Richtlijn: Voedselovergevoeligheid (2014)

Binnen de JGZ zijn unieke kansen om zowel de incidentie als het beloop van voedselallergieën bij kinderen te beïnvloeden door voorlichting en vroege signalering van voedselallergie gevolgd door behandeling of verwijzing en nazorg. De richtlijn geeft hiervoor handvatten.

Thema's

Om snel te kunnen vinden wat je zoekt is de richtlijn opgedeeld in thema's. Elke thema begint met de aanbevelingen, zo nodig voorafgaand door een korte inleiding. Wil je weten waar op de aanbevelingen zijn gebaseerd, klik dan door naar de onderbouwing.

  1. Preventie van koemelkallergie
  2. Signaleren van koemelkallergie
  3. Diagnostiek van koemelkallergie
  4. Behandelen van koemelkallergie
  5. Verwijzen bij koemelkallergie
  6. Preventie van coeliakie
  7. Signaleren van coeliakie
  8. Preventie van lactose-intolerantie
  9. Signaleren van lactose-intolerantie
  10. Voedseladditieven

Samenvatting

JGZ-richtlijn Voedselovergevoeligheid-samenvatting-correctie bijlage 2a-aug15

JGZ-richtlijn voedselovergevoeligheid, kaart

Meer informatie

De dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatietest voor de diagnose Koemelkallergie test valt onder de basisverzekering. Declaratie van de test is alleen mogelijk indien de zorgorganisatie (de JGZ organisatie) en de zorgverzekeraar een contract hiervoor hebben afgesloten. Alleen als een kind verzekerd is bij een verzekeraar waar je een contract mee hebt gesloten kun je het overeengekomen tarief declareren. Lees meer in het nieuwsbericht hierover. 

Kinderdiëtist zoeken: www.kinderdietisten.nl 

De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) heeft een standpunt ingenomen over vroege introductie van hoog-allergene voeding bij zuigelingen ter preventie van voedselallergie.

Voor ouders

Bij deze richtlijn zijn de volgende ouderfolders gemaakt. Deze kunnen uitgeprint meegegeven worden of op de website worden geplaatst. 

Koemelkallergie

Coeliakie

Lactose intolerantie

Veelgestelde vragen

Uit recente inzichten blijkt dat in afwachting van verder onderzoek naar de relatie tussen (de wijze van) glutenintroductie en coeliakie geen optimale periode voor de introductie van gluten kan worden gegeven. Wel lijkt het verstandig om de glutenintroductie geleidelijk te laten verlopen, startend met kleine hoeveelheden. 

Het advies in de richtlijn om vanaf de leeftijd van 4 maanden te starten met glutenbevattende bijvoeding in kleine hoeveelheden (bv. kleine stukjes beschuit in een fruithapje) tegelijk met de introductie van andere bijvoeding (fruit en groente) blijft van kracht, maar eventueel, bijvoorbeeld omdat ouders daar voorkeur voor hebben, mag 1-2 maanden later gestart worden.

Hormoonzalf beïnvloedt de huidsymptomen en daardoor kan de provocatietest niet goed beoordeeld worden.Maar om klinische redenen kan je natuurlijk bij heel heftig eczeem het kind de hormoonzalf niet onthouden. Als het enigszins kan, is het het beste om te wachten met de provocatietest tot de huid rustig is. Daarbij kunnen deze kinderen voor de provocatietest beter doorverwezen worden naar de kinderarts, omdat het het beoordelen van de provocatietest in deze situatie sowieso moeilijk is.

 

Colofon

Autorisatie inhoudelijk 2013, randvoorwaardelijk 2014
Inhoudelijk door de AJN, V&VN fractie jeugd en NVDA
Randvoorwaardelijk door ActiZ en GGD-Nederland

Publicatiedatum: Begin 2014

Richtlijnontwikkelaar: VuMC en NVK

In samenwerking met: Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland, Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen , Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Nederlands Huisartsen Genootschap, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, ActiZ, GGD Nederland.

Deze richtlijn is gefinancierd door ZonMw