Richtlijn: Borstvoeding (2015, multidisciplinair)

Onderbouwing

Conclusies

Bij seksueel actieve moeders die exclusief voeden met de borst (dus niet kolven) en amenorroisch zijn, is de kans op zwangerschap de eerste zes maanden na de bevalling gering1. Niveau 1
Het is niet aangetoond dat gebruik van hormonale anticonceptie met een combinatie van oestrogeen en progestageen de groei van het kind benadeelt9. Er zijn tegenstrijdige resultaten ten aanzien van de duur van de borstvoeding7;9.  Niveau 2
Methoden met alleen progestageen hadden geen nadelig effect op de melkproductie, de groei van het kind of de duur van de borstvoeding10. Niveau 3 
Tijdens de borstvoedingsperiode is de spiraal (koperhoudend of hormoonhoudend) een veilige en betrouwbare anticonceptiemethode12;14. Niveau 4 

Toelichting

Tijdens de borstvoedingsperiode menstrueert een vrouw doorgaans niet of minder vaak dan voor de zwangerschap. Daardoor is het onduidelijk wanneer zij precies vruchtbaar is en opnieuw zwanger kan raken. Bij volledige borstvoeding tot zes maanden na de geboorte is de kans dat een ovulatie optreedt zeer klein. Dat komt doordat tijdens het geven van borstvoeding de afgifte van het hormoon GnRH door de hypothalamus (een deel van de hersenen) stopt. Dit hormoon heeft invloed op de hypofyse, die de ovulatiecyclus in gang zet. Naarmate de frequentie van het voeden afneemt en de (nachtelijke) intervallen tussen de voedingen toenemen, herstelt de GnRH-impuls zich en komt de ovulatiecyclus geleidelijk weer op gang. Wanneer het kind gemengde voeding of alleen kunstmatige zuigelingenvoeding krijgt, vindt de eisprong doorgaans sneller plaats.
 
Natuurlijke anticonceptiemethoden

De lactatie amenorroe methode (LAM) is gebaseerd op de (tijdelijke) fysiologische remming van de vruchtbaarheid van vrouwen die uitsluitend voeden met de borst (zonder kolven en zonder bijvoeden!). Tijdens de eerste zes maanden na de geboorte, gedurende de periode van voeden op verzoek en zo lang een vrouw nog niet heeft gemenstrueerd, is de vruchtbaarheid gering (<2%), mits de intervallen tussen de voedingen niet te groot zijn (overdag 15]. Niet in alle studies is de definitie van amenorroe gelijk. Meestal wordt ervan uitgegaan dat ‘enig bloedverlies, tenminste 10 dagen na de postpartumbloeding’ het einde van de amenorroe inluidt1.

Een Cochrane review uit 2003 stelt dat vrouwen die volledige borstvoeding geven en amennoroisch blijven, een zeer kleine kans hebben om zwanger te worden in de eerste zes maanden postpartum (0-7,5%)1.

Drie grote prospectieve studies hebben de effectiviteit van LAM bevestigd2;3;4. In deze studies trad tijdens de eerste drie maanden na de bevalling geen enkele zwangerschap op. Echter, al deze onderzoeken vonden plaats in ontwikkelingslanden en de geïncludeerde vrouwen hadden allemaal ruime ervaring (>1jr) met borstvoeding bij een vorig kind. Ervaring met borstvoeding, seksuele gewoonten en beschikbaarheid van andere anticonceptiemiddelen zijn van invloed op de toepassing en de betrouwbaarheid van de LAM1.

Als het zwangerschapsrisico van de LAM voor beide partners acceptabel is, hoeven zij pas te beginnen met aanvullende anticonceptie bij het minderen van het aantal borstvoedingen (in ieder geval vanaf de start van bijvoeding of bij structureel vervangen van borstvoeding door kolven) of als er een einde komt aan de amenorroe.

Ook de Sensiplan methode (voorheen NFP-DAG: Natural Family Planning, ontwikkeld door de Deutsche Arbeitsgruppe) kan tijdens de borstvoeding worden toegepast. Het is een anticonceptiemethode waarmee een vrouw haar vruchtbare dagen kan bepalen aan de hand van haar temperatuur en het slijm van de baarmoedermond. De methode is effectief bij goede uitvoering (1 ongeplande zwangerschap op 250 vrouwjaren bij vrouwen die de methode hebben geleerd van een gecertificeerde consultent – meer ongeplande zwangerschappen bij vrouwen die de methode zonder training toepassen – effectiviteit is niet specifiek onderzocht tijdens de borstvoedingsperiode)17. Persoonlijke instructie/cursus is nodig om de methode goed toe te passen. Er is een aparte les beschikbaar voor uitvoering tijdens de borstvoedingsperiode. Zie www.nfp-nederland.nl.

Barrièremiddelen

Barrièremiddelen, zoals het condoom, het vrouwencondoom en het pessarium (aangemeten door een ervaren arts of verpleegkundige zodat het past tussen het os pubis en het achterste gewelf van de vagina), hebben geen invloed op de borstvoeding en kunnen veilig worden gebruikt

Orale anticonceptie (OAC): de pil

Er zijn twee soorten orale anticonceptiemiddelen: de ‘combinatiepil’, die de hormonen oestrogeen en progestageen bevat, en de ‘minipil’, met alleen progestageen.

Vrouwen die borstvoeding geven, gebruiken nauwelijks de pil als anticonceptiemethode (5%). Dit blijkt uit een Nederlands vragenlijstonderzoek onder 2.710 moeders in 2002. De onderzoekers namen ook interviews af bij een vergelijkbare groep van 145 vrouwen: 77% van deze moeders vond de pil niet geschikt voor de lactatieperiode. Zij waren bang voor bijwerkingen bij hun kinderen door hormonen in hun moedermelk5.

Een onderzoek noemt als mogelijk voordeel van het pilgebruik bij zogende vrouwen de gunstige invloed op de 'hypo-oestrogene verschijnselen', zoals flushes (warmte-opwellingen/opvliegers) en pijn bij het vrijen als gevolg van genitale atrofie (dun geworden vaginaal slijmvlies). Als nadelen noemen de onderzoekers het iets verhoogde risico op trombo-embolische gebeurtenissen tijdens de eerste weken na de bevalling en het remmende effect op de melkproductie6. Van de combinatiepil hebben de 2e generatiepillen met levonorgestrel in combinatie met 30 microgram ethinylestradiol het laagste risico op trombose14.

Verschillende systematische reviews die keken naar het effect van hormonale anticonceptie en borstvoeding, concluderen dat er te weinig en tegenstrijdig onderzoek met onduidelijke klinische relevantie is om het gebruik van de combinatiepil aan dan wel af te raden7;8;9. In de onderzoeken in de review werden verschillende oestrogeendoseringen en uitkomstmaten gebruikt en waren er wisselende startmomenten. Bij sommige onderzoeken was er een effect op de groei van het kind, of staakten vrouwen eerder met borstvoeding bij gebruik van een pil. Bij andere onderzoeken was er geen enkel effect op de duur van het geven van borstvoeding of groei van het kind.

Een systematische review onderzocht het effect van preparaten met alleen progestageen (continu gebruik zonder stopweek) op borstvoeding. Er werden 43 artikelen bestudeerd die diverse methoden onderzochten, zoals de prikpil, het implantatiestaafje en de minipil. De onderzoeken waren vaak van matige kwaliteit. Methoden met alleen progestageen hadden geen nadelig effect op de melkproductie of groei van het kind10.

Implantatiestaafje

Het implantatiestaafje bevatalleen progestageen, wordt onder de huid ingebracht en kan drie jaar blijven zitten. Bij vrouwen die een implantatiestaafje gebruikten tijdens de borstvoedingsperiode, zijn geen nadelige effecten bij hun kind waargenomen10;11.

Prikpil

Ook de prikpil bevat alleen progestageen en heeft hoogstwaarschijnlijk geen effect op de gezondheid van het kind.

Anticonceptiepleister en vaginale anticonceptiering

Deze vormen van anticonceptie bevatten zowel oestrogeen als progestageen. De werking is ongeveer gelijk aan die van de combinatiepil, maar het tromboserisico voor de pleister en de ring is hoger net als bij de 3e en 4e generatiepillen12;14.

Spiraal

Er zijn twee soorten spiralen: de koperhoudende spiraal en de hormoonhoudende spiraal. Beide kunnen na de bevalling worden geplaatst en tijdens de borstvoedingsperiode worden gebruikt. De eerste zes weken na de bevalling is de kans groter (OR 6,77) dat de baarmoeder de spiraal uitstoot dan daarna. Daarom is het gebruikelijk om pas na zes weken postpartum een spiraal te plaatsen13,14. Uit een grote Europese studie kwam naar voren dat het risico op perforatie bij plaatsing van een spiraal laag is (ongeveer 1/1000 plaatsingen), maar dat deze complicatie niet volledig uitgesloten kan worden en dat het risico is op perforatie hoger is (RR 6,1 95% BI 3,6-10,1) als het spiraaltje tijdens borstvoeding periode geplaatst wordt16. In geen van de gevallen leidde perforatie overigens tot ernstige problemen16.

De hormoonhoudende spiraal geeft kleine hoeveelheden progestageen af, die vooral lokaal (in de baarmoeder) werken. Een zeer kleine hoeveelheid daarvan komt in het bloed terecht, maar deze hoeveelheid is 30 maal lager dan bij bijvoorbeeld de pil. De kans dat het effect heeft op de borstvoeding en het kind, is daarom verwaarloosbaar.

Sterilisatie

Wanneer er geen kinderwens meer bestaat, is sterilisatie van man of vrouw een mogelijkheid. Het is de meest betrouwbare anticonceptiemethode en sterilisatie heeft geen invloed op de borstvoeding.


Pagina als PDF