Richtlijn: Motorische ontwikkeling (2019)

Inleiding en aanleiding

Aanleiding

Voor de fysieke en psychosociale ontwikkeling van een kind is een normale motorische ontwikkeling van belang. Een normale motorische ontwikkeling draagt bij aan een actieve leefstijl (en vice versa). De kans is dan groter dat kinderen mogen meedoen, op school en daarbuiten1. Bepalend voor de motorische ontwikkeling zijn de neurologische ontwikkeling, aandoeningen van het bewegingsapparaat, lichamelijke activiteit (kindfactoren), omgevingsfactoren (ouders, scholen etcetera), en de interactie tussen deze factoren2-4. De gevolgen van een verminderde motorische ontwikkeling zijn divers. Kinderen met motorische ontwikkelingsproblemen hebben vaak een lager zelfbeeld4,5 worden vaak gepest7 en ervaren meer emotionele problemen5, angststoornissen of depressies4. Hierdoor nemen ze beperkter deel aan sociale activiteiten, wat weer kan leiden tot een inactieve leefstijl, isolatie en angst4-6. Het resultaat is een negatieve spiraal door verdere afname van motorische vaardigheden met een stijgende kans op overgewicht en verslechtering van lichamelijke en psychosociale gezondheid. De meeste kinderen met motorische ontwikkelingsproblemen hebben deze problemen tien jaar later nog steeds8. Als een kind een motorisch ontwikkelingsprobleem heeft, kan dit ook invloed hebben op het gezin: door een verhoogde kans op spanningen en stress, kan dit tot gevolg hebben dat het gezin minder sociale activiteiten onderneemt6.

Samengevat: het is van belang motorische-ontwikkelingsproblemen zo vroeg mogelijk vast te stellen, zodat er ingegrepen kan worden. De effecten van een afwijking hebben namelijk negatieve gevolgen voor zowel het individuele kind, als het gezin.

Centrale rol van de JGZ

Door de toename van mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling is de interesse in motorische ontwikkelingsproblemen bij kinderen toegenomen9. De JGZ vervult een centrale rol bij het longitudinaal monitoren van de motorische ontwikkeling en bij het signaleren en verwijzen naar adequate behandeling. Ook houdt de JGZ zicht op de opvolging van verwijzingen en effecten van behandelingen. Met name dankzij de longitudinale monitoring heeft de JGZ een centrale rol in de ketenzorg. 

Naast de JGZ kunnen natuurlijk ook ouders en andere betrokkenen een ontwikkelingsachterstand opmerken. Denk aan medewerkers van een peuterspeelzaal (PSZ) of kinderdagverblijf (KDV), sportverenigingen, scholen of personen vanuit informelere netwerken. Ook dan is het van belang dat de JGZ in samenspraak met de ouders wordt geïnformeerd en geconsulteerd. Hierdoor kan een totaalbeeld van de gezondheid en ontwikkeling van het kind worden gevormd voordat er wordt overgegaan tot behandeling.

Door de huidige flexibilisering van de JGZ (zoals ook wordt beschreven in het Landelijk Professioneel Kader), verschillen de leeftijden, het aantal en de inhoud van de contactmomenten tussen alle JGZ-organisaties. De longitudinale monitoring van de JGZ verschilt daardoor.

Waarom deze nieuwe richtlijn?

Vanwege de centrale rol van de JGZ is het belangrijk dat de JGZ haar preventieve taken goed uitvoert en goede samenwerkingsafspraken maakt met de scholen, kinderopvang en andere partners in de ketenzorg (zie beslisbomen). 

JGZ-professionals hebben adequate kennis nodig om motorische ontwikkelingsproblemen goed te kunnen signaleren. Zo moet bekend zijn wat oorzaken kunnen zijn van een motorisch ontwikkelingsprobleem, wat de meest geschikte signaleringsinstrumenten zijn, hoe deze moeten worden toegepast en wat adequate vervolgacties zijn die de JGZ inzet bij het signaleren van motorische ontwikkelingsproblemen. De JGZ Richtlijn ‘Motorische Ontwikkeling’ voorziet in deze behoefte, zodat professionals zich ondersteund weten bij hun professioneel handelen.

Het doel van de JGZ Richtlijn Motorische Ontwikkeling is een landelijk uniforme werkwijze te bewerkstelligen die effectief en efficiënt is ten aanzien van monitoring, preventie, signalering, advisering en verwijzing bij motorische ontwikkelingsproblemen. De richtlijn is wetenschappelijk onderbouwd en beoogt in praktische zin goed hanteerbaar te zijn binnen de JGZ.


Pagina als PDF