Richtlijn: Lengtegroei (2019)

2. Monitoren lengtegroei en signaleren afwijkende lengtegroei - aanbevelingen

Dit thema bevat aanbevelingen over het monitoren van lengtegroei in de JGZ. Onder het kopje “onderbouwing” wordt uitgebreid ingegaan op de kosteneffectiviteit, de meetmomenten, de te hanteren groeidiagrammen, het berekenen van de Target Height (TH) en de lengtemeting van de ouders.

Het onderzoek bij de JGZ

Een uitgebreide handleiding over het meten van de lengte is te vinden in het boekje Handleiding bij het meten en wegen van kinderen en het invullen van groeidiagrammen (Talma et al., 2010). Het kind wordt gemeten door een (dokters)assistent of een jeugdverpleegkundige, soms door een jeugdarts of verpleegkundig specialist. Het beoordelen van een groeidiagram is een complexe vaardigheid. Om te bepalen of een kind op basis van een afwijkende groeicurve moet worden verwezen, is een gedegen basiskennis van ziekten en normale en afwijkende groeidiagrammen vereist. Om die reden dient de jeugdarts of verpleegkundig specialist het kind te zien bij een mogelijk afwijkende lengtegroei, om in combinatie met een lichamelijk onderzoek en de anamnese het kind eventueel te verwijzen. Dit kan inhouden dat een consult op indicatie gepland moet worden. Indien er twijfels zijn over de lengtegroei van het kind, maar (nog) niet wordt voldaan aan de verwijscriteria, kunnen extra contactmomenten worden ingezet.

Aanbevelingen

  • Het verdient aanbeveling ten minste op de volgende contactmomenten de lengte te meten:

0-6 weken: minimaal één keer
6 weken tot 12 maanden: minimaal 3 keer verspreid over het eerste jaar (waarvan minimaal één lengtemeting in het tweede halfjaar)
1 t/m 2 jaar: minimaal twee keer
3 t/m 6 jaar: minimaal twee keer
8-9 jaar: minimaal één keer
12-14 jaar: minimaal één keer

  • Alle betrokken JGZ-professionals dienen toegang te hebben tot de ‘Handleiding bij het meten en wegen van kinderen en het invullen van groeidiagrammen’ (Talma et al., 2010) en bijlage 3 ‘Meten lengte en gewicht’.
  • Het is zeer wenselijk dat de lengte van een kind bij de geboorte wordt gemeten. Indien de lengte niet betrouwbaar is gemeten door andere professionals bij de geboorte, dan dient de lengte in ieder geval binnen 6 weken na de geboorte te worden gemeten door een JGZ professional.
  • Het verdient aanbeveling om de lengtemeting te herhalen en te controleren of de lengtemeting goed geregistreerd staat in het DD Jeugdgezondheidszorg (DD JGZ) indien er een afwijkende lengtemeting is (zie thema verwijzing), om er zeker van te zijn dat de afwijkende lengtemeting niet berust op een meetfout.
  • Bij een kind dat spreidbehandeling krijgt (i.v.m. heupdysplasie), wordt afgezien van het meten van de lengte (en dus het strekken van de benen). Zie ook de JGZ-richtlijn Heupdysplasie.
  • De lengte van de biologische ouders dient door de JGZ gemeten te worden, bij voorkeur tijdens het eerste bezoek aan het consultatiebureau en genoteerd te worden in het Digitaal Dossier JGZ (DD JGZ). Indien het niet mogelijk is de lengte te meten dient naar de vermeende paspoortlengte (anamnestisch) gevraagd te worden, ook al zijn deze gegevens minder betrouwbaar. Er dient geregistreerd te worden of de lengte gemeten of anamnestisch is.
  • De meetgegevens van het kind dienen in het DD JGZ ingevoerd te worden, zodat het groeidiagram kan worden beoordeeld.
  • Het verdient aanbeveling om de Nederlandse groeidiagrammen (2010) te gebruiken. Als de groei van een kind met een migratieachtergrond (één of beide ouders zijn niet in Nederland geboren) meer dan twee standaarddeviaties afwijkt ten opzichte van het gemiddelde van de curve (www.tno.nl/groeihttps://growthanalyser.org/ of de WHO groeidiagrammen (0-5 jaar: let op, de WHO groeidiagrammen alleen gebruiken voor de lengte, niet voor gewicht, zie JGZ richtlijn Ondergewicht, 5-19 jaar)) dient men de verwijscriteria hierop toe te passen. Nederlandse kinderen van een andere afkomst zijn vaak kleiner dan kinderen met een Nederlandse afkomst. Echter, deze kinderen kunnen een andere groeicurve volgen (en mogelijk langer worden) dan kinderen in het land van herkomst.
  • Voor tweelingen, prematuren en voor kinderen met het Downsyndroom kunnen aparte groeidiagrammen worden gebruikt. Bij premature tweelingen dient het groeidiagram voor prematuren gebruikt te worden.
  • Het verdient aanbeveling om de berekening van de lengte-SDS, de TH, de TH range en de TH SDS in het DD JGZ te implementeren. Daarnaast verdient het aanbeveling dat Tannerstadia visueel worden weergegeven in het DD JGZ.
  • Er dienen regionaal samenwerkingsafspraken gemaakt te worden met verloskundigen / gynaecologen over de meting en het registreren van de geboortelengte.

 Anamnese en lichamelijk onderzoek

Het verdient aanbeveling bij kinderen met een afwijkende lengtegroei een uitgebreide anamnese af te nemen, waarin men vraagt naar o.a.:

  • Mening van ouders en kind over de lengtegroei
  • Puberteitsontwikkeling
  • Lengte en puberteitsontwikkeling ouders, lengte eerstegraads- en tweedegraadsfamilieleden
  • Problemen in de zwangerschap/intoxicaties of tijdens partus
  • Geboortegewicht, geboortelengte, graviditeitsduur
  • Voedingsanamnese en ontlastingspatroon
  • Sociale omstandigheden en psychosociaal functioneren
  • Motorische ontwikkeling
  • Medicatiegebruik en medische voorgeschiedenis

Het verdient aanbeveling bij kinderen met een afwijkende lengtegroei aanvullend lichamelijk onderzoek te verrichten, waarbij gelet wordt op:

  • Gewicht
  • Lichaamsverhoudingen à vue
  • Dysmorfe kenmerken
  • Puberteitsontwikkeling
  • Tekenen van verwaarlozing of mishandeling.

Bekijk de onderbouwing van dit thema, of lees verder in Thema 3 over oorzaken van afwijkende lengtegroei.


Pagina als PDF