt of  naar het programma “Rookvrije Ouders” voor telefonische coaching. Er wordt aangeraden te kiezen voor een rookvrije school en rookvrije kinderopvang. 

Huisstofmijt 

Bij jeugdigen van zes jaar en ouder wordt bij vermoeden van astma door de huisarts, de kinder(long)arts of de verpleegkundig specialist kinderlongziekten onderzocht of er antistoffen (IgE) zijn tegen de belangrijkste inhalatieallergenen: huisstofmijt, boom-, gras- en kruidpollen, schimmels en epidermale producten van kat, hond en evt. knaagdier. Als er antistoffen tegen huisstofmijt worden aangetoond dan kunnen ouders en jeugdigen, afhankelijk van de ernst van de klachten, adviezen krijgen over hoe zij blootstelling kunnen verminderen. Deze adviezen betreffen vochtbestrijding (zie onder), aanpassingen in de woning, aangepast schoonmaken en vermijden van het allergeen. 

Om klachten van huisstofmijt te verminderen of te voorkomen wordt aangeraden om in de woning te zorgen voor gladde oppervlakten (dat wil zeggen: gladde vloeren, meubels met gladde bekleding en een goede kwaliteit synthetische vulling, geen of minder knuffels, niet te veel kleden op de grond, geen wollen gordijnen maar van katoen of kunststof). Het is raadzaam om met het doen van aanpassingen altijd eerst in de slaapkamer te beginnen, en daarna zo nodig de woonkamer aan te pakken.

Mogelijkheden voor aanpassingen in de woning (saneren) zijn mede afhankelijk van de (financiële) middelen van de ouders. Juiste adviezen zijn belangrijk zodat kosten en baten vooraf goed afgewogen kunnen worden. In de regel worden ouders hiervoor door de hoofdbehandelaar verwezen naar een kinderlongverpleegkundige. De kinderlongverpleegkundige (indien beschikbaar) brengt zo nodig een huisbezoek. Voor woningsanering biedt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geen vergoedingsregeling.

Naast het saneren van de woning is goed schoonmaken belangrijk om een afname van de hoeveelheid allergeen te bereiken. Er wordt aanbevolen tapijt regelmatig stof te zuigen (twee tot drie keer per week is voldoende). Bij stofzuigen worden de uitwerpselen van huisstofmijt opgezogen, maar ook weer uitgeblazen. De jeugdige met huisstofmijtallergie kan dus beter niet in de buurt zijn als er wordt gestofzuigd. Het is verder raadzaam het filter van de stofzuiger regelmatig te vervangen en de stofzak op tijd te vervangen/het stofreservoir op tijd te legen. Een halfuur na het stofzuigen kan dan stof worden afgenomen met een vochtige doek. 

Omdat huisstofmijt bij 60 0C wordt gedood, kan worden geadviseerd om het dekbed, het kussen en knuffels eens per zes weken op 60 0C in de wasmachine te wassen, beddengoed wekelijks op 60 0C. Als dit niet mogelijk is bijvoorbeeld vanwege de vulling of omdat het niet in de wasmachine past, dan wordt geadviseerd het dekbed en het kussen te vervangen door nieuwe die wel in de wasmachine gewassen kunnen worden.  Kussen en knuffels kunnen ook een week in een plastic zak in de vriezer bij -20 0C worden bewaard en daarna gewassen en uitgespoeld om dode mijten te verwijderen. Gordijnen kunnen het beste één- of tweemaal per jaar op 60 0C worden gewassen. Kledingkasten kunnen het beste dichtgehouden worden en kleding schoon.

Er is onvoldoende bewijs voor het gebruik van allergeen werende hoezen voor matras en kussen (Arroyave 2014). Ook bestrijding van huisstofmijt met chemicaliën helpt niet.

Huisdieren 

Als er bij de jeugdige klachten zijn passend bij een allergische reactie op dieren eventueel in combinatie met antistoffen (IgE) tegen epidermale producten (haren, huidschilfers etc.), dan is het raadzaam contact met het betreffende dier te vermijden. Er moet zeker geen nieuw dier in huis worden gehaald. Het uit de woning verwijderen van het dier kan ingrijpend zijn, maar bij ernstige klachten die onvoldoende reageren op behandeling heeft dit de voorkeur. De epidermale producten van het huisdier zijn zo licht zijn dat ze dagenlang in de lucht kunnen blijven hangen, waarna ze neerslaan. Na het verwijderen van het dier duurt het zeker drie tot zes maanden voordat de epidermale producten zodanig uit de woning verdwenen zijn dat de klachten verminderen. Veel ouders vinden het hebben en verzorgen van een huisdier goed voor emotie verwerking, ‘een maatje hebben’, verantwoordelijkheid nemen etc. Als het verwijderen van het dier uit de woning niet passend lijkt, dan wordt geadviseerd om het dier in ieder geval nooit in de slaapkamer(s) te laten.

Pollen 

Stuifmeel van grassen, bomen en kruiden is in Nederland behalve in de wintermaanden dagelijks in de buitenlucht aanwezig. Contact hiermee volledig vermijden is dan ook niet mogelijk. Op basis van het aantal pollen in de lucht worden via zg. pollenapps meerdaagse hooikoortsverwachtingen gegeven. Op basis van een dergelijk bericht kan besloten worden de medicatie aan te passen. Enkele tips tegen hooikoorts zijn: 

  • draag buiten een zonnebril of sportbril om de ogen tegen stuifmeel te beschermen
  • smeer vaseline rond de ogen en de neus zodat pollen blijven plakken
  • ramen en deuren alleen in de ochtend openen, als de concentratie pollen het laagst is
  • droog wasgoed liever niet buiten want kleding en beddengoed vangen stuifmeel op
  • douchen voor het naar bed gaan wast de pollen uit de haren weg

Vocht en schimmel 

Schimmels en huisstofmijt gedijen goed in een vochtige omgeving. Vocht in de woning dat door de aanwezigheid van personen, het gebruik van water, koken, douchen enz. gegenereerd wordt, gaat door ventileren naar buiten. Het is daarom raadzaam de woning continu (24h) te ventileren door klepramen/roosters open te laten, ook bij mist en regenachtig weer. Gebruik, indien aanwezig, het mechanisch ventilatiesysteem (stand 2). 

Daarnaast is het belangrijk de woning goed en gelijkmatig te verwarmen (overdag tussen 18 en 20 0C, overdag niet hoger dan 22 0C en 's nachts niet lager dan 18 0C) (RIVM 2012). 

Ook het regelmatig luchten van de woning door de ramen tegen elkaar te openen kan helpen, vooral als er veel vocht in huis is, maar niet bij regen of mistig weer. Luchten gebeurt verder bij voorkeur als het kind niet in de kamer is. Na een uur kunnen de ramen dan het beste weer dichtgedaan worden om temperatuurverschillen in de woning (bijvoorbeeld tussen beneden en boven) niet te groot te laten worden. Bij wonen langs een drukke weg wordt geadviseerd om ‘slim’ te luchten en te ventileren door buiten de spits en aan de niet-weg-kant ramen en klepramen/roosters open te zetten.

Bij douchen of koken is het belangrijk om extra goed te ventileren (afzuigkap aan bij koken en daarna half uur aan laten staan of, indien aanwezig, mechanisch ventilatiesysteem tot een half uur na het douchen/koken op de hoogste stand aan laten staan). De productie van vocht kan verder zoveel mogelijk worden beperkt door (RIVM 2012):

  • Deksel op de pan bij koken
  • De was buiten drogen (niet bij gevoeligheid voor pollen, zie boven) of gebruik een wasdroger die het vocht naar buiten afvoert
  • Deuren van de keuken en badkamer dicht te houden bij koken en douchen
  • Na het douchen de wanden en de vloer droog te maken, bijvoorbeeld met een raamwisser
  • Lekkages en vochtproblemen zo snel mogelijk verhelpen

Schone lucht 

Het is belangrijk om goed te ventileren en regelmatig luchten. Verder is het raadzaam om bij het koken de afzuigkap aan te zetten en een half uur aan te laten staan, om kook- en bakluchtjes te verminderen. Verder kan het gebruik van irriterende stoffen binnenshuis het beste zoveel mogelijk vermeden worden. (Bronnen van) irriterende stoffen binnenshuis zijn bijvoorbeeld: tabaksrook, rook van hout-gestookte apparaten of een open haard, het branden van (geur)kaarsen en wierook, planten en bloemen, schoonmaakmiddelen, spuitbussen en andere geurverspreiders. 

Het onderhoud van mechanische ventilatiesystemen (met name bij mechanische luchttoevoer/balansventilatie) verdient in dit kader ook aandacht. Volle filters kunnen een bron van luchtvervuiling binnenshuis zijn. Er wordt geadviseerd filters regelmatig te vervangen en eens per vijf jaar is reiniging van luchttoevoerkanalen aangewezen.

Luchtverontreiniging 

Sommige jeugdigen zijn gevoeliger voor luchtverontreiniging dan anderen. Zodra de concentraties stoffen in de lucht dalen nemen de klachten meestal weer af. Het RIVM geeft smogwaarschuwingen af. Bij gevoeligheid voor luchtverontreiniging kan de hoeveelheid ingeademde stoffen worden beperkt door bij fietsen, lopen of joggen een route te kiezen die niet langs drukke wegen en kruispunten gaat. Bij smog door ozon kan bij daarvoor gevoelige jeugdigen er voor gekozen worden om in de middag en vroege avond niet buiten te sporten. In deze uren is de concentratie ozon het hoogst (RIVM 2018).

Leefstijl

Overgewicht/obesitas

Het hebben van astma kan (door periodes van) slecht slapen, minder lichamelijk actief zijn en gebruik medicatie de kans op het krijgen van overgewicht verhogen. Gewichtsreductie bij overgewicht/obesitas is om algemene gezondheidsredenen ook voor jeugdigen met astma aangewezen (JGZ Richtlijn “Overgewicht”). Er is bovendien voorzichtig bewijs dat gewichtsreductie bij jeugdigen met overgewicht/obesitas de klachten van astma kan doen verminderen (Willeboordse 2016). 

Bewegen

Bewegen is gezond. Het verbetert de conditie waardoor klachten kunnen verminderen of verdwijnen en er minder medicatie nodig is. Bewegen maakt het bovendien gemakkelijker een gezond gewicht te behouden of te verkrijgen. Ook bij jeugdigen met astma adviseren JGZ-professionals de beweegrichtlijn voor kinderen van de Gezondheidsraad (2017) aan te houden: minimaal één uur matig intensieve inspanning (zoals fietsen, lopen, zwemmen) per dag en minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten (zoals springen, dansen, krachttrainingsoefeningen).

Werk- en beroepskeuze

Veel jeugdigen met astma en hun ouders hebben slecht inzicht in welk soort werk luchtwegklachten kan verergeren (bijvoorbeeld door aanwezigheid van allergenen of stof, door fysieke inspanning, door temperatuursverandering, door blootstelling aan chemische stoffen of irriterende gassen en dampen). Het is van belang te benoemen om hier bij de beroepskeuze rekening mee te houden. 

Risicovolle beroepen zijn bijvoorbeeld bakkers (meelstof), kwekers van planten en groenten (plantenpollen, organismen voor biologische bestrijding), veehouders (huidschilfers/veren van dieren), verfspuiters/autoschadeherstellers (isocyanaten) en kappers (haarlak, blondeerpoeders).

Omgaan met astma

Voorlichting en begeleiding

Een chronische ziekte zoals astma heeft invloed op het hele gezin. Om de jeugdige, ouders, broers en zussen zo normaal mogelijk te laten functioneren is het van belang dat zij goed geïnformeerd zijn over de ziekte, behandeling en medicijnen. De hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor een goede voorlichting en begeleiding van jeugdigen met astma en hun ouders. Maar praktische tips, een luisterend oor en nadere uitleg over astma en de achterliggende oorzaken van de reacties en het gedrag van de jeugdige met astma kunnen verhelderend werken. Het kan ouders helpen om uitleg te geven over de oorzaak van de onlustuitingen en de wijze waarop het kind zich beter kan voelen: door een rustige, liefdevolle benadering en zo nodig behandeling door de huisarts/kinder(long)arts/verpleegkundig specialist kinderlongziekten van de benauwdheid en het eczeem.

Astma aanval herken- en actieplan

Ouders van jeugdigen vanaf zes jaar met astma worden gestimuleerd om samen met de jeugdige en de hoofdbehandelaar een astma aanval herken- en actieplan in te vullen. In dit plan staat hoe een astma aanval bij de jeugdige herkend kan worden en wat ouders en andere betrokkenen (school, kinderopvang) kunnen doen. Een ‘leeg’ actieplan is gratis aan te vragen bij het Longfonds. Het is raadzaam om het ingevulde plan op een zichtbare plaats op te hangen (bijvoorbeeld op de koelkast). 

Algemene tips bij een astma-aanval zijn (bron: Long Alliantie Nederland 2012):

  • Blijf rustig en stel het kind gerust dat je het gaat helpen. Probeer niet in paniek te raken, dat kan de aanval erger maken.
  • Probeer een rustig plekje te vinden. Laat het kind niet alleen.
  • Zorg dat het kind gemakkelijk gaat zitten. Benauwde kinderen willen zitten, liggen maakt de benauwdheid erger.
  • Laat het kind niet te veel praten. Alle energie is nodig om adem te halen.
  • Geef de juiste medicijnen, zoals afgesproken met de hoofdbehandelaar.
  • Let er op of het medicijn helpt.
  • Bel de ouders/hoofdbehandelaar als de benauwdheid niet stopt, of bij twijfel.

Informatie voor ouders/jeugdigen/professionals

Informatie en folders over astma zijn te vinden op:

De website van het Longfonds
Astmakids
Thuisarts.nl
Zorgstandaard “Kind met astma” (Long Alliantie Nederland 2012)
Inhalatorgebruik

Jeugdigen vanaf 12 jaar kunnen gebruik maken van de app “Astmaatje”. Hier staat informatie in en jeugdigen kunnen een astmacontrole lijst bijhouden.

Voor meer informatie en begeleiding van gezinnen met astma kunnen ouders in overleg met de hoofdbehandelaar ook terecht bij de kinderlong-/astmaverpleegkundige (vanuit het ziekenhuis of vanuit de thuiszorg, afhankelijk van de regionale afspraken) of de POH. Ouders kunnen een consult of huisbezoek aanvragen bij de kinderlongverpleegkundige. De kinderlongverpleegkundige kan op verzoek ook een scholing of presentatie voor bijvoorbeeld een JGZ-team of op school/kinderopvang verzorgen. 

Voor het geven van een scholing over inhalatie medicatie (o.a. werking en bijwerkingen, inhalatie instructie en controle) kan een IMIS (Inhalatie Medicatie Instructie School) trainer gevraagd worden, of een apotheker. 

GGD-professionals kunnen adviseren op het gebied van milieu en gezondheid. Ook geven zij wel adviezen aan scholen en kinderdagverblijven, bijvoorbeeld over hoe het binnenmilieu verbetert kan worden.

Lotgenotencontact

De Longfonds patiëntenvereniging geeft niet alleen veel informatie over astma, maar behartigt ook de belangen van mensen met een chronische longziekte en brengt lotgenoten met elkaar in contact:

  • “Longforum.nl” is een online forum over astma en andere longziekten.
  • “Longpunt” geeft informatie over astma en biedt een mogelijkheid voor het persoonlijk uitwisselen van ervaringen met andere longpatiënten.

De “Vereniging Nederland Davos” is een patiëntenvereniging voor mensen met moeilijk behandelbare astma. 

De meeste zorgverzekeraars vergoeden het lidmaatschap van een patiëntenvereniging.


Pagina als PDF